Groot-Rusland

 
image
 
Peter Ilyich Tsjaikovski
Romances
1856-1893
Christianne Stotijn en Julius Drake

 

Ik zou kunnen zeggen: ‘Er staan 22 klassieke platen in Honderd, maar dan reken ik die van John Cale, Aphex Twin, Brian Eno & David Byrne, Swans en Sun Ra niet mee, en die van George Gershwin wel. Doe ik daardoor aan hokjesdenken? Veel erger, het is regelrechte idiotie.

Ik stel een andere breuklijn voor. In 1876 nam Alexander Graham Bell een (omstreden) uitvinderspatent op ‘de telefoon’, een combinatie van microfoon, elektromagneet, strakgespannen membraan, wisselstroom en luidspreker waarmee Bell zijn assistent aan de andere kant van het huis opbelde om te zeggen: ‘Ik wil u nu onmiddellijk spreken, kom naar hier’. De assistent liep onmiddellijk naar Bell.

Hoeveel verzamelingen composities van na de Belluitvinding in de lijst staan? 93. Cd’s met muziek die dateert van voor 1876: amper zes! Er blijft er inderdaad eentje over, want de verzamelde romances van Tsjaikovski zijn de enige aanwezige hoop songs die voor én na 1876 zijn geschreven.

Op z’n 16e schreef de man het prachtige ‘Moy geniy, moy angel, moy drug’ (‘Mijn beschermer, mijn engel, mijn vriend’), dat dateert van 1856. Maar er staan op deze cd ook twee composities uit Tsjaikovski’s stervensjaar 1893. In die liederen rinkelt uiteraard nergens een telefoon.

Een zomermiddag in het Brusselse Conservatorium halfweg het eerste decennium van de 21e eeuw. Ik zit tussen mensen die bijna allemaal ouder zijn dan ik – een hele prestatie, want de meesten op aarde zijn dat niet. Opvallend veel aanwezigen dragen iets beigekleurigs. De klapstoeltjes zijn gemaakt in een tijd waarin mensen niet groter werden dan 1 meter 70. Op de balkons is er nog minder beenruimte. De middagconcerten kaderen in Midi Minimes, een festival dat twee zomermaanden lang voor bijna geen geld elke weekdag een tik van een half uur uitdeelt, net genoeg voor een strijkkwartet, twee sonates, of iets uit Turkmenistan.

In de brochure zie ik ‘Liederen van Tsjaikovski’ staan, waarvan ik er geen enkel ken. Een wel zéér frêle vrouwtje, de ribben duidelijk zichtbaar door een groen zijden kleedje, gaat naast een piano staan en zingt ‘Ochego?’ – ‘Waarom?’ in het Russisch – en ik weet in de verste verte niet hoe ze het doet, maar ’t is alsof ik in de trein door een groot land sjok, en dat land heeft berkenbomen en een aangeboren talent voor melancholie. Groot-Rusland is het juiste antwoord.

Vandaag begrijp ik het iets beter: Tsjaikovski is doorgaans een ballet met een zwarte en een witte zwaan, een vioolconcerto dat heel de tijd blinkt van de virtuoze trots, een pompeuze wereld gevolgd door staande ovaties. Deze liederen maken zich onnoemelijk veel kleiner.

Mezzosopraan Christianne Stotijn en pianist Julius Drake, die overigens niét de uitvoerders zijn die me in het Brusselse Conservatorium de weg hebben gewezen, openen hun cd ‘Romances’ ultragracieus via ‘Onder het kabaal van het bal’. In de piano ontmoeten twee dansers mekaar op een gemaskerd bal. Aan het eind gaan ze uit mekaar. Van een tweede ontmoeting komt met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niks.
 

 

Bij romance 2, die middenin losbarst en later opnieuw gewoon ademhaalt, ervaar ik het dubbele gevoel dat ik ook heb bij een gitzwart groepje uit Manchester dat hoger in de lijst staat en daarom nog niet bij naam genoemd mag worden: ik voel me weggetrokken worden, maar op superprofessionele wijze.

Het lied ‘Zoals op hete as’ vergelijkt de ellende van de dichter met een langzaam in hete as smeulend manuscript. Wens: een vlam die alles sneller opbrandt. In het Russisch: Kak nad gorjacheju zoloj. In het Cyrillisch: Как над горячею золой.

Ik besluit niet overal alles te gaan opzoeken, en bijvoorbeeld naar de binnen tuimelende piano van het snel rustiger wordende ‘Verzoening’ te luisteren en teksten te horen die klinken als Bwa vasjna moiou shente iszjitavela; mijn geheel eigen verzonnen peuter-Russisch.

Van ‘Wiegelied’ lees ik wel nog de vertaling: de wind, de arend en de zon waren ingehuurd om ‘Slaap kindje slaap’ te zingen, maar de arend vloog naar huis, en de zon verborg zich onder water. De wind moet bij zijn moeder een reden opgeven voor zijn afwezigheid: ‘Ik joeg niet op de golven van de zee / ik heb het goud van de sterren niet aangeraakt / ik heb op een kindje gepast / en zijn wiegje geschommeld’.

Het in de eindsprint aanwezige koekoekslied blinkt evenmin uit in diep gepeins van een in eenzaamheid gedompelde mens. Maar de meeste songs wel: ‘Terug zoals voordien alleen’ bijvoorbeeld heeft duidelijk meer dan één regendag in november achter de rug.
 

 

Volgens Christianne Stotijn ligt heel de cd die ze met Julius Drake maakte in het lied ‘Mijn beschermer, mijn engel, mijn vriend’ besloten. Haar uitleg: ‘De ik-figuur ervaart een spiritueel contact en put daar troost uit en dat gaat enorm diep. Zo’n lied hoef je bijna niet te zingen, fluisteren volstaat.’
 

 

Stotijn voegt er aan toe dat hier – een paar uitzonderingen daargelaten – zeer bewust de meest verstilde Tsjaikovskiliederen zijn geselecteerd en dat alles vrij licht en minimaal wordt opgediend. Ik vind op cd en op Youtube geen enkele versie van deze werken die van zoveel bombast zijn ontdaan in de stem, en waaruit zoveel tierlantijntjes zijn weggevallen in de piano. Nuance: ik heb mijn mening niet getoetst aan die van de gemiddelde Rus(sin), maar ik vermoed dat die het meer heeft voor de variant in onderstaande video. Ik hou het bij deze versie geen twee minuten uit:
 

 

Tsjaikovski is in Rusland een versteend genie wiens grote werk bij het meest bombastische en hyperromantische van de muzikale canon hoort, en mede daarom is er heel wat te doen geweest rond de postume coming out van ’s mans homofilie. Nieuwe interpretaties stellen dat zijn genie ‘derhalve volledig wortelt in zijn onorthodoxe oriëntatie’. Is daarom de onvervulbaarheid van de homoseksuele liefde hier het onderwerp? Ik hoor rekenschap afleggen, maar geen idee waarover.