Change your mind

 
Tijd voor een overzicht van de 30 (naar mijn smaak) minst goeie platen van Honderd. U mag die platen ook de septemberplaten noemen.

100. James Brown ‘Live At The Apollo’ – 1962
99. Johann Sebastian Bach ‘Goldbergvariaties’ (door Glenn Gould) 1955 & 1981
98. The Fall ‘Hex enduction hour’ – 1982
97. Nick Cave and the Bad Seeds ‘No more shall we part’ – 2001
96. Tourist ‘Antwerps testament’ – 2010
95. Heitor Villa-Lobos ‘Bachianas Brasileiras’ – 1930-1945
94. Swans ‘The seer’ – 2012
93. The Specials ‘The Specials’ – 1979
92. Rage Against The Machine ‘Rage Against The Machine’ – 1993
91. King Krule ‘King Krule EP’ – 2011
90. Smog ‘Red apple falls’ – 1997
89. Franz Schubert ‘Der Tod und das Mädchen’ – 1824
88. John Cale ‘Fragments of a rainy season’ – 1992
87. Béla Bartók ‘De zes strijkkwartetten’ – 1909-1939
86. Orbital ‘In sides’ – 1996
85. Spinvis ‘Spinvis’ – 2002
84. Scraping Foetus Off The Wheel ‘Hole’ (1984) en ‘Nail’ (1985)
83. Titus Andronicus ‘The airing of grievances’ – 2009
82. Robert Schumann ‘Dichterliebe’ – 1840
81. The Rolling Stones ‘Exile on main street’ – 1972
80. Charles Ives ‘The unanswered question’ – 1906
79. Arctic Monkeys ‘Whatever people say I am, that’s what I’m not’ – 2006
78. fIREHOSE ‘fROMOHIO’ – 1989
77. Gavin Bryars ‘Jesus’ blood never failed me yet’ – 1971/1993
76. Nick Cave And The Bad Seeds ‘The firstborn is dead’ – 1985
75. Joan Armatrading ‘Back to the night’ – 1975
74. Dire Straits ‘Dire Straits’ – 1978
73. Ludwig van Beethoven ‘Piano sonate nr. 23 in f’ (‘Appassionata’) – 1803-1806
72. Wu-Tang Clan ‘Enter the Wu-Tang (36 Chambers)’ – 1993
71. David Byrne & Brian Eno ‘My life in the bush of ghosts’ – 1981

De snelste weg naar een van bovenstaande platen is die via de tags met artiesten.

En nu, back to business.
 

GetAttachment-3.aspx
 
Neil Young and Crazy Horse
Sleeps with angels
1994

 

In 1991 neemt Neil Young tijdens een Amerikaanse tournee in zijn voorprogramma Sonic Youth mee. Hoofdreden: hij vindt ‘Expressway to yr skull’ een uitstekende song, en als hij zin heeft wil hij daarnaar luisteren voor hij zelf op moet. Fair enough. Maar stel: u bent in 1991 50 jaar oud, u woont in Albuquerque, ’s middags barbecuet u wat met een biertje erbij, en u kijkt uit naar ‘Hey hey, my my’, ‘Cinnamon girl’ en ‘Like a hurricane’. U wurmt zich tot op de 25e rij. Dan krijgt u dit:
 

 

De officiële uitleg is dat het Amerikaanse Neil Youngpubliek ofwel hevig voor was, ofwel hevig tegen. Het verslag van Sonic Youth zelf: ‘Mensen verveelden zich niet, Neil Young vond ons goed, zijn groep vond ons goed en we vonden onszelf goed’.

Het kan Neil Young naar verluidt weinig schelen wat mensen van zijn muziek vinden. Het kan hem dus ook niet schelen dat iemand onlangs in een tijdschrift ‘Sleeps with angels’ een heel saaie, slaapverwekkende N.Y. & Crazy Horseplaat vond. Het kan hem evenmin schelen dat ik het de beste Neil Youngplaat van allemaal vind.

Neil Young gaat in ’94 opnieuw voor Crazy Horse, mijmert in april van dat jaar over Kurt Cobains zelfmoord en lijkt bij het componeren de begrafenisdeadline net niet gehaald te hebben: ‘Sleeps with angels’ ligt al in augustus van dat jaar in de winkel. De waarheid is: de meeste songs staan al voor Cobains zelfmoord in de steigers.

Een beetje een doorslag van ‘Tonight’s the night’, ‘Harvest’ en ‘After the goldrush’, zeggen sommigen over de plaat, en dat is niet bezijden de waarheid: melancholie overheerst en Young zit via Cobain weer in een soort needle and the damage done-sfeer die lang niet over al zijn werk hangt.

De grove korrel van Crazy Horse is anders dan anders omdat de groep de opdracht kreeg heerlijk slordig, maar ook ingehouden te spelen.

Het is een moe klinkende Neil Young die ik uit het doosje haal. De plaat opent met het heel voorzichtige optimistisme van ‘My heart’ (‘It’s not too late / I’ve got to keep my heart’).
 

 

‘Western hero’ en ‘Train of love’ zijn dezelfde song (en dus twee keer niks voor wie niet van sterke countrykoffie houdt). ‘Prime of life’ en ‘Driveby’ zijn op het eerste gezicht yin- en yangtegenpolen, maar Young werkt niet met zwart naast wit: de eerste song voelt zich goed, maar weet dat het niet gaat duren, de tweede berust na een aangerichte drive by shooting, hier droogweg omschreven als a random kind of thing.

‘Safeway cart’ is een andere weemoedige wandeling door een minder stadsdeel. De 16 minuten van ‘Change your mind’ zijn mijn favoriete lange Neil Youngrit: beter nog dan neef ‘Ordinary people’ en tante ‘Like a hurricane’. De song is een af en aan van wijsheid en irritatie en van afstand en betrokkenheid. Het speelt zich allemaal af binnen het universum van de liefde: soms een bitch, soms gewoon dagelijkse sleur en de macht der gewoonte, maar elke dag ook een waterkansje op een klein beetje magie, en heel af en toe natuurlijk een klap van de molen. Mijn interpretatie van de tekst bevindt zich waarschijnlijk aan de klote-realistische kant.

‘Change your mind’ wordt door ‘Blue eden’ achternagezeten: hier veruit de meest bewolkte Crazy Horsehemel, maar net geen plensbui.

Neil Young brengt in 1994 overschotten van ervaringen van een oude wereld (studentenrellen in Ohio, de vervreemding van een zich te vroeg oud voelende loner, en vooral: tot de dood lijdend drugsgebruik in de sixties en seventies) naar een nieuw, eveneens hard en eveneens koud tijdperk. Hij doet dat wel meer op z’n platen. Deze ken ik gewoon het best, en daarom vind ik ‘em de beste.

Naar de tekst van de titelsong, die over Cobain en Courtney Love gaat, luister ik al lang niet meer. Deze plaat is voor 90% een sonoriteitskwestie geworden.

Ik zou gerust ‘Piece of crap’ mogen vergeten te vermelden: een vuile rocker tegen de dwangneurose genaamd consumentisme, maar ook mijn enige ‘het zal wel’-moment van ‘Sleeps with angels’. Maar ik vermeld ‘Piece of crap’ wel. En ik skip de song ook nooit.

‘Sleeps with angels’ is vooral grijs. Grijs is het nieuwe zwartwit.

 

 

 

De kleine schoorsteenveger

 
GetAttachment-2.aspx
 
Boudewijn de Groot
Hoe sterk is de eenzame fietser
1973

 

‘Hoe sterk is de eenzame fietser’. Geen vraagteken!

Opener ‘Terug van weggeweest’ is een midlife-lied. Het balanceert vandaag perfect tussen toen en nu: ‘Hou eindelijk eens op / te zeuren over vroeger / Degene die steeds omkijkt / die valt op zijn gezicht / Je bent alleen maar bang / voor wat er nog kan komen / Dat kan zoveel niet wezen / hou nou je mond eens dicht’. Ik heb hier ooit met kinderoren naar geluisterd en herinner me opnieuw waar de meubelen stonden. Maar: er zitten ook een tekst en een gitaarsolo uit 1973(!) in die ik vandaag goed vind. Faut le faire!

‘Eenzame fietser’ is ook als geheel terug van weggeweest. Ik vond de plaat fantastisch tot Urbanus kwam zeggen dat als moeder zong heel het huis in vreugde was (tot ze slagen kreeg van de kachelpook) en tot Raymond van het Groenewoud het had over een hondje dat kilo’s champignons at. ‘Constant degoutant’ van Kamagurka en De Vlaamse Primitieven was in die tijd ook in de buurt. Boudewijn de Groot werd een paar decennia lang weggezet als ‘iets voor kleffe bezinningsweekends’. Tot onlangs.

Feiten: deze plaat komt in de Groots carrière na de uitstekende onzinsingle ‘Strand’, na de sixtieshits waar ik niet meer warm voor loop, na de Dylan-, Kinks- en Aznavourcovers, na de picknick uit het psychedelische Tomorrowland van toen en na de heksensabbat vol zeikweer.

Net voor de oliecrisis belanden tekstschrijver Lennaert Nijgh en de Groot met de voetjes op de grond en schrijven ze nog snel een op de oude leest geschoeide succesplaat voor Rob De Nijs. Natuurlijk ken ik ze allemaal nog: ‘Malle Babbe’, ‘Jan Klaassen de trompetter’, ‘De avond’ (dat tot mijn verbazing vandaag in een nieuwe versie de Groots grootste hit ooit blijkt), ‘Dag zuster Ursula’ en ‘Leonardo’ met het geweldige ‘Vol van bijgeloof en inteelt / onder bruine vilten hoeden / kruipt het stadsvolk bij elkaar / Leonardo is een tovenaar’. Daarna is het tijd voor ‘Hoe sterk is de eenzame fietser’.

Er duikt op ‘Eenzame fietser’ een reiziger op die zegt: ‘Ik ben veranderd / Ik ben hier niet meer thuis / Maar laat de kinderen komen / De kinderen van dit huis’.

Er staan nog twee paar schoenen in Madrid. Een zak met wasgoed is in Parijs gebleven.

‘Tante Julia’ kent u van borsten en schouders, en van de klank van een radio van lang geleden. Er is blijkbaar een carnavalsversie die ik nooit heb gehoord. Of vakkundig heb verdrongen; nog beter.

Er wordt ook nagedacht over de toekomst van de kleine ‘Jimmy’ die in een stoeltje vooraan op de fiets zit. Als hij maar geen halfdood geschopte voetballer wordt, of een bord van de zakenman voor zijn kop krijgt. Maar vooral: wat een akoestische gitaaraandrijving! De hele plaat is van kop tot teen groots geproducet en fijn afgewerkt tegelijk. Als een vleugje country nodig is, weet iemand het op te roepen. Als een half orkest invalt zit het niet meteen tegen de traanklieren aan te beuken.

Ruud Engelander vertaalt twee William Blakegedichten. Fragment uit het eerste: ‘Then come home, my children, the sun is gone down/ And the dews of night arise / Your spring and your day are wasted in play /And your winter and night in disguise’. Dat wordt hier: ‘Kom nu naar huis, mijn kinderen / het is al veel te laat / De klok van de toren slaat 11 / Je lente, je daglicht verspil je met spelen / En je winter, je nacht, als een ander dan jezelf’. Een bijzondere vertaling. Ook voor de song geldt: horen is geloven.

Ook ‘The chimney sweeper’ wordt uit Blakes songs of experience gelicht: ‘Omdat ik best tevreden was / al hadden we het niet rijk / en ijzige kou me niet kon deren / kleedden ze me in zwarte dodenkleren / en leerden ze me het lied van ongelijk.’

William Blake stierf in 1827. Hij schreef songs of innocence en songs of experience. Denk een lam en een tijger. Denk een moeilijk huwelijk tussen hemel en hel, goed en kwaad, energie en rede. De verbeelding staat bij William Blake boven de zintuiglijke waarneming, de natuurlijke orde boven de vroege industriële revolutie, de gekleurde ets op een koperen plaat boven de drukpers met z’n massaproductie.

‘The doors of perception’ is van Blake. De tekst van het gedicht ‘And did those feet in ancient time’ schopte het als ‘Jerusalem’ bîjna tot Brits volkslied, en is een essential op de Britse Proms. Het begin ervan – ‘And did those feet in ancient time / Walk upon England’s mountains green? / And was the holy Lamb of God / On England’s pleasant pastures seen?’ – heeft met het gerucht te maken dat de jonge Jezus ooit Glastonbury zou bezocht hebben.

De Britse en bij uitbreiding Amerikaanse muziekgeschiedenis zit vol grote en minder grote wegwijzers naar Blakes werk. De playlist hieronder is als een eenzame fietser zo sterk, maar is ook zéér onvolledig.
 
image
 
image
 

 

 

Ramones!

 
GetAttachment-4.aspx
 
Ramones
Ramones
1976

 

Ik heb het debuut ‘Ramones’ van Ramones zelfs niet in huis. ‘Ramones’ van Ramones klinkt gewoon beter dan ‘Hey! Ho! Let’s Go: The Anthology’ en ‘It’s alive’, samen prijs- en kwaliteitsgewijs de twee beste Ramonesplaten.

‘Hey! Ho! Let’s Go: The Anthology’ omdat ook een best of van Ramones bij het onevenaarbare, prille begin van ‘Ramones’ (‘Blitzkrieg bop’, ‘Beat on the brat’, ‘Judy is a punk’ en ‘I wanna be your boyfriend’) moet beginnen, maar met de vinger in de neus kan winnen van dat knaldebuut omdat het ook ‘Sheena is a punkrocker’, ‘California sun’, ‘Pinhead’, ‘Commando’, ‘Rockaway beach’, ‘I wanna have something to do’ en ‘Gimme shock treatment’ kan opstellen, en ‘I wanna live’ en ‘Pet sematary’ als er gekwetsten zijn; op de bank zitten trouwens nóg kleppers.

‘It’s alive’, omdat de titel eens iets anders is dan ‘live’ en ‘comes alive’, omdat het is opgenomen in Londen terwijl het 1978 aan het worden is, en omdat het allemaal nog veel beter, straffer, compacter, vetter et cetera klinkt dan de optredens die ik van hen heb meegemaakt.

Ramones vragen niet om een ontleding, ze vragen om nog eens opgelegd te worden, dus wat te zeggen als ik niets wil zeggen? Dat veel Ramonessongs I don’t wanna in de titel hebben (‘I don’t wanna grow up’, ‘I don’t wanna walk around with you’ en ‘I don’t wanna go down in the basement’, bijvoorbeeld). Omdat Yin graag met Yangeke speelt, is er ook ‘I wanna live’, ‘I wanna be your boyfriend’, ‘I wanna be well’, ‘Now I wanna be a good boy’ en – fuck, daar gaat mijn theorie – ‘I wanna be sedated’ en ‘Now I wanna sniff some glue’.

Stel dat een fan iemand is die een idool in het hart draagt vanwege de uitstraling van zijn kunst, en een idool het omgekeerde: iemand die om diezelfde uitstraling vereerd of bewonderd wordt. Ben ik dan Ramonesfan? Aan verering wil ik niet beginnen; een schrijn vraagt te veel onderhoud. Bewondering wordt op de duur ook onnozel. Ramones zijn geen idolen, misschien omdat ze meer zijn dan idolen. Ze doen mij denken aan de bedenkers van Tom and Jerry, de ontwerpers van de gitaar, de uitvinder van de fiets. Ramones zijn er gewoon. Joey, Deedee, Johnny en Marky Ramone zijn vier broers van wie sommigen beweren dat ze geen broers zijn en uit Forest Hills, Queens komen en niet uit een droom.

Mocht ik 20 jaar jonger zijn, zou ik misschien de schouders ophalen en niet vinden dat ze nog steeds zowat iedereen onderuit rammen. Mocht ik 20 jaar ouder zijn, stonden mogelijk Buddy Holly en Chuck Berry in deze lijst, maar de schoolbel in ‘Rock ‘n’ roll highschool’ ging voor het eerst af toen ik nog dagelijks schoolbellen hoorde afgaan, en dus Ramones op 68.

Hieronder een glimp van hun concert in Londen op 31 december 1977.