Oost-Belfast

 
image
 
Van Morrison
Astral weeks
1968

 

Dit is een lange bevalling geweest. Eén van dagen en dagen luisteren naar al wat ik van Van Morrison te pakken kon krijgen, op plaat, op cd, op Spotify, op Youtube.

Ik heb geluisterd naar meer dan 10 van de platen die na ‘Astral weeks’ komen – een paar daarvan bevatten evenveel keer de woorden ‘searching’ en ‘healing’ als er ‘whisky’ voorkomt in songs van The Pogues. Nee, ik zit niet met Van Morrisons ‘spirituele’, ‘meditatieve’ periode te lachen. Integendeel. Maar mijn conclusie is wel: ‘Moondance’, ‘St Dominic’s Preview’, ‘Veedon fleece’ en ‘No Guru, no method, no teacher’ zijn ook goeie Van Morrisonplaten, die op 343 of 732 zouden kunnen staan. ‘Astral weeks’ staat op 16. Ik ben dus een vogeltje waarvoor geldt: ‘Gij zijt gevangen / en in het kotteke ‘Astral weeks’ blijven hangen’.

Let’s briefly summarize what we know, shall we? ‘Astral weeks’ is van 1968. Van Morrison is dan 23. Hij groeit op in een rijhuis vol muziek in Belfast. Vader, die een tijd in het overzeese Detroit heeft gewerkt, draait traditionele jazz, bigbandmuziek, Chicago blues, countryblues en rhythm-and-blues. Op zaterdagavond, als de Morrisonfamilie binnenvalt bij folkvrienden om te drinken en te zingen, spant moeder de kroon. Ze zingt en speelt piano, harmonica en doedelzak.

De schok van herkenning – iets herkennen dat je nooit eerder kan gehoord hebben – komt aankloppen via Mahalia Jackson: de kleuter Van is aan de grond genageld. Het komt ook via Leadbelly, die toont wat er allemaal mogelijk is: bijvoorbeeld een folkzanger zijn die ook blues speelt, en populaire melodieën, ja zelfs kinderliedjes en cowboy- en accordeonsongs die dan al totaal uit de mode zijn. De muziek van Ray Charles klinkt later in Morrisons tienerhoofd alsof hij werkelijk een sleutel in handen krijgt: Charles zingt ook alles door elkaar, maar toont daar bovenop hoe je met een groep moet werken.

’s Mans eerste groep is een skiffle-ensemble: wasbord uit de keuken van Kwik, de Flupkebas gemaakt van een theekist, een stok en een stuk paktouw. Skifflekoning Lonnie Donegan is een grotere invloed dan Elvis: Morrison houdt wel van de energie van rock’n’roll, maar tegen de tijd dat die via Elvis langskomt, voelt het alsof hij het al beter heeft gehoord; zwarter waarschijnlijk.

Van Morrison gaat werken bij showensembles, acts die de mensen aan het dansen moeten brengen a rato van drie of meer shows per avond. Daarna is er Them, dat begint als bluesgroep, bekend wordt via ‘Gloria’ en – voor Morrison althans – totaal het verkeerde pad op wordt gestuurd: ‘Andere mensen beslisten in mijn plaats over een groep die stilaan als veevoeder begon te klinken.’

Mede onder invloed van de ‘oorspronkelijke geest’ Bob Dylan begint hij minder over jongen-ontmoet-meisje te schrijven, en meer ‘onbewust’ te componeren (Morrison, al lachend: ‘Daarna moest er nog veel aan gesleuteld worden, natuurlijk’).

Zijn eerste soloplaat ‘Blowin’ your mind’ komt uit, met een psychedelische hoes en Latininvloeden in de songs: twee dingen die bij de Ierse keikop passen als iets met tang en varken bij een origineler vergelijking. ‘Brown eyed girl’ wordt een pophit.
 
image
 
Morrison woont en werkt ondertussen in New York. Bert Berns, een in de sixties populaire songschrijver/producer die ook platenbaas van Bang records is, overlijdt aan een hartaanval. De weduwe drijft het zo ver dat ze de zoekende, waarschijnlijk af en toe met een woedeaanval kampende lastpost Morrison de schuld geeft van Berns’ dood. Hij krijgt in New York geen optredens meer vast, vlucht naar Boston, trouwt (waardoor hij in de States kan blijven) en probeert zich via optredens en nieuwe contacten uit de greep van Bang records te worstelen.

Dat laatste lukt half: op zijn volgende plaat moeten twee songs staan die hij eerder voor Bang heeft geschreven: ‘Beside you’ en ‘Madame George’ zullen op ‘Astral weeks’ heel anders en 1000 keer beter klinken. De opbrengst van de singles moet ook naar Bang gaan: uit ‘Astral weeks’ wordt géén single getrokken.

‘Astral weeks’ dus. De titelsong opent. Als hij zich in het zog van de viaducten van de droom van zijn geliefde zou wagen, zingt Van Morrison, en nog veel verder in haar gedachten zou graven, naar waar al de eigenaardigheden van het gewone leven wegvallen, naar de kern van haar ziel… Eigenlijk vraagt hij: ‘Zou je ook daar… Met mij… enzovoort?’ Laten we het erop houden dat hij het – zoals we dat in correct Vlaams zeggen – zwaar heeft zitten. Twee akoestische gitaren, contrabas, fluit, strijkers en percussie gaan indrukwekkend op en neer tot aan het fluistereinde.
 

 
Het hoogtepunt van ‘Beside you’ is de herhaling van ‘You breathe in you breathe out / you breathe in you breathe out’. Ook No en Never gaan in repeat. Morrison heeft het een paar keer gehad over de manier waarop John Lee Hooker zijn stem gebruikte: ‘Hij herhaalde en herhaalde en herhaalde dingen, maar je werd het nooit beu.’ De versie van ‘Beside you’ die hij voor Bang records maakte klinkt als een slechte ‘Like a rolling stone’ en als een matige ‘House of the rising sun’, deze remake als extase via vocalise.
 

 
‘Sweet thing’ heeft een gewoner contrabas, een perfect uitgelijnde akoestische gitaar, een ritmischer strijkje en een jazzdrummer die ergens anders naartoe wil. Het is een van drie songs met ene Anonymous op fluit: niemand die weet wie de partijen heeft ingespeeld. Dit is een lied over sterren plukken, sugar baby zeggen en wandelen en praten in tuinen, nat van de regen. In de jaren 80 schrijft Morrison ‘In the garden’, en daar regent het ook. Als Morrison een inzicht krijgt, regent het meestal. Of het regent gewoon veel in het land van herkomst, dat kan ook.

Deze plaat gaat over Belfast, en ‘Cypress avenue’ over the avenue of trees in een villawijk van de stad. Klinkt een beetje als de Robert Johnsoncover ‘Love in vain’ in de versie van de Stones, maar de Stones hebben geen staande bas, klavecimbel, fluit en viool in de aanbieding. ‘And I’m caught one more time / Up on Cyprus Avenue’: Morrison werd in de cipressenlaan naar verluidt ooit opgetild zoals hij door Mahalia Jackson ooit aan de grond werd genageld. Deze stotterblues loert vanuit een auto naar een 14-jarig schoolmeisje: ‘Wait a minute, yonder come my lady / Rainbow ribbons in her hair’.
 

 

 
‘The way young lovers do’ is iets dat naast Glenn Millers ‘In the mood’ loopt, en ernaast zit als het de toekomst van St Germains ‘Rose rouge’ voorspelt, maar niet zó ver ernaast.

Tekstfragment van het magistrale ‘Madame George’: ‘And the loves to love to love the love… Oooooo… Mmmmmmm… Say goodbye goodbye goodbye goodbye to madame Joy!’ De song maakt een zoveelste keer duidelijk dat de plaat gedragen wordt door een fantastische bassist. Lewis Merenstein is de platenfirmaman die Van Morrison de songs live hoort spelen en de jazzmuzikanten contacteert die op drie uit mekaar liggende dagen de boel opnemen. De jazzcats waren trouwens niet onder de indruk van Van The Man. ‘Kwam verlegen binnen, gaf geen hand, kroop in zijn hok, deed zijn ding.’ Morrison zelf: ‘We hebben nooit gerepeteerd. Die gasten improviseerden maar wat. Van verstandhouding en magie was er geen sprake. Het werkte alleen omdat ze heel goed konden spelen.’
 

 
Volgt: de song met ‘Step right up / Just a like a / Just a like a / Just a like a ballerina’. Morrison zingt het lied niet meer gewoon, maar dat deed Satchmo ook niet toen hij in de jaren 20 de scat uitvond.

In afsluiter ‘Slim slow slider’ gaat iemand bijna dood. Aan het eind – ik bedoel in de laatste seconden – begint geweldige jazzmuziek, die producer Lewis Merenstein onmiddellijk in de kiem smoort, ‘want het ging god weet waar naartoe, maar het had niets met deze plaat te maken’. Ook wie wil proberen er ooit een halve minuut van te kopen, is eraan voor de moeite: verdwenen, die opnamen!
 

 
Toen Jon Wilde, die in 2005 een uitstekend, ‘definitief’ interview met Van Morrison deed voor Uncut, vroeg hoe het voelt om mensen ook vandaag nog te horen zeggen dat ‘Astral weeks’ hun leven heeft veranderd, zei Van: ‘Kan best, maar ze heeft mijn fuckin’ leven niet veranderd. Ik stierf van de honger vóór ‘Astral weeks’, en ik bleef van de honger sterven ná ‘Astral weeks’. Ik heb er geen cent aan verdiend.’ Op dat interview van Jon Wilde leunt het stuk dat u nu leest trouwens even hard als ‘Astral weeks’ op de contrabas van de geweldige Richard Davis; ik had de man nog geen naam gegeven.

In 2008 speelt Van Morrison de hele plaat live. Hij probeert met een grote groep zelfs de juiste sfeer op te roepen, die volledig anders is dan die op eender welke andere Van Morrisonplaat. Er zijn platen, er zijn concerten, en er zijn concerten waarin een plaat van vroeger nog eens wordt overgedaan. Drie songs ver in ‘Astral Weeks, Live At Hollywood Bowl’ weet ik weer: categorie drie mijden.

Van Morrison is in interviews overal en altijd zijn norse zelf gebleven. Hij heeft er een song over geschreven die ‘Why must I always explain?’ heet. Fragment: ‘It’s not righteous indignation that makes me complain / It’s the fact that I always have to explain’. Uitstekende uitleg, eigenlijk.

2014-epiloog: dat van ‘overal en altijd zijn norse zelf gebleven’ klopt niet meer. Van Morrison is in Belfast gaan wonen. Hij heeft er tijdens een concert een grap(!) gemaakt: ‘Welcome to the grumpiest gig in town’. Journalisten beschrijven hem als een gelouterd(!!) man. De nukkige troubadour promoot tegenwoordig eigenhandig(!!!) een biografische wandelroute van 3,5 kilometer door Oost-Belfast, een traject dat loopt langs de plekken waarover de zanger heeft gezongen. Met de smartphone kun je onderweg op elk moment de passende muziek beluisteren. Ter hoogte van het ouderlijke Morrisonhuis on Hyndford Street zingen de smartphones wellicht dit lied:
 

 

2 thoughts on “Oost-Belfast

  1. “De jazzcats waren trouwens niet onder de indruk van Van The Man. ‘Kwam verlegen binnen, gaf geen hand, kroop in zijn hok, deed zijn ding.’ Morrison zelf: ‘We hebben nooit gerepeteerd. Die gasten improviseerden maar wat. Van verstandhouding en magie was er geen sprake. Het werkte alleen omdat ze heel goed konden spelen.’”

    Het staat er wat terloops, maar het klopt met wat ik me herinner van een heel oud stukje in Oor (toen nog muziekkrant Oor): dat Van en de muzikanten zich zelfs niet in dezelfde ruimte bevonden toen ze de songs vastlegden. De muzikanten in de studio en de zanger in een geïsoleerd hok, om overspraak te vermijden. Geen enkel contact. Enkel de klanken in de hoofdtelefoons.

    PS. I love it hoe je Bob Dylan zowel vermeldt in een stuk over Van Morrison als in eentje over Aphex Twins. Universeel, toch?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s