‘A nuclear error / But I have no fear’

 
image
 
The Clash
London calling
1979

 
 

In 1979 vat The Clash op ‘London calling’ de tijdsgeest van het Londen en Engeland van stakingen, stroompannes, Koude Oorlogparanoia en grootstedelijk racisme, terwijl ze in twee verschillende studio’s vakkundig proberen te ontkennen dat ze failliet zijn na een Amerikaanse tournee; ze zitten zelfs zonder management.

Dat heeft één voordeel: het turning rebellion into money-verwijt dat ze naar anderen hebben uitgestuurd is op henzelf niet van toepassing. Zijn ze doodongelukkig? Nee. In Amerika hebben ze in een hotel gelogeerd waar James Dean nog is geweest, hebben ze het graf van Bruce Lee bezocht, en werden ze geapprecieerd om wat ze zijn: ze krijgen niet – zoals in het thuisland – het label van ‘te punk’ of ‘niet punk genoeg’. Naar verluidt was die punkpolitie er écht: punk moest zo en zo. The Clash riep terug: ‘Punk is spelen wat je wil spelen’.

De ambitie is trouwens: uit het harnas van het genre breken met reggae, jazz, swingjazz, vroege rock’n’roll en feestmuziek die op de London Carnival wordt gedraaid. The Clash is nooit helemaal rechttoe-rechtaan geweest. Hun beste song vóór ‘London calling’: ‘White man in Hammersmith Palais’, over een all-nighter in Londen, met op de affiche for the first time from Jamaica: Dillinger, Leroy Smart, Delroy Wilson en vele anderen. De song is steengoeie blanke reggae waarboven Joe Strummer zich druk maakt, want naar zijn smaak hoort-ie die avond niet voldoende roots rock rebel-riddims voorbijkomen. Het mondmuziekje biedt ondertussen twee odes: één aan de mondharmonica van Bob Dylan, één aan de melodica van Augustus Pablo.
 

 
In de States heeft The Clash getoerd met Bo Diddley, Lee Dorsey, Sam and Dave en The Cramps. Enorm veel blazers op ‘London calling’; die zijn van The Irish Horns. Er wordt piano en orgel gespeeld. Er wordt enorm veel gejat. In het verlengde van ‘London calling’ zijn via moderne media originals van de Britse rocker Vince Taylor (‘Brand new cadillac’) en van reggaelegende Danny Ray (‘Revolution rock’) te ontdekken.

Iemand maakt me blij door het draaiende singletje van ‘Wrong ‘em Boyo’ van The Rulers te filmen: The Clash lenen in hun versie na een halve minuut ook een feestneus van The Specials. De dokter die ter sprake komt in ‘Rudie can’t fail’ is Dr. Alimentado, wiens ‘Poison flour’ berichtte over giftige bakbloem in Kingston, een song die Strummer inspireerde om zoals Jamaicaanse toasters te berichten over wat zich in zijn gezichtsveld afspeelde.

J.J. Jacksons beestige soulsong ‘But it’s alright’ staat model voor het door Mick Jones gezongen ‘Train in vain’, een klein monument. Laurel ‘the godfather of ska’ Aitken is ook ergens een invloed, maar ik ben vergeten waar. Treffend tekstmoment dat illustreert hoe ver de groep van hun hardste songs uit de begindagen verwijderd is: ‘Playing requests now on the bandstand / El Clash combo / Weddings, parties, anything / And Bongo Jazz a speciality’.
 

 
Waar gaat de single ‘London calling’ over?
 
image
 
De titel is een verwijzing naar ‘This is London calling’, waarmee de kortegolfuitzendingen van de BBC World Service begonnen die in wereldoorlog II ook in het Duits en het Nederlands informatie en moed gaven.

Goed, maar is het ‘nuclear era’ of ‘nuclear error’? Het ongeval eerder dat jaar in de Three Mile Island-kerncentrale doet ‘error’ aanvinken. In verband met de S.O.S. ‘London is drowning / I live by the river’: zou met een gerucht te maken hebben dat de Russen van plan waren een atoombom in het Kanaal te droppen die een golf ging veroorzaken die Londen zou wegspoelen. ‘But I have no fear’ zou gelijke tred kunnen houden met don’t be afraid of atomic energy van Bob Marley van een jaar erna. De ‘o-o-o-o-o-ooooow’ is mogelijk een ode aan de perfect in profiel voor een volle maan poserende Awhooooooo van Warren Zevons ‘Werewolves of London’ van een jaar ervoor.

Verder mag je er niet té veel in lezen: ‘London calling’ is een hoop shockmetafoortjes die punkgewijs teruggesmeten worden naar goegemeente, machthebbers en Dire Straits, een slimmere variant van de opgestoken middenvinger en de opgespelde swastika.

De messcherpe gitaar, de beestige melodie, de superefficiënte drum en bas, ze zijn van een groep die lang in het duister heeft getast en plots het licht ziet, die zichzelf in een hoek heeft geschilderd maar zich er op indrukwekkende wijze uit vecht.
 

 
Nog één ding over die wereldsingle. Iemand die zich Stro Jummer noemt weet op internet dat het laatste woord van de single ‘London calling’ in de zin ‘I never felt so much alike alike alike alike’ niet alike is, maar a-like.

Komt uit een nummer 1-hit van de Britse fiftiesrocker Tommy Steele, die inderdaad ‘I never felt a-more a-like a-singing the blues’ zingt, een zin die Joe Strummer live al eens letterlijk zo bracht, maar die op plaat – mogelijk om copyrightredenen – is ingekort. Dat blijkt gewoon te kloppen. Dank, Stro Jummer.
 

 
‘Death or glory’ is een van de andere vinnige rockers, die zou kunnen gaan over de lower class die vlakbij de Theemsoever woont: ‘Love ‘n’ hate tattooed across the knuckles of his hands / Hands that slap his kids around ‘cause they don’t understand how / Death or glory / becomes just another story’. Het raarste stuk tekst komt ook uit die song: ‘I believe in this and it’s been tested by research / He who fucks nuns will later join the church’. Vooral ‘tested by research’ is uitstekend.
 

 
Het naakte uur van de wapens is tijdens de eerste opnamen (de Vanillatapes) nog niet aangebroken. The Clash rent op de nogal doffe demo’s als een kudde achtervolgde beesten over de stoppelvelden. Maar in studio 2 blijft de garde wel stilstaan en uitverdedigen. Plots is de sfeer er één van gooien met alles wat ze hebben, naar hun vijanden, denkbeeldig of niet.

De zeer belangrijke man die hen ertoe dwingt niet zomaar alles te geven, maar nóg een extra tandje bij te steken, is ene Guy Stevens. De platenindustrie liet in die dagen twee lijvige dossiers tegen de man circuleren: op map 1 stond ‘Persona non grata’, op map 2 ‘Totáál Ontoerekeningsvatbaar’. Guy wie? Stevens is in de vroege jaren 60 een hautaine Mod, een belangrijk dj, een man die rauwe Amerikaanse soul en rhythm and blues aan de Britten probeert te slijten, iemand die The Who mee aan z’n geluid helpt, de groep Free producet en Mott The Hoople vanuit het niets uit de grond stampt. In de Clash-studio is hij zijn beloofde ontoerekeningsvatbare zelf.

Vooral bassist Paul Simonon, die technisch het meest moeite heeft met de overgang van ram- en beukpunk naar dit professionele geluid, heeft liever een zot als Stevens die hem op geen enkel moment z’n technische beperkingen kwalijk neemt, maar wel met ladders gooit en ongevraagd aan een worstelwedstrijd op leven en dood begint; ik verzin niks. Simonons grootste angst is een Amerikaan die hem beleefd vraagt of hij de partij nog eens kan inspelen. Direct gevolg: Simonon schrijft ‘Guns of Brixton’, hier een van de essentials. Ook de rest van de groep heeft het in verband met Guy Stevens over een ‘maximum aan emotie’ en een ‘directe psychische injectie’.
 

 
The Clash in 1979! En maar verder schrijven, repeteren en bijschaven, zo hard en constant dat ze zelfs geen tijd hebben om te gaan kijken naar die film over de bemanning van het transportvrachtschip Nostromo die wakker wordt in een zonnestelsel ver van huis, en die kennismaakt met buitenaards leven dat niet op een gezellige close encounter uit is, maar het lichaam van de mens wil gebruiken om er een weerzinwekkend H.R. Gigermonster mee te baren.

Nee, in plaats daarvan liever Guy Stevens ‘Il y a plus en vous’ horen roepen en hem gelijk geven. Ondertussen wurmt Mick Jones zich een paar keer naar voren: in ‘I’m not down’ wil hij vanuit een bodemdepressie naar wolkenkrabberhoogten, in ‘The card cheat’ klinkt de groep Spectoriaans (zoals Springsteen in die dagen) en lijkt Mick Jones’ stem op die van Jarvis Cocker. ‘Four horsemen’ en ‘Hateful’ zijn twee Joe Strummerhoogtepunten van hetzelfde wereldniveau.

De hoes is een vette knipoog naar de groene en roze letters van het Elvis Presleydebuut. Ambitie: de laatste rockplaat maken. De gitaar van Presley steekt omhoog, de bas van Paul Simonon staat op het punt in de prak geslagen te worden. De werktitel van ‘London calling’ was The last testament.

Ik ben vergeten Topper Headon te vermelden. Wat een drummer!
 
image
 
Beste momenten ná ‘London calling’: de papa-san en de mama-san van ‘Straight to hell’, de intro ‘This is another public service announcement (with guitars)’ van ‘Know your rights’ en de beste raps uit ‘The magnificent seven’: ‘Wave bub-bub-bub-bye’ en ‘Brr-bu-bu-bu-bu-bu / cheeseboiger’. Plus: de Spaanse les tussen de regels van ‘Should I stay or should I go’.

Ach, doe maar gewoon alles, maar doe vooral ‘London calling’!! Ik heb zin in nog een uitroepteken! En nog twee!!

Nog dit: Winston Churchill schreef in de maanden mei en juni 1940, periode waarin in deze regio de klotenazi’s binnenvielen, drie wereldberoemde speeches. De koppen ervan passen alle drie perfect bij ‘London calling’. Blood, toil, tears and sweat kenschetst de Clash-inspanningen in de studio. This was their finest hour is gewoon een objectief eindoordeel over ‘London calling’. Ook We shall fight on the beaches kan gepast betalen, want de grootspraak aan het eind van ‘Four horsemen’ luidt: ‘We reach the beaches other armies cannot reach!’ Kruispuzzel opgelost.

In verband met Operatie Overlord van een paar jaar later in Normandië wil ik alle betrokken geallieerden bedanken – u moet die slachtoffercijfers eens googlen – maar in het bijzonder de Britten omdat ze in de lange aanloop naar de bevrijding via die bakelieten bakken genaamd radio’s een ‘This is London calling’-boodschap hebben uitgestuurd naar de wereld, en dus ook naar bezette gebieden.

Bijna vier decennia later kwam uit mijn transistor ‘Radio Clash, on pirate satellite’. Londen zond opnieuw een boodschap to the faraway towns. Een boodschap om I read you en Loud and clear naar terug te roepen, dit keer gelukkig met minder gevaar voor eigen leven.
 

 

 

3 thoughts on “‘A nuclear error / But I have no fear’

  1. ah, jeugdsentiment! Ik was een grote fan van The Clash, in de late jaren zeventig, begin tachtig.
    Overigens, zelfs Dylan heeft de titelsong ooit live gebracht. In Londen, natuurlijk. En zonder enige voorbereiding, natuurlijk.

  2. Gokkantoor geopend. Wedden? 20 euro op PJ Harvey morgen, 30 op overmorgen. 100 euro op Stories From The City, Stories From The Sea een dezer.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s