A strong though loving world… to die in

 
image
 
John Cale
Music for a new society
1982

 

Al surfend naar echo’s over de op 49 belande Robert Wyatt ontdekte ik dat in het land Albion het werkwoord Wyatten bestaat. Het betekent: in de moderne pubjukebox met z’n oneindige afspeellijsten net dié muziek selecteren die de mensen gegarandeerd de pub uit jaagt. Ik moet meteen denken aan mogelijke varianten: dance halls en boilerrooms Tindersticksen en Weense nieuwjaarsconcerten Skrillexen. Wyatts muziek, en kennelijk vooral zijn cd ‘Dondestan’, is natuurlijk zeer geschikt om aan Wyatting te doen – de man liet trouwens weten altijd al een werkwoord te willen zijn. De John Caleplaat waarmee u de mensen het makkelijkst uit de pub Wyatt, moet ‘Music for a new society’ zijn. Je krijgt natuurlijk nooit iedereen buiten. Als iemand met die plaat wil spoken, ga ik wellicht nog iets bestellen, want het is met voorsprong mijn favoriete Cale.
 
image
 
Boven een kaalgeplukte begeleiding, met pling en plong overal van de partij, begint John Cale er in ‘Taking your life in your hands’ niet aan met die norse rockstem waarmee hij zich al eens kwaad maakt (‘Guts’) of zich een flard van de oerschreeuw herinnert (de geweldige uithaal ‘Fear is a man’s best friend’ en de cover van ‘Heartbreak hotel’). De verteltrant is kalm, maar een lineair verhaal moeten we niet verwachten.

Er doen in opener ‘Taking your life in your hands’ kinderen mee die de school verlaten en ‘blauwe mannen in uniform’. Een moeder verbergt haar tranen. De beschaving en haar geschiedenisboeken mogen vernietigd worden. De moeder heeft iets gestolen. Een jongen aan de schoolpoort hoopt dat hij zijn moeder nog eens ziet bij die rare school, maar de uniformen zeggen dat dat nooit meer zal gebeuren, cause she took those lives in her hands. Is de vrouw een ordinaire dievegge? Een prostituée? Een massamoordenares? Zijn kind of moeder gehandicapt? Nog steeds geen flauw idee van!
 

 
In ‘The thoughtless kind’ start een metronoom. Uit de piano komt niet veel warms. En wordt er gedrumd of valt er af en toe iets om? Een doedelzak waarvan je weet dat hij straks zal uitleiden, maakt al fantoomklanken. Een echt spookgeluidje stelt evenmin gerust. De song is graatmager, en net voor een mini-arrangement de weg wil wijzen, valt de muziek volledig weg, en blijft alleen de stem van Cale over: ‘If you grow tired of the friends you make / Never ever turn your back on them / Say they were the best of times you ever had / The best of times with the thoughtless kind’. Na wat akelig gelach zijn de doedelzakken daar echt.
 

 
‘Sanities’ heette op de lp van 1982 ‘Santies’, en moest daar eigenlijk ‘Sanctus’ zijn. Een vrouw die bang is voor haar hebzuchtige moeder hoort engelen gloriëren boven al haar mislukkingen. Volgen: schaamte, gesloten ramen, medicijnen die niet werken, en de vroedvrouwen die de deuren op slot hebben gedaan, want ze verstonden het niet… weer meer hints dan verklaringen. De sfeer is die van de Nicoplaten die John Cale ruim een decennium eerder producete. De rivier wordt bij nacht doorzocht, een gezicht draait zich om. Miskraam? Moord? De opsomming die volgt is alvast een van de pakkendste momenten op de plaat: ‘Sure of what the world had offered a tired soul / From Istanbul to Madrid / To Reykjavik, to Bonn / To Leipzig, to Leningrad / To Shanghai, Pnonm Penh’… Drums en piano struikelen nu over elkaar, en na ‘All so that it would be a stronger world / A strong though loving world…’ valt alles stil, en blijft alleen Cales stem over: ‘A strong though loving world / to die in’.
 

 
In ‘If you were still around’ klinken keyboards als een kerkorgel: ‘If you were still around / I’d chew the back of your head / ‘Til you opened your mouth / To this life’. Het bekende ‘Close watch’ volgt in de mooiste, en waarom niet, definitieve versie. Aan het eind weer doedelzakken, waar oorspronkelijk de stem van Cales moeder had moeten komen, die de Welshe traditional ‘Ar Lan Y Mor’ had ingezongen via de telefoon. Ik hoor Cale op Youtube voor het eerst dat ‘Ar Lan Y Mor’ brengen. Als hij ooit een cd uitbrengt met liedjes in het Welsh, koop ik ‘em onmiddellijk.
 

 

 

‘New society’ sluit af met een tekst van Sam Shepard, die door Cales toenmalige vrouw wordt voorgedragen terwijl op de achtergrond Radio Moskou opstaat. ’t Gaat over iemand die verwantschap voelt met de radio, niet zozeer met de muziek als wel met de stem die eruit komt. De man slaapt met de radio, spreekt tot de radio, verschilt van mening met de radio en gelooft in een radioland ver weg van hier. Hij gelooft zelfs dat hij uit Radioland verbannen is.
 

 

Zo’n vrije radicalen had ik in de jaren 80 nooit eerder gehoord; de plaat was toen een regelrechte schok. Vandaag hoor ik op ‘New society’ klanken die toevallig ergens belanden, adjectieven die verkeerd staan, sentiment en verachting, nostalgie en walging, lef en talent. John Cale had in 1982 al veel watertjes doorzwommen, had net een korte, naar zijn doen commerciële comeback gemaakt met ‘Honi soit’, en toen moest er zonodig iets anders gebeuren, iets dat in handen van minderen verschrikkelijk melig of klotekunstzinnig zou zijn geworden, maar in de handen van John Cale in een tijdspanne van 10 bloed-, zweet- en tranendagen tot een meesterlijke uitdrijving uitgroeide.

‘Music for a new society’ hakt er zwaar in, is Cales ‘Berlin’ en krijgt als adviessticker ’21+’.