A night in the life

 
image
 
Arctic Monkeys
Whatever people say I am, that’s what I’m not
2006

 

Zometeen wordt er zwaar uitgegaan op deze plaat, die we van song twee tot en met acht A night in the life of a Sheffield geezer zouden willen dopen.

Eerst komt de piepjonge Alex Turner met zijn uitzicht vanuit de wachttoren van de namiddag aandraven. Hij is in ‘The view from the afternoon’ nog nuchter en weet: ‘Anticipation has the habit to set you up / For disappointment in evening entertainment but / Tonight there’ll be some love’. De vraag luidt dus: ‘Zullen verwachtingen wéér niet worden ingelost, of maakt hij vanavond toch kans?’ Terwijl hij de dingen tegen mekaar afweegt, rijdt een limo voorbij. Dronken, brallerige, maar hopeloze meisjes hangen uit het open dak. De konijnenoren zijn roze, de duivelshoorntjes rood. Gewoon een hen party, omdat vrijgezellenavond een te slap woord is. De verteller laat de limo passeren en heeft nog steeds friday on his mind: hij wil nóg een keer zien wat hij al zoveel keer heeft gezien.
 

 

En dus zit hij, als de avond valt, in te pinten in de pub. Er zijn er die de jackpot van de fruitautomaat winnen, ze stoppen het gewonnen geld er opnieuw in en leren dat ze van die eenarmige bandiet uiteindelijk nooit winnen. Turner denkt: ‘Als ik vannacht in dronken toestand maar geen sentimenteel tekstbericht stuur, want de geadresseerde die op sterretje en ontgrendel duwt zal dan vooral onthouden dat ik wéér ladderzat ben geweest.’

Maar voorlopig is het nog niet donker. Er is in de pub zelfs oogcontact. ‘I bet you look good on the dancefloor’ betekent: straks zal zij misschien dansen op die altijd eendere electropop, zoals een robot uit 1984. Die muziek is al niet Turners ding, maar aantrekken en afstoten gebeurt altijd en overal tegen een achtergrond van dj-sets en dirty dancing, met nergens een spoor van grotere gevoelens, laat staan van Montagues en Capulets.

Staat ook te lullen aan de toog in ‘Fake tales of San Francisco’: een collega-muzikant. Eén met het juiste hoedje, en met een glas wijn. Hij is in San Francisco geweest, beweert hij. De verteller heeft hem eens z’n lyrics uit het hoofd zien leren in de toiletten net voor hij op moest. Dat zijn groep onbenullig is viel ook af te lezen aan het microfoongepiep. Een meisje op de voorste rij nam tijdens het optreden zelfs haar gsm op, liep naar buiten en zei tegen wie belde: ‘Je hebt me gered, want de groep die ik stond te bekijken is kouwe kak’. De muziek van ‘Fake tales’ is bedaarder dan die van song 1 en 2, maar een lichte ontploffing aan het eind verraadt ook hier de invloed van wie aan de Monkeys voorafging: The Libertines (die in deze variant perfect over een lange witte lijn kunnen lopen) en The Strokes (in een minder drammerige upgrade).

De dansschoenen worden nu echt aangetrokken, maar de verlegenheid raakt in de club met moeite afgeschud. Turner zegt dingen tegen zichzelf als ‘Blozen ziet toch niemand in het donker’ en ‘Laten we wel wezen: er is maar één reden waarom je deze club bezoekt, en da’s om een griet te versieren, so get on with it’.

‘You Probably Couldn’t See For The Lights But You Were Staring’ dendert harder door op hetzelfde thema; de zanger wordt nu genegeerd door de knapste en populairste jonge vrouw op de dansvloer. Hij focust dan maar op een opgeschminkt, leeghoofdig prinsesje (‘You know nothing, but I’ll still take you home’).

Bij het naar buiten gaan eerst nog even de flikken jennen in ‘Riot van’. Als een agent zegt dat hij er niet oud genoeg uit ziet om al te drinken (dus jonger is dan 18), geeft hij het totaal verkeerde antwoord: ‘I’m sorry, officer / Is there a certain age you’re supposed to be / Cause nobody told me’.

‘Red Light Indicates Doors Are Secured’ sluit de nacht af met een taxirit naar huis. Kunnen ze er met zes in? Nee, en zeker niet met voedsel. De knappe griet van daarnet en een bijna-vechtpartij aan de taxihalte worden besproken, de verteller zit met z’n rug naar de chauffeur, en ze moeten onderweg nog iemand afzetten, dus zegt hij High Green via Hillsborough please. De meter staat al op 2,50£ en ze zijn pas vertrokken, dus wiIllen ze er met z’n allen uitspringen, maar dat zal niet lukken want inderdaad: red light indicates doors are secured.

Tot daar a night in the life of Alex Turner en zijn Arctic Monkeys die nog voor ze 20 zijn geworden al een parel van een pop’n’rock’n’ram’n’roll-plaatje hebben gemaakt. En het beste van ‘Whatever’ moet straks nog komen. ‘Mardy bum’ gaat eerst over een humeurige vriendin, en heeft een zachtheid met het bereik van grote popiconen als generatiegenote Lily Allen.

‘Perhaps Vampires Is A Bit Strong But…’ is een sneer naar jan-en-alleman die in Sheffield in de hype-via-internet-jaren die aan hun platencontract voorafgaan niet in de Monkeys hebben geloofd; de song heeft een Sonic Youth meets Dick Dale-einde.

En dan! De drie afsluiters! Eentje van stro, eentje van hout, eentje van steen. Het alom bekende ‘When the sun Goes down’ gaat over een in een Ford Mondeo stappend hoertje en haar scumbag van een pooier, ‘From the Ritz to the Rubble’ over na lang wachten in de rij vernederd worden door buitenwippers en ‘A certain romance’ is een beschrijving van chavs: luidruchtige witte hiphoppers wier gedrag Turner niet zó verschillend vindt van dat van jongens uit zíjn eigen clan als die ook een paar blikjes te veel op hebben. Andere observatie over die in trainingsbroeken gestoken brutaaltjes: ‘That’s what the point is not / The point’s that there is no romance around here’. Een zeer welkome, gematigde kijk op de lagere klasse (in een zeer klassenbewust Groot-Brittannië geen evidentie), maar vooral: een fantastische song, die ook de zin ‘There’s only music, so that there’s new ringtones’ bevat. Da’s al de derde keer dat de mobiele telefoon opduikt. Daar zongen The Kinks, The Specials, The Police, The Jam en The Smiths niet over. Arctic Monkeys wel.