De dissonant uitgekerfde trompet

 
image
 
Charles Ives
The unanswered question
1906

 

image

 

Charles Ives stond dus uitstekend met een hoed.

’s Mans minder dan 10 minuten durende ‘Central Park in the dark’, dat ontaardt in een kakofonie van caféliederen, staat op 117. Het werd samen met een andere bezinning gecomponeerd: ‘The unanswered question’ (voluit ‘A contemplation of a serious matter or the unanswered perennial question’). Die compositie heeft aan een goeie zeven minuten genoeg. Ze is op 80 beland.

Ives was onder de indruk van filosofen die stelden dat we via onze zintuigen, ook als die overuren maken, nooit de waarheid zullen vernemen.

Ik sta vooral te kijken van een componist die in relatieve afzondering deze contemplatie schreef in 1906 en wijselijk tot 1940 wachtte om ‘The unanswered question’ te publiceren (de versie voor strijkkwartet, vier houtblazers en solotrompet beleefde haar première pas in 1984!).

Als een uit het niets opduikend visionair vond Ives de moderne klassieke muziek in de Amerikaanse variant uit, door bijvoorbeeld net als Béla Bartók moderne drukte te koppelen aan volksmuziek – in Ives’ geval fanfaremuziek, marsen en plantagesongs.

Soms lijkt het of ‘Central Park in the dark’ en ‘The unanswered question’ in luttele 17 minuten een speurtocht van een eeuw agressief dan wel contemplatief experiment zomaar overvleugelen. Dat hoorde ik toen ik nog van weinig wist, en dat hoor ik opnieuw nu ik meer geluiden van de 20e eeuw ken.

‘The unanswered question’ is de yang na de ‘Central park’-yin. De strijkers spelen lange akkoorden. De dissonant uitgekerfde trompet klinkt schuchter in de grote levensvraag die ze zeven keer stelt. De houtblazers worden bij elk antwoord onbeleefder. Ze klinken ongelovig, ze denken er het hunne van, ze halen hautain de schouders op, ze snauwen af, ze lachen uit, ze imiteren heel even de trompet en lachen daarna nog harder.

De zevende keer hebben ze geen antwoord meer. Er is niets uitgeklaard. De vraag blijft eeuwig onbeantwoord.