Soulsville U.S.A.

image

image

Otis Redding
‘The ultimate live Otis Redding show’
1963-1967

Let niet te veel op de cd-titel. ‘The ultimate live Otis Redding show’ bestaat écht als commercieel product, maar met ‘The ultimate live Otis Redding show’ bedoel ik vooral: ‘Van Alles Wat van Otis Redding live’, en eigenlijk zelfs ‘Om Het Even Wat van Otis Redding live’. Ik bedoel dus: als het maar Otis Redding is, en als het maar live is.

Ik moet eerst even in herhaling vallen. Het stuk over mijn nummer 100 – ‘Live At The Apollo’ van James Brown – begint met ‘Sweet soul music’ van Arthur Conley. Met die song begint ook deze ‘Otis Zingt’. Nummer 100 is dus verwant met nummer 1: misschien is Honderd een kwestie van ‘En Ons Einde Is Bepaald Door Ons Begin’.

Dus! Arthur Conley zet in de tekst van ‘Sweet soul music’ eerst de spots op Lou Rawls, Sam and Dave en Wilson Pickett, en daarna op Otis Redding: ‘Singing fa fa fa fa fa fa fa fa / Fa fa fa fa fa fa fa fa’.

In de laatste strofe, die Conley in 1967 nota bene vaak bracht in het voorprogramma van Otis Redding op de Stax/Volt Revue-avonden, zingt de man: ‘Spotlight on James Brown now / He’s the king of them all, yeah’. Op nummer 100 schreef ik: ‘James Brown is de koning, laat dat duidelijk zijn’.

Maar hoe zit dat dan? De king of soul slechts op 100, en een liveplaat van Otis Redding op nummer 1?

Vooreerst, ik durf het James Brown in het eventuele hiernamaals niet te gaan vertellen. Maar Arthur Conley’s song eindigt op ‘Otis Redding got the feeling / James Brown got the feeling’, en dat zijn alle twee waarheden en niks-dan-de-waarheden.

Otis Redding kan lang niet zo ‘mooi’ zingen als Sam Cooke, al probeert hij het wel op zijn prachtige eerste single ‘These arms of mine’. Hij heeft ook veel minder mieren in z’n broek zitten dan James Brown; Redding danst eigenlijk als een zeer houterige speelgoedman. En toch is Otis Redding voor mij ‘the king of them all, yeah’.

Arthur Conley en Otis Redding delen op de Stax/Volt Revue-avonden eenzelfde begeleidingsband: Booker T. and the MG’s. Organist Booker T. Jones en drummer Al Jackson zijn zwart, gitarist Steve Cropper en bassist Lewie Steinberg (vanaf 1965: Donald Dunn) zijn blank. Begin jaren 60 nergens een evidentie, maar zeker niet in Memphis. Afro-Amerikanen uit noordelijker steden, bijvoorbeeld de businessmensen van Atlantic Records die met de Staxplatenfirma gelieerd zijn, spreken over een bezoek aan Memphis als over een reis van minstens 15 jaar terug in de tijd. Rassenscheiding (concreet: aparte scholen, aparte openbare toiletten, aparte restaurantruimtes) wordt er pas opgeheven met De Wet Op De Burgerrechten van 1964. En het is niet vanzelf gegaan.

image

Hoe Stax records is begonnen? Een blanke broer en zus kopen een theatertje op en in het huis ernaast richten ze een platenwinkel in. Eigenlijk willen ze country opnemen en verkopen, maar omdat het een moeilijke wijk is, en de deur voor iedereen open staat (‘We didn’t see colour, we just saw talent’), wordt het een favoriete hangout, een oase en een melting pot.

Het begint met The Veltones en Rufus en Carla Thomas. Daarna is Stax een bescheiden hitfabriek, één die het commercieel tegen het Detroitse Motownlabel moet afleggen. Maar vooral: al die namen van die Staxartiesten, zeg! Ik kan ze gewoon niet onthouden. Laat ik in één moeite door ook toegeven: ik weet niet wanneer The Mar-Keys veranderen in The MG’s, evenmin of The Mar-Keys later louter de blazerssectie worden, ik vraag me nergens af waar en wanneer er één dan wel twee tenorsaxofonisten meespelen, ik heb er geen flauw benul van wie meedeed in Reddings latere begeleidingsband The Bar-Kays, het woord Kays dit keer niet met een ‘e’ maar met een ‘a’.

image

Wat ik wel weet: Stax-huisorkest The Mar-Keys heeft – onder de naam Booker T. and the MG’s – begin jaren 60 al een hit met ‘Green onions’ als op een dag een lange, struis gebouwde zwarte chauffeur/roadie van een groepje uit Georgia na de opnamen vraagt of hij ook iets mag zingen: ‘These arms of mine’ wordt de eerste Otis Reddinghit.

De meeste Staxsingles van Redding zullen hits worden. Naar Staxsingles van onbekender gebleven anderen luisteren is een paar keer jezelf de vraag horen stellen: ‘Hoezo, géén hit geweest?’

Het land dat als eerste compleet plat gaat voor de traan in Otis Reddings stem is Groot-Brittannië. De naar a deeper shade of soul verlangende anorakjes-op-Vespas die we Mods noemen zijn de schuldigen. Een groter blank tienerpubliek volgt: het koopt in bruin kaftpapier gestoken singletjes waar, behalve titel en uitvoerder, niks op staat. Als er een lp verschijnt is het er één met een blonde vrouw op de hoes. Men weet in Europa gewoon niet hoe Otis Redding eruit ziet.

Voor Redding en gevolg, die – als ze in 1963 en 1964 in het kleine-clubcircuit door de States toeren – op sommige plekken in gescheiden ruimtes hebben moeten eten, worden aan de Londense luchthaven limousines voorgereden: geschenkje van The Beatles. Ook de rest van Europa behandelt hen als sterren. Op Youtube staat een heel concert van de Stax/Volt revue in Noorwegen dat switcht van aandoenlijk naar fenomenaal. Er is op youtube ook een respectvol Parijs in zwartwit, en Londense Otismania in kleur. Voor wie aan vinyl of cd wil blijven plakken: de neerslag op lp die ‘Live in Europe’ heet is zéér goed.

De op nummer 1 belande ‘Ultimate live Otis Redding show’ zit als laatste van vier cd’s in een box die ‘Otis! The definitive Otis Redding’ heet. Ik moet nog iets bekennen: het is zeer lang geleden dat ik nog eens naar de drie cd’s met de studiohits heb geluisterd.

Nog eens: u moet niet per se op zoek naar dié ultieme live-cd in dié box. ‘Ultimate live’ is gewoon een samenraapsel van verschillende optredens. Het plukt uit ‘Live in Europe’, maar evengoed uit 1964- en 1966-concerten in de States. Op ‘Ultimate live’ loopt een songversie uit 1964 over in een bindtekst van 1967. Veel van mijn favoriete opnamen zijn blijkbaar in de Whisky A Go Go gemaakt, in het L.A. van 1966. ‘Otis Redding in person live at the Whisky A Go Go’ is een zéér, zéér goeie plaat. Op Spotify heet een variant erop ‘Live on the Sunset Strip’.

image

Met de vinnige pre-breakbeat en uitdrijvingsmuziek van James Brown heeft Reddings soul niet veel te maken. De tragere songs zijn gospels die met de voetjes op de grond beginnen en trapje voor trapje waanzinniger en waanzinniger worden. Trouwens, snel of traag, als Redding mij nog maar gewoon heel even aanspoort met ‘One more time a little louder’ of ‘Keep it goin, don’t stop’ heeft hij al gewonnen van al de rest. Ik ben dus nogal te vinden voor deze man.

Reddings versies van ‘Daytripper’ van The Beatles en ‘Satisfaction’ van de Stones, die niet meteen overlopen van respect voor de teksten van de originals, zijn voorbeelden van snelle songs. ‘Can’t turn you loose’ is een waanzinnige sprint van ‘Bullet Otis’ die bij wijze van spreken binnen de 10 seconden fotofinisht.

De break van ‘Can’t turn you loose’ is heel kort, Otis zegt erin: ‘I know you think I’m a gonna stop now / ain’t gonna stop / ain’t no stop / we’re goin’ one more time’, als zit hij gevangen tussen complete uitputting en de drang om plichtbewust voort te maken waarmee hij nu eenmaal is geboren… en daarna gaan we opnieuw een gang. Thát’s entertainment!

Meest voorkomende woorden in de sprintsongs: ‘Gotta-gotta-gotta’. Meest opduikende slagzin: ‘Sock it to me’. Op deze cd staan 22 songs, terwijl Redding er op één avond nooit meer dan 10 heeft gedaan. De hele zwik in één keer beluisteren is alleen mogelijk voor wie traint voor een belangrijke bokswedstrijd.

Reddings bindteksten zijn veel meer dan rustmomenten. Ze zijn niet alleen onderhoudend, maar ook essentieel. ‘Let your hair down!’ ‘Get Soulful! Get your shoes on off!’ ‘Just holler loud as you wanna!’ De raarste: ‘We’re gonna eat next week’.

Je hoort ook dat optreden een waar plezier is. Na ‘Right now I’d like to introduce you to a ballad song / a song that what we call Soul’ laat iemand in het publiek een ‘Yeaah’ horen die van heel diep komt en moet Redding lachen. ‘Chained and bound’ wordt ergens aangekondigd met ‘We’re gonna do a song that you’ve never heard before’. Iemand moet terugroepen: ‘Says who?’, want Redding antwoordt ‘Says me’, en lacht opnieuw. Aan het eind van de song zegt Otis: ‘See how hard we have to work to eat?’

Redding heeft zich altijd eerlijk ge-out als entertainer, en als niks meer dan entertainer. Als er één artiest in Honderd staat voor wie ontegensprekelijk geldt wat Tröckener Kecks ooit zongen, namelijk ‘Hij doet het / 1 voor het geld / 2 voor de show / en 3 voor het publiek’, is hij het.

Dat wil niet zeggen dat het geen pijn doet: ‘Just one more day’, in de versie van 9 april 1966 in de Whisky A Go Go, doet enórm veel pijn. Zie ook: ‘I’ve been loving you too long(to stop now)’ en ‘Pain in my heart’.

‘Try a little tenderness’ is in 1967 op veel plaatsen terecht de concertafsluiter. Als het pijn doet in de stem, doet het ook pijn in de blazers van eh, The Mar-Keys, met wie de zanger het meest in gesprek is.

Over die blazers! The MG’s zijn geweldig, Reddings stem ook, maar zonder de blazers stond Redding niet op 1. Mijn argumentatie, kort: de beste blazers ter wereld zijn de blazers van het Staxlabel en dat zijn The Mar-Keys. De beste Staxsingles zijn die van Otis Redding. De beste Reddingblazers zijn die van zijn liveplaten.

Redding & Co zijn in 1967 de enigen die een kostuum dragen op het hippiefestival Monterey: een ware triomf, hoewel de groep de set moet inkorten.

Redding belandt onmiddellijk na dat concert thuis in de sofa, in zijn ranch; Redding is a southern man. Hij heeft serieuze stemproblemen, is in de war van de love crowd, luistert naar ‘Sgt. Pepper’s lonely hearts club band’ van The Beatles en schrijft ‘(Sittin’ on) The dock of the bay’, een klein wonder en een muzikale koerswijziging die niet door iedereen bij Stax records wordt toegejuicht.

Redding stort – samen met zijn begeleidingsgroep The Bar-Kays – neer met z’n privé-propellervliegtuig, en staat overal postuum op 1: ‘Watching the ships roll in / Then I watch ‘em roll away again, yeah’. En ook: ‘Sittin’ here resting my bones / and this loneliness won’t leave me alone / it’s two thousand miles I roamed / Just to make this dock my home’. De door dpfreddy12’s geposte lyric-video is wat dat moet zijn. In het Engels: ‘Excellent job!’

Voor Stax is Reddings dood niet de enige ramp. In de deal met Atlantic records zijn de kleine lettertjes niet goed gelezen. Uitgerekend in het met Staxgeld gerunde Lorraine hotel, een hangout voor de zwarte bovenklasse, wordt Martin Luther King, die naar Memphis afzakt om stakende vuilnismannen een hart onder de riem te steken, doodgeschoten. Een slagschaduw valt over de grote steden. Stax krijgt in de steeds gevaarlijker wordende slechte wijk zeer concrete doodsbedreigingen en moet zware gangsters aanspreken om artiesten te beschermen.

De Staxmuziek wordt ook anders: protodisco op z’n Johnnie Taylors, gepimp à la Isaac Hayes. Het singletje ‘Mr. Big stuff’ van Jean Knight is geweldig: vleugje seventiesfunk, een typisch Staxritme en daarboven die blazers, simpel en toch rauwer en spannender dan heel Motown samen. Memphis, dat Soulsville U.S.A. heet, leeft heel even op en wint nog één keer van Hitsville U.S.A., de Detroitse assemblagelijn die we als Motown kennen.

Maar het gaat verder bergaf: excessen met dure auto’s, bontjassen en veel te veel cash geld leiden tot bankroet. Het is gedaan.

image

Ik ben zo blank als een biggetje, maar met een nummmer 1 als deze moet ik Mos Def wel gelijk geven als hij rapt: ‘When I want some rock and roll / I go to Otis Redding to get some soul’.

Ik had hier nog iets in gedachten met de Memphis Horns die met iedereen hebben gespeeld (als je Elvis Presley, Peter Gabriel, Robert Cray, U2, Rod Stewart én Primal Scream samen op je cv hebt staan, mag je iedereen zeggen), met Sharon Jones, Charles Bradley en vele anderen die de soul uit Soulsville naspelen en ook in de livevorm als Stax/Volt-Revue uit de poppenkast komen, met Elvis Costello die ooit zei dat de Staxsound dé grote soulinspiratie was voor zijn Attractions, met RZA van Wu-Tang Clan die Staxsingles plundert met de pink omhoog terwijl de sample van Jay-Z en Kayne West in ‘Otis’ te veel all over the place is, …

… maar het is gedaan. Es ist aus. Bedankt om te lezen, te luisteren, te reageren, te delen ook. Mijn excuses aan de mensen die – omdat ze in huis een probleem hadden – ‘scheuren in het stucwerk’ googleden en op mijn Rage Against The Machinebericht met die titel zijn beland.

Keep on rockin’ in the free world! ThankYouGoodnight.

image

7 thoughts on “Soulsville U.S.A.

  1. Gert, is ’t al gedaan?Leek me net begonnen.Heb boel beluisterd al, eventjes zoet nog, o.a. brons en zilver zijn ook onderweg.Ik zal je berichten missen. Houd je dus niet in. 100 concerten? 100 boeken? 100 balletvoorstellingen? Groet en dank, Stefaan

    Date: Mon, 16 Feb 2015 05:05:10 +0000 To: stefaandecroos@hotmail.com

  2. In 1985 kocht ik de complete set Atlantic Rhythm and Blues 1947-1974. 7 dubbelelpees met allemaal moois van Stax, Volt en alle andere labels die door Atlantic werden verdeeld. Southern soul met blazers, piano, strijkers en vooral veel ritme. Blij, blij, blij, zelfs als de songs over droefenis spreken.
    Een waardige afsluiter van een reeks die ik met heel veel plezier heb gelezen en gevolgd. Hartelijk dank, Gert. Ik heb genoten van je eigenzinnige keuzes.

    • Bedankt, Peerke 1, 2 en 3 – of is het 2.0 en 3.0? Ook voor alle reacties. Ik kom eigenlijk ook van bij die Atlanticverzamelaars, al was die box aanvankelijk iets van op de radio (‘Domino, The Originals’), en van ‘Tighten up’ van Archie Bell & The Drells tien keer op repeat op cassette, hetgeen toen nog rewind heette. Maar nu: back to the future!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s