Een grote, bruinrode traan boven het orkest

 
image
 
Arvo Pärt
Lamentate
2002

 

Over de Estse / Estische / Estlandse toondichter Arvo Pärt is de documentaire ’24 preludes for a fugue’ gemaakt: naast mekaar gerangschikte fragmenten die proberen verschillende aspecten van de kunstenaar te capteren.

Als Pärt ergens in zijn huis gaat zitten, hangt altijd en overal een orthodoxe icoon aan de muur. De man gelooft niet in numerologie, talismannen en ruimtereizen. Hij gelooft gewoon in god. That ol’ time religion is good enough for him.

Hij bidt en brandt kaarsjes. Als hij tomaten zit te eten zegt hij dat hij als kind tomaten met suiker at.

Zijn vroegste herinnering is die aan een hoek in het huis waar hij opgroeide: ‘Een kleine rode hoek, met rood behangpapier. Er kwam een straal licht uit. Het was zondag voor mij. Ik moest altijd aan zondag denken. Ik weet niet wat het betekent.’

We zien de man ook voorovergebogen boven zijn piano zitten (één keer gaat hij er zelfs met zijn hoofd op liggen) om bij het repeteren alles beter te kunnen horen.

Als kind speelde Arvo Pärt op een goedkope piano waarvan niet alle toetsen geluid maakten, dus zong hij er de ontbrekende noten bij. Of hij veranderde de hamertjes van de buitenkant naar het midden.

De piano stemmen deed hij ook zelf, maar hij had geen stemsleutel, dus gebruikte hij een tang; op de duur kreeg hij geen grip meer op de moeren.

Studeren op die piano werd steeds moeilijker en voor de jonge, eigenlijk al componerende pianist steeds oninteressanter. Hij fantaseerde er zelf dingen bij, en die dingen namen de boel over.

Pärt vertelt over een droevige dag uit zijn jeugd: ‘Mijn moeder verstond niet wat voor soort muziek ik op school leerde. Ze dacht dat ik gewoon mijn lessen oefende. Op een dag kwam ze mijn pianoleraar op straat tegen. ‘Arvo doet het niet goed’, zei hij. ‘Hij oefent amper.’ Waarop mijn moeder: ‘Wat bedoel je? Hij doet niks anders. Hij speelt de hele dag.’ Mijn leugen kwam uit. Ik werd ontmaskerd.’

image

In de ‘Lamentate’-uitvoering die in 2005 op het ECM-label werd uitgebracht zijn heel wat muzikanten van het SWR Stuttgart Symphony Orchestra lange, traag wegtikkende minuten werkloos. Alexei Lubimov speelt wél veel piano.

‘Lamentate’ klinkt soms groots aan de extraverte kant als het hoge Mahleriaanse kathedralen betreedt, maar creëert meestal bescheidener ruimte en geringer overzicht. Alles blijft – ook als de muziek losbarst – rustig en sereen.

Een hoorn, een trompet en pauken (waarop meestal zacht geroffeld wordt) zijn belangrijke personages, maar de piano heeft de hoofdrol: volgens Pärt is het de ik-figuur. Misschien valt die een beetje samen met de man zelf, die zijn dode lichaam zag toen hij overdonderd werd door Anish Kapoors ‘Marsyas’: drie gigantische van staaldraad en PVC gemaakte hoorns die een jaar lang verschillende ruimten van de Tate Gallery innamen. Van het een kwam het ander, van ‘Marsyas’ kwam ‘Lamentate’. De première vond plaats in het museum in 2003, een van de hoorns hing als een grote, bruinrode traan boven het orkest.
 
image
 
De piano draagt het stuk nergens, speelt ook geen centrale rol, is zeker geen er boven uit torenende held in dialoog of in gevecht met het orkest. Het instrument probeert samen met de andere instrumenten deemoedig puin te ruimen. Een haast onhoorbare wind waait ondertussen de hele tijd waarheen hij wil. De treiterig ingehouden, ogenschijnlijk onjuist geplaatste climax en de momenten waarop onder het orkest de bodem uit de muziek wegvalt verwarren alleen wat, maar zitten nergens echt ongemakkelijk.

Herkenbare Pärthandtekeningetjes zitten in de zeldzame strijkersclusters en in de into the wild verdwaalde maar geen mens missende piano, die slechts een paar keer aan de bekende tintinnabulistijl herinnert – omdat het Pärt op die momenten toevallig te binnen schiet dat hij als geen ander een druppende kraan kan imiteren. Ook dit reflectieve gedeelte houdt het vrij luchtig.

‘Lamentate’ is een wide open road van een compositie. Op hoeveel plekken heeft de componist hier ook niet zitten schrappen, zeg. Hoe? Door eerst met zwart potlood heelder partijen onherkenbaar te maken en er dan uitgeknipte blanco notenbalkjes over te plakken. En door daarna te zeggen: ‘Dat is beter’.

Een ander devies moet zijn geweest: ‘De toonspraak moet niet té atonaal worden’. Uitstekend, want in theorie ben ik te vinden voor de kunstenaar die eeuwen traditie wil inruilen voor een vreemd en afgelegen geluid, maar in de praktijk is mijn tolerantiemarge dikwijls kleiner. Niet hier.

Als het kind Arvo Pärt niet aan de piano zat, luisterde het naar Radio Tallinn. ’s Avonds mocht dat thuis niet van ma en pa, en dan trok Arvootje naar een plein met een paal met luidsprekers, wellicht van Sovjetmakelij. Hij cirkelde de hele avond met zijn fiets rond de muziek, ‘omdat ik dacht dat het raar zou overkomen als ik daar gewoon wat ging staan’. Hij wist toen al dat hij componist wilde worden, maar niet één zoals die op de radio.

Het uit die kinderdroom tot wasdom gekomen ‘Lamentate’ lijkt als geheel inderdaad volstrekt nergens op. Het werd in de pers met gemengde gevoelens ontvangen. ‘Disappointing in its looseness and lack of ideas, and at 37 frustrating minutes, it is a lamentable waste of time’ is het oordeel van iemand op allmusic.com. Al wie positief reageerde, deed dat óók vanuit het hart. En zo hoort het.
 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s