Scheuren in het stucwerk

image

Rage Against The Machine
Rage Against The Machine
1992

 

We moeten eerst even langs de Afdeling Uiterlijkheden en Trivia: Rage Against The Machine gebruikt lettertype Typemachine Trixie Plain: MTV en vele anderen kleurden er in de jaren 90 onze dag mee.

image

Rage hing ook opnieuw het portret van Che Guevara op. Omdat ik wist wie Che was (en ook dat Billy Bragg ooit zong: ‘The revolution is just a t-shirt away’), toonde ik voor een krantenartikel in een jongerencafé het Che-prentje aan 10 minderjarige Ragefans. Ze wisten alle 10 dat de groep de foto gebruikte. Amper drie kenden Che Guevara bij naam. Slechts één die wist dat hij naast Fidel Castro had gevochten in Cuba en daarna in Bolivië was gesneuveld. Vandaag weten meer tieners iets over Che. Hangt er ouderwetse revolutie in de lucht? In de verste verten niet. ‘The motorcycle diaries’ is op tv geweest.

Sony Music, niet meteen de minst kapitalistische platenfirma, bracht ‘Rage Against The Machine’ in 1993 uit. In 1995 interview ik do it yourselfpunker Mike Watt die met ‘Ball-hog or tugboat’ zijn eerste grote firmaplaat maakt: ‘Ik stond in de lift in de Sonykantoren in L.A. en ik hoorde marketingmanagers over mijn plaat praten. Ze konden het net zo goed over mijn sokken hebben. Als communisme hip was, zouden ze dát verkopen.’ In 1996 ga ik Rage in home town L.A. interviewen en neem ik in de kantoren van Sony dezelfde lift als Mike Watt. Ik leer dat inleidingen van interviews zich soms vanzelf schrijven, want dat communisme in die dagen gewoon écht hip was geworden, omdat het vervolg op het Rode Boekje op cd stond: ‘Evil empire’ was de een beetje tegenvallende tweede Rageplaat.

Ergens in 1993 rapt Zack De La Rocha: ‘You know they murdered X / and tried to blame it on Islam’. Op de vraag of Malcolm X door de C.I.A. dan wel door radicale elementen binnen de Nation Of Islam-beweging is vermoord, kan en wil ik geen sluitend antwoord geven. De La Rocha natuurlijk wel. Hij mist die overtuiging niet. Hij is een echte guerrillero, één met twee r-ren en twee l-len. Geen grap: de man deed echt praktijkervaring op bij de Zapatistas.

Toen ik bassist Timmy C. interviewde, kwam eruit dat die van Rage niet de beste vrienden waren, en dat elk z’n eigen gangetje ging. De beste omschrijving was ‘een microcosmosversie van L.A.’: intens leven, af en toe spanningen, veel liefde, maar toch ook: ze hadden net bij wijze van spreken hun bloedeigen L.A. Riots achter de rug.

Timmy C. bood een interessante blik op de groep. ‘Gitarist Tom Morello en Zack De La Rocha zijn opgevoed in een eenoudergezin’, zei hij. ‘Ze kennen de problemen en de pijn van dichterbij’. Hij vertelde dat hij jazz had leren spelen, maar die werd er door de anderen uit gekieperd; niet functioneel genoeg. Toen ik vroeg of de muziek voor sommige groepsleden een vehikel was voor de revolutie, knikte hij kort, want het met zoveel woorden zeggen mocht hij niet. En toen begon hij te vertellen dat hij een AK-47 had gekocht, waarmee hij dagelijks oefende, en dat elke Amerikaanse president van de tweede helft van de 20e eeuw een oorlogsmisdadiger is die voor zijn daden opgehangen zou moeten worden.

Wat vandaag het meest opvalt aan ‘Rage Against The Machine’? Niet de onmiskenbaar enthousiast slappende bas in ‘Take the power back’. Niet dat alle 10 tracks zich als bombtracks present geven. Niet dat De La Rocha een elitesoldaat is met een overgave en een loyauteit die we sinds 1993 nergens meer gehoord hebben in de categorie Meer Dan 500.000 cd’s Verkocht. Niet dat de ritmesectie Brad Wilk-Timmy C. telkens schitterend werk levert in de stilte-voor-de-slotstormmomenten. Nee, de man die vandaag mijn aandacht heeft is gitarist Tom Morello. Op de cd staat ‘No samples, keyboards or synthesizers used in the making of this recording’, en dat staat daar omdat je denkt dat al die geluiden die Morello maakt niet uit een gitaar kúnnen komen. Akkoord, als een stukje ‘Kashmir’ van Led Zeppelin nodig is, speelt Morello het gewoon. Maar met pedaaltjes, hendel en wat rode verf waarmee hij ‘Arm the homeless’ op zijn machine kladt, laat hij dat ding rond zijn nek achtereenvolgens ook klinken als een modem, een synthesizer, een sirene, de Vietnamvliegtuigjes van Hendrix, een cirkelzaag, een speelautomaat, een paar orgels tegelijk, de fuuuuuuu van Public Enemy, de piiiing van House Of Pain, de iiiiiiiiii van Cypress Hill en een pie-tie-wietvogel.

Hoogtepunt van ‘Rage Against The Machine’: de ‘Motherfucker’ na de laatste ‘Fuck you, I won’t do what you tell me’. Hoogtepunt op de schaal van Richter: ‘Bullet in the head’ vanaf 4’04”. Hoogtepunt der Hoogtepunten: het als iets uit de hoogdagen van Fugazi aanzettende en in de stijl van Rollins Band hoger klimmende ‘Settle for nothing’, waarin – beeld ik me in – de 16-jarige Zack de La Rocha nadenkt over afkomst en keuzes, zelfmoord en genocide, determinisme en karakter. Hij trapt tegen steentjes en blikjes, raapt onderweg een boekje over marxisme op, en vindt z’n roeping. Mooiste zin uit zijn revolutionaire motorfietsdagboek: ‘If ignorance is bliss / Then knock the smile off my face’. Met heel even een Minutemengitaartje; van Morello natuurlijk.

Rage na deze plaat? Het vol Helmetachtige gaten zittende ‘Vietnow’ (heel straf) en de revolutionaire immunoglobuline van ‘Sleep now in the fire’ (nog straffer) zijn de enige twee momenten die het niveau van 1993 halen. Ook de coverplaat ‘Renegades’ uit 2000 is dat ietsje te oud om nog echt laaiend loeiend kwaad te zijn op kapitalistische bloedzuigers en op al wie in de media en op café over die schurken gematigder denkt dan Noam Chomsky en Peter Mertens.

Beste cover: ‘Microphone fiend’ van Eric B. en Rakim. Geen wonder dat die song wordt gecoverd: als Rage z’n crossover eventjes stiller zet en De La Rocha quasi a capella begint aan ‘Music orientated so when hip-hop originated / Fitted like pieces of puzzles, complicated’, en die zin een paar keer herhaalt, zit ik geen klein beetje saliverend in de woonkamer, want de bas en de drums tergen en dreigen al, de typische Ragefinale komt eraan, gaat nu elk moment losbarsten, en godverdomme: die finale is in het geval van ‘Microphone fiend’ even waanzinnig goed als die van – ik pik er een knaller uit – ‘Fistful of steel’. Zack de la Rocha met schuim op de lippen en Charles Mansonoogjes echt kwaad? Check! Gitarist Tom Morello een Marc Ribot voor de massa? Yep! Oké dan. Lichte paniek mag nu uitbreken. Tafels en stoelen zullen bewegen. Voorwerpen vallen al om. Klokken blijven stilstaan. Fuck, er zitten dit keer na afloop zelfs scheuren in het stucwerk. Deze mannen woonden in de earthquake state, dát is wat ik zocht.

Venceremos!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s