‘I never felt better in my life’

 
image
 
The Fall
‘Hex enduction hour’
1982

 
 
Op de hoes van een overbekende singlescompilatie van Elvis Presley’s vroege jaren staan heel veel Elvissen in een kostuum van goudlamé. Titel: ‘50,000,000 Elvis Fans Can’t Be Wrong’. De iconische hoes is onmiddellijk herkenbaar en dus van meetaf aan versleten materiaal voor wie het wil parodiëren. En toch! Toen in 2004 een singlescompilatie de titel ‘50,000 Fall Fans Can’t Be Wrong’ kreeg, heb ik hard gelachen, mede omdat Mark E. Smith even vaak op de hoes staat als Elvis, maar wel in ruitjestrui. Maatje small, dat spreekt voor zich.
 
image
 

‘The difference between you and us is that we have brains / Cos we are Northern white crap that talks back’ zingt Mark E. Smith in de late jaren 70. Het noorden obsedeert hem. Home town Manchester is sowieso Noord-Engeland: met de trendy zuiderlingen van Londen wil hij niks te maken hebben. Hij is eigenlijk geboren in Salford, en da’s Manchester-Noord, waar natuurlijk veel minder zeikerds wonen dan in Zuid-Manchester. Hij is daarna in Preswich gaan wonen, en da’s nóg noordelijker Manchester. Een van de bekendste songs van The Fall: ‘Hit the North’.

Rock zonder regeltjes al eens horen pinten pakken met kunst zonder janetterij? Kunstschoolnihilisme zien aanpappen met working class-slang? Het gebeurt bij The Fall constant en overal. Wát E. Smith zingt is belangrijker dan ik vroeger dacht, maar ’t blijft vooral draaien om hoé hij ’t doet: sneren, oreren, zagen, knippen, (niet altijd) plakken, herhalen, overdonderen, alles behalve aangenaam en toch onderhoudend zijn, een gehandicapte nadoen, soms door een megafoon lijken te zingen terwijl er geen megafoon in de buurt is.

De fenomenale opener van een van mijn Fallfavorieten ‘Hex enduction hour’ heet ‘The classical’: ’t is een song waarin het vooruitgaat, waarin twee mensen drummen en die volgende flarden tekst bevat: ‘Where are the obligatory niggas?’, ‘Hey there, Fuckface!’, ‘It’s a lot of stomach gas’, ‘Where it is I can’t remember / But now I can remember / Now I can remember / Hafta hafta / Message for ya’, ‘This is the home of the vain’ en ‘Too much romantic, here!’. Het een paar keer herhaalde ‘I never felt better in my life’ speelt heel even voor refrein; in elegante en mooi gestructureerde overgangen tussen strofes en refreinen grossieren The Fall niet echt.

In een break zitten alleen bas en koeienbel en dus krijgt Smith tijd om een langere zin te maken: ‘You won’t find anything more ridiculous than this new profile razor unit, made with the highest British attention to the wrong detail’. Ik kan er niet veel over zeggen, een professor Engelse literatuur kan er niet veel over zeggen en de 20 Fallfans op de voorste rij kunnen er niet veel over zeggen. En toch vind ik het uitstekend, en de 20 fans ook. Hier en daar leeft zelfs een professor die weet dat dit groepje sinds 1978 met dergelijk spul de muzikale underground heeft doen ontvlammen.
 

 

Niet de kleinste groepen zijn van The Fall gaan stelen: Pavement bijvoorbeeld ter hoogte van ‘Conduit for sale’, dat omzeggens een cover is van ‘New face in hell’. LCD Soundsystem onder meer als ze zeggen dat ze North American scum zijn. Franz Ferdinand draagt soms een Falljas, Girls Against Boys stal hun hele garderobe. Sonic Youth deed ooit drie Fallsongs in een John Peelsessie; de vierde was een song van The Kinks die The Fall had gecovered. These New Puritans gebruiken ordinair carbonpapier.

Mocht de groep ooit een pretentieuze conceptplaat hebben gemaakt, ze had ‘Monotony and the infinite repetition’ kunnen heten (en ze zou daardoor al lang niet meer pretentieus zijn, natuurlijk), maar ik moet nu aan hun (schaarse, maar fantastische) melancholische songs denken (‘Bill is dead’, ‘Frightened’, ‘M-5’, ‘Paint work’, ‘Winter’ en – tja – ‘Early Days of Channel Führer’); aan hun covers van ‘Victoria’ van The Kinks, ‘I can hear the grass grow’ van The Move en ‘Mr. Pharmacist’ van The Other Half; aan de zogenaamde postpunkgroepen die ik vroeger beter vond dan The Fall: P.I.L., Wire en Pere Ubu (is het Ubu’s zanger die fat Captain Beefheart imitator wordt genoemd in ‘Deer park’?); aan Mark E. Smith-lookalikes ook: van ver lijkt Smith op Bekende Vlaming Rik Torfs en op Octo Tentakel uit de Spongebobavonturen, maar van dichterbij, en vanuit een andere hoek, begint de man ook iets van de oude Johnny Cash te hebben.

De nu volgende playlist is naar Fallnormen aan de zachte kant. Ik ook.