Het volledige Chinese volk

8 november 2014. Het kader: een loods van De Lijn in Diksmuide. Het grotere kader: de herdenking van de Groote Oorlog. De Duitse eregasten: Einstürzende Neubauten, die – sedert F.M. Einheit weg is – serieus zijn versoft en versynthesizerd. Ook in Diksmuide doen de Neubauten het vooral vrij rustig tot zeer ingetogen, maar het openende ‘Kriegsmaschinerie’ is de uitzondering op de te overtreden regel. Lawaai, jongens! En herrie! En daarna nog meer lawaai en nog meer herrie! Blixa Bargeld zingt niet. Hij zegt niks. Hij houdt pancartes omhoog. Heel veel pancartes. Daarop staat:

‘WAR DOES NOT BREAK OUT
AND IT IS NEVER CAUGHT OR CHAINED.
IT MOVES.
IF SOMETHING IN ITS ENVIRONMENT CHANGES,
ONLY A LITTLE AT FIRST,
WATCHING BACK AND FORTH
ON THE GROUND IT TRAMPLES,
THEN IT TURNS ITS HEAD,
LETTING ITS CERVICAL COLUMN CRACK,
BUILDING ITSELF UP SLOWLY,
IN MOVEMENTS BELIEVED FORGOTTEN,
STRAIGHTENING UP,
GRADUALLY GROWING,
BUT EVER MORE CERTAINLY,
IT REGAINS ITS OLD STRENGTH FROM DEBILITATING DISAPPOINTMENTS,
SHREDDED HOPES,
FALSE BLAME,
AND FATALISM,
FROM LONG-CIRCULATING LIES IN THE NAME OF RELIGION,
NURSED BY POWERLESSNESS AND POVERTY,
IT REASSEMBLES ITSELF FROM THE COLLECTED REMAINS
OF HISTORICAL GARBAGE WORN OUT,
ROTTEN DEBRIS,
WHICH MUST BE WASHED WITH BLOOD,
SO THAT IT MIGHT SEEM USEFUL AGAIN.
IT LIFTS ITSELF UP SLOWLY,
AND IF ITS JOINTS ARE RUSTY
AND OUT OF PRACTICE,
IT STRECTCHES AND GROWS
TO LEGENDARY, HEROIC, OVERSIZED PROPORTIONS,
UNTIL IT STANDS FROM FORMIDABLE, DANGLING CHAINS.

WAR DOES NOT BREAK OUT.
IT WAITS
FOR A SINGULAR AND THOUSANDFOLD ‘HURRAAAAH!’

N.U. Unruh bespeelt niet veel later een ‘prikkeldraadharp’ terwijl het gedicht ‘In de loopgraaf’ van de (door de Neubauten verzonnen) oorlogsdichter Paul Van den Broeck in het Nederlands wordt voorgedragen: ‘Hoe kan ik dansen? / Hoe kan ik dansen in 4/4? / In mijn veel te smal graf’.
 

 
Er volgt nóg meer vierkwartsmaat: ‘Der 1. Weltkrieg’ is 3/5 van de groep aan de 4/4-percussie. Er wordt op PVC-buizen gehamerd (één buis voor elk land dat aan de oorlog heeft deelgenomen, en naar verhouding zo kort of lang als de periode waarin het land meedeed). Aantal beats per minute: 120 (de pygmeeënritmes houden een klein kwartier aan, dus wordt er tegen de snelheid van één beat per oorlogsdag gedrumd). Ondertussen introduceert Blixa Bargeld de namen van de landen die mee betrokken worden in de waanzin, en wordt dán pas de buis van dat land bespeeld. Bargelds laatste zin: ‘The first world war ends with the end of the next bar’. Vier tellen later zit de song er inderdaad op. Overzichtelijke statistiek, én zeer knap gedaan.

Maar wacht eens, ik heb de cassette vanuit 2014 teruggespoeld naar 1914-1918, dus moet ik fastforward naar 1985 en naar nummer 40.

 
image
 
Einstürzende Neubauten
Halber Mensch
1985

 

Tijd voor een overzicht van een paar zinnen uit de song ‘Halber Mensch’, dat door een vreemdsoortig a capella wordt voortgedreven. ‘Halber Mensch / Geh weiter / in jede Richtung / Wir haben Wahrheiten für dich / aufgestellt’. ‘Halve mens, in al uw scheuren zitten onze zenders. Om het uur zenden wij voor u waarheden uit. Ga verder. Wij zorgen voor u. Wij nemen voor u waar.’

Is gewoon een mash-up van twee verhalen van Plato.

1. De allegorie van de grot. De waarneming van de in één kijkrichting vastgebonden mensen is die van de schaduwen van de voorwerpen bij het licht van het vuur, maar niet die van het vuur en evenmin die van de voorwerpen zelf (en zeker niet die van de mensen die voorwerpen bij het vuur omhooghouden). Achter het vuur ligt naar het schijnt nog een wereld, zei onlangs iemand. We hebben die mens eens goed uitgelachen.
 
image
 
2. De mens had ooit 4 benen en 4 armen, en zoekt sindsdien naar z’n andere helft. Toegegeven: het niemandsland tussen het Platoverhaal en de versie van Blixa Bargeld is een serieuze lap grond. De leerling van Socrates is eigenlijk veel gortiger dan Blixa: mensen waren ooit rond, laat de filosoof iemand vertellen. Ze hadden 8 ledematen, 2 gezichten en 2 schaamdelen. Toen hakte een god hen doormidden. Elke helft verlangde vanaf dan terug naar de andere helft. Ze omhelsden elkaar tevergeefs, en stierven. Een andere god verplaatste uit medelijden de schaamdelen naar voren zodat mensen hun zaad ten minste in elkaar konden uitstorten en niet op de grond.
 
image
 

 

In ‘Seele brennt’ slingert Blixa Bargeld als een jonge withandgibbon van fluistertoon naar hoge oerschreeuw: er knalt een zweep, een gitaar valt meedogenloos in en er zit een raar, hoog lachje na de zin ‘Alle Idolen mussen sterben’.
 

 

‘Yü-Gung (Fütter mein Ego)’ dendert door op een aan Front 242 verwante beat – ergens krijgt iemand ook een auto niet gestart – en daarboven wordt aan de bergen verzettende, manische kant geijld dat men 6, 9 en 12 meter groot is (één keer waant men zich zelfs het volledige Chinese volk). De deprirealiteit slaat terug met ‘Waar hebben we het heel de tijd over?’ en ‘Dim je idealen’.

Op de hoes van de maxisingle, tussen de verschillende soorten scheermesjes, staat geschreven: ‘Im Vertrauen auf die eigene Kraft kann Yü-Gung Berge versetzen’. Jimi Hendrix leerde ons ooit naast een berg staan en die met één hand omhakken. Logisch dat de Neubauten ons al die bergen propertjes en economisch leren stapelen in het magazijn. Opgeruimd staat netjes!
 

 

In ‘Der Tod ist ein Dandy’ waan je je echt op een bouwwerf. In je linkeroor wordt gelast, gehamerd en geslijpschijfd. Aan de rechterkant beuken heipalen neer. ‘This was made to end all parties, bye, bye…’, besluit Bargeld.
 

 

Natuurlijk is ook het uit Duitse Lieder en gedichten overgezwommen woord ‘Sehnsucht’ erbij: ‘Meine Sehnsucht / Meine Sucht / Sehnsucht / Ist die einzige Energie’ wordt niet boven een uit een obscuur droomland afgereisde Robert Schumannpiano gezongen, maar neemt het op tegen gerammel van metaalplaten: gewoon een andere vorm waarbinnen ook verlangd wordt naar dat grote, ontzaglijke thuis dat nérgens te vinden is. Rammsteinn heeft ook een song die ‘Sehnsucht’ heet. Wat daarin allemaal gebeurt? ‘Sehnsucht versteckt / sich wie ein Insekt / im Schlafe merkst du nicht / dass es dich sticht’.
 

 

Nick Cave vond dat Blixa Bargelds stem het midden hield tussen een gewurgde kat en een stervende baby, maar in mijn E.N.-wereld hoor ik de groep gewoon afbreken en tegendrummen om plaats te maken. Ik moet bij de hoge schreeuw van Bargeld steevast aan Oskar uit ‘De blikken trommel’ denken: de Neubauten meppen erop los zoals het hoofdpersonage uit Günther Grass’ roman, Bargeld zelf zingt zoals de altijd klein gebleven trommelaar soms glas aan scherven. Een droge inslag en dan glasgekletter is wat ook in een bombardement gebeurt, las ik ooit in een De Standaard der Letteren-analyse van ‘Die Blechtrommel’, en ik dacht: ‘Klopt.’ En wat klopt voor Oskar, klopt ook voor De Bende Van Blixa.
 
image
 
Maar we waren bij Caves kijk op Blixa’s stem gebleven: stervend zoogdier, vindt hij. Zelfs in afsluiter ‘Letztest Biest am Himmel’ leeft geen sterbend Tier, zoals ik vroeger verkeerd verstond, maar wel das letzte schöne Sternentier: het laatste sterrenbeeld dat moet wijken voor de zon die opkomt. Men moet voor de Neubauten dus niet banger zijn dan nodig.
 

 

De Neubauten zijn gewoon het eeuwige verlangen uitgebeeld met de afwisselend fluisterende en schreeuwende stem van een demon die wel eens in onze analoge machines slaapt. In computers sluimeren ook liederen, maar daar komen andere artiesten mee naar buiten.

‘Halber Mensch’ van Einstürzende Neubauten is een steengoeie oude film, die vroeger veel te laat op Canvas of Arte werd getoond. Met de intrede van digitale tv is alles in onze knusse grotten natuurlijk veel makkelijker geworden.

‘I said c’mon and let me tell ‘em how I feel’

 
image
 
The Stooges
The Stooges
1969

 

Filmpje.

‘Ik wil hier stoppen’, zegt Wayne Kramer, ex-MC5 gitarist, ex-dealer, ex-gevangene, afgekickt – The Clash zong over hem in ‘Jail guitar doors’.

Kramer wil vandaag via rock’n’roll mensen van het slechte pad af houden, terwijl ik denk: de meeste mensen die mogelijk het slechte pad opgaan luisteren vandaag naar iets heel anders dan rock’n’roll, maar soit.

De man draait ergens in Ann Arbor, of is het Detroit, Michigan de parking van de Route 66 Lounge op. Hij vertelt dat hij in dat truckersrestaurant dikwijls iets ging eten met Fred Smith en Rob Tyner, gasten met wie hij eind jaren 60 op het punt stond MC5 op te richten.

‘Fred heeft ideeën over wat de groep moet worden: sterk, arrogant ook, en hij gooit een glas om en zegt: ‘Dat is wat we moeten doen, de dingen kapot gooien’. Rob zegt: ‘Dat is niet cool. Zo bereik je niks.’ Waarop Fred: ‘Wat ga je er tegen doen?’ Rob: ‘Ik ga er tegen doen wat ik er moet tegen doen.’ ‘Ok, vechten dan’, zegt Fred, en dus gaan we naar buiten, het is putje winter (Kramer stapt uit zijn wagen en zegt tegen de cameraman: Kom je eruit, dan kan ik het je vertellen?). Fred en Rob doen alle twee hun jas uit (Kramer gaat in bokshouding staan) en beginnen rond te cirkelen. Fred slaat een paar keer, maar niet raak, he throws a couple of jams, en dan slaat hij raak, Paw, maar Rob slaat terug, en er ligt overal ijs, dus ze glijden uit en Rob belandt op de grond. Fred zit bovenop hem, en zegt: ‘Ik zou je gezicht kunnen kapotslaan, nu’. Rob kijkt naar boven en zegt: ‘Waar wacht je op?’ And it fucks Fred up. It fucks him up. Omdat hij beseft dat geweld hem geen antwoord gaat geven. Hij weet: via geweld ga ik niet winnen.’ (Kramer pauzeert kort) ‘Het was eh, diep. Voor ons tieners was vechten het antwoord op alles, en nu trokken we een gebied in dat niet op de kaart stond. We reden vijf uur rond, analyseerden alles, die nacht werden banden gesmeed. It was cool.’ (Kramer stapt in zijn wagen en rijdt weg)

De coole banden die werden gesmeed leidden inderdaad tot het redelijk for real revolutionair ingestelde MC5 (documentairestem: ‘They had F.B.I. files before their first record deal’). En ze konden er blijkbaar live wat van. De energie! De eigen rauwe kracht waar ze gaan in staan! De coolste lichting 1970-studenten die u ooit bij mekaar hebt gezien! Het concert dat omzeggens ónder de Detroitse snelwegbrug plaatsvindt!
 

 

De man die voor Electra records naar Detroit trok om MC5 te tekenen legde een voorlopige 20.000 dollar neer. Hij kreeg overigens van de groep de raad ook eens naar hun little brother band The Stooges te gaan kijken, en strikte die vier snotneuzen een dag later met hello money ten bedrage van 5000 dollar; voor Electra records vier keer minder dan 20.000, voor The Stooges gewoon 1000 keer meer dan ze die dag samen op zak hadden.

Maar wacht eens, ik zit hier nu dvd te kijken en de cd-hoesnota’s van platenfirmaman Danny Fields uit 1988 over te schrijven, terwijl: ‘The Stooges’ was mijn favoriete eh, jaren tachtigplaat.

Het trage, The Doorsachtige ‘We will fall’ en het evenmin wereldschokkende ‘Ann’ daargelaten, won ongeveer alles van ‘The Stooges’ op onze kotfuiven van The Beastie Boys, Hüsker Dü en Jacques Dutronc. Naar het schijnt klonken The Stooges ook op New Beatnachten. En dat uitje met de ingrediënten ‘Amerikaanse saus’, ‘Brandy’ en ‘blijven maffen bij iemand die een wit tapijt had liggen dat ’s ochtends vol rode plekken zat’, ik weet zeker dat ‘The Stooges’ toen in mijn plaats heeft overgegeven.

Tekstanalyse? Graag. ‘Maybe go out / maybe stay home / maybe call mum on the telephone’ won met de vinger in de neus de Nobelprijs voor de Literatuur, zij het in de categorie garagerock uit de sixties. De andere genomineerden waren The Sonics met ‘Baby, you’re driving me crazy / I’m going out of my head / Now i wish i was dead / Psycho’ en ‘A-well-a everybody’s heard about the bird / B-b-b-bird, bird, bird, b-bird’s the word’ van The Trashmen.

Natuurlijk speelt bij The Stooges anno 1969 een geweldige, met twee woorden (wahwah en fuzz) sprekende gitarist Ron Asheton. Natuurlijk is de ritmesectie Dave Alexander-Scott Asheton als twee holbewoners op jacht op mekaar afgestemd. En natuurlijk verdient producer John Cale, die naar het schijnt aan de job moest beginnen met songs die vooral héél lang en héél ongestructureerd klonken, een medaille.

Toch moet iedereen de schaduw in, want opper-Stooge en enige echte Lizard King Iggy Pop tekent voor hét hoogtepunt als hij in ‘No fun’ in zijn heel eigen stotterende jazzscatvariant vertelt hoe hij zich voelt: ‘Well I said… Well I said c’mon right… I said c’mon right and… I said c’mon right and let me… I said c’mon right and let me tell ‘em… Let me tell ‘em how I… Tell ‘em how I… Tell ‘em how I… Tell ‘em how I… Tell ‘em how I… Tell ‘em how I feel… I said c’mon and let me tell ‘em how I feel… Yeah!… Yeah!… Yeah!… Oooh!…’
 

 

De beste ode aan ‘The Stooges’: die briljante, zich immer herhalende hoge noot op de piano die door producer John Cale werd ingespeeld in ‘I wanna be your dog’ (en die later ook de song ‘Raw power’ zal kleuren, maar daar was Cale niet meer bij), dié noot komt een seconde lang voor aan het eind van ‘Gimme shelter’ van The Rolling Stones. Ik denk dat de Stones dat bewust deden, maar als dat niet zo is, kan mij dat niks schelen, en blijft het de beste ode aan The Stooges.
 

 

Terug naar de hoestekst van Danny Fields uit 1988: ‘Twenty years later it’s still twenty years ahead of its time’. Dat moet dus worden: ’45 years later (olala) it’s still eh, 45 years ahead…’ Laten we rustig afwachten.

Nóg minder belangrijk: the stooges schrijf je zonder hoofdletters en door de onderkant van de t te laten zakken en onder de twee oo’s te laten doorlopen tot je contact maakt met de onderkant van de g.
 
image
 

Pinokkio en de krekel

 
image
 
Arvo Pärt
Tabula rasa
1984

 

Eerst een postduif naar de burgemeester van Antwerpen sturen: ‘Tabula rasa’ is niet ‘wit blad’, dat weet ik. Is ‘Schone lei’ een goeie vertaling?’ Antwoord: ‘Dat moet eigenlijk zijn: ‘Gladgestreken wastablet’.
 
image
 
Het is 1997 en de BBC pakt uit met ‘Modern Minimalists’: Björk praat met componisten van de 20e eeuw die op zoek zijn naar de essentie. We kijken naar kerktorens en waterspuwers terwijl we luisteren naar een fragment uit ‘Cantus in memory of Benjamin Britten’, een van de Arvo Pärtste werken van Arvo Pärt. Björk leidt haar bezoek aan de Estse toondichter als volgt in: ‘Arvo Pärt is een zogenaamd ernstige componist in wiens zeer gevoelige binnenste de hele strijd van de 20e eeuw woedt. Hij begon in wat we het 12-toonssysteem noemen, waarna hij een decennium lang bijna niets te zeggen had, om dáárna terug te komen met een compleet nieuwe stijl, die simpel was, en zuiver. Elke afzonderlijke noot werd belangrijk: je kon elke noot weelderig laten resoneren, je had dus geen 500 miljoen noten meer nodig. Je zou Pärts muziek minimalistisch kunnen noemen.’

Ik laat u in verband met het prachtige grafschrift voor Britten de keuze tussen een uitvoering die op de Proms standhoudt in een grote zaal en een studioversie met kennelijk verplichte zwartwitfoto’s van kerkhoven:
 

 

 

Toen Estland nog in de Sovjet-Unie lag, zocht Arvo Pärt naar een alternatief voor de hoekige, tegenstribbelende, soms atonale muziek die hij schreef. Ik ken niet veel werken van die voorgeschiedenis, maar ’s mans ‘Credo’ uit 1968 treedt redelijk spectaculair uit de oevers van een Bachprelude om poldervelden van waanzin op te zoeken middels collectieve koor- en orkestchaos. Na dat ‘Credo’ is het voor Pärt wél geweest met 20e-eeuwse vernieuwing. Dit eerste Credodeel moet u trouwens zien! Aan het eind speelt het orkest doodleuk ondersteboven:
 

 

Onder de indruk van Gregoriaanse gezangen en met een schrijfkramp in de leden, vraagt Pärt een orthodoxe priester om raad. De priester weet geen oplossing. Hij schrijft ook gebeden, zegt Pärt. ‘Kan dat misschien helpen?’ ‘Nee’, zegt de priester. ‘Alle gebeden zijn al geschreven. Je moet niks meer schrijven. Alles is al voorbereid. Je moet alleen nog jezelf voorbereiden.’

Pärt zal vele van die al geschreven gebeden lezen, en simpele, mysterieuze muziek maken. Die muziek klinkt als gebeden. Ze is niet meer atonaal. Ze lijkt buiten het tijdsgewricht te staan. De composities ‘Cantus in memory of Benjamin Britten’, ‘Tabula rasa’ en de twee versies van ‘Fratres’ (in totaal verschillende arrangementen) die op de 1984-cd van het ECM-label staan raken een snaar.
 
image
 

Tintinnabuli heet de stijl, en dat betekent letterlijk: genitief van tintinnabulum, van een kleine klok. Tintinnabuli technisch: twee stemmen, één in drieklanken, één niet. Pärt over linker- en rechterhand: ‘Als twee mensen wier paden lijken te kruisen, en dan toch niet’.

Nog volgens de componist: ‘Tintinnabuli is een domein dat ik in ging als ik naar antwoorden zocht – in leven, muziek en werk. Soms was het alsof alleen dáár betekenis te vinden was. Alles wat complex en veelfacettig was verwarde me. Toen ontdekte ik dat de drie noten van een drieklank als kleine klokken klonken.’

En ook: ‘Ik moest me gewoon op elk geluid concentreren. ik wilde elke grasspriet even belangrijk maken als een bloem’.
 
image
 
Sinds hij kleine klokjes hoort, is het gedaan met stilte en writer’s block. Tal van prachtcomposities zoals ‘Für Alina’, ‘Sarah was ninety years old’, ‘Arbos’, ‘Spiegel im Spiegel’ (op zondag 23 november 2014 in Klara’s Top 100 gestegen naar nummer 4), ‘An den Wassern zu Babel saßen wir und weinten’ en ‘Summa’ komen hem in de jaren 1976-1978 aanwaaien.

In een miniqueeste naar het waarom van de populariteit van Pärts muziek, blijf ik aan een detail plakken: omdat ik niet goed kan tegen de theorie dat mensen plots collectief hun ziel of spiritualiteit kwijtspelen, sta ik ook een beetje sceptisch tegenover de theorie die samengevat zegt dat Pärt ons die eindelijk teruggeeft. Zou hij ons niet gewoon een echo van klokken teruggeven, die vroeger in allerlei variaties (doodsklokken, noodklokken, tijd voor de mis, speciale feestdag, …) meldden wat er gebeurde, en nu bijna niet meer?

Björk is ondertussen in Pärts woonkamer beland. Ze heeft gelijk als ze zegt dat Pärts muziek vol ruimte zit: je kan erin binnen gaan, en er leven, je moet niet gewoon zitten luisteren. Björk krijgt overschot van gelijk van de componist als ze in zijn muziek Pinokkio én de kleine krekel hoort: ‘Er is een simpele en een minder simpele laag, zonde én knagend geweten zijn samen onderweg, dat is mijn muziek’, zal de componist zeggen. Alsook: ‘I’m very happy you talk about Pinocchio and the cricket’. Je ziet hem denken: door die zottin met die twee totskes op haar kop wil ik elke dag geïnterviewd worden.

Echo’s in de gewone wereld. Pärt zit te pas en te onpas overal: in series, in documentaires. Er is ook namaak-Pärt, zoals de begintune van ‘Six feet under’, die zéér schatplichtig is aan ‘Fratres’. In de video mooie meisjes, water, kaarsen en een spirituele meditatietrip in dat stuk van de bergen waar zich snel ronddraaiende camera’s ophouden. Natuurlijk is ook in de wereld van de klassieke muziek self-fashioning en vogue. Ach wat!
 

 

Pärt staat ook keurig alfabetisch gerangschikt tussen Pachelbel en Purcell in de lijst ‘Mogelijke Begrafenismuziek’. De jeugd, die het ABC steeds minder goed op orde kan leggen, kan hem, als een dierbare sterft (of als het langer dan gewoonlijk blijft winteren), ook gewoon googelen, ja zelfs spotify’en. Leve de vooruitgang!