The wire

 
image
 
GZA/Genius
Liquid swords
1995

 

In de zomer van 1977 is Gary Grice – beter bekend als GZA – bijna 12 jaar oud. Robert Fitzgerald Diggs, die we als RZA kennen, is er dan bijna acht. Ze wonen in Staten Island. Af en toe reizen ze naar de Bronx, om jams mee te maken. Het is een heenreis van twee uur. Bus. Ferry. Trein. Bus. 1977 is de zomer van de black outs van 13 en 14 juli: bijna heel de stad zit zonder elektriciteit.

Er heerst ook paniek omdat seriemoordenaar Son Of Sam nog niet is ingerekend. Pas later dat jaar zal de gek die moordde in opdracht van de hond van zijn buren gevat worden. De buurt waar RZA en GZA naartoe reizen heet Sound View. Daar, in het park bij de blokken, vinden de meeste jams plaats. Benodigdheden: twee draaitafels, een mengtafel en Cerwin Vega-speakers.

Bij hoge uitzondering is er een tekstleverancier bij. Rap stelt nog geen hol voor, en de mensen komen om te dansen; een enkeling maakt bij de breaks die worden ingeritst achterwaartse salto’s of staat op zijn hoofd. De terugreis is voor de twee kereltjes een zaak van kicking rhymes back and forth. Bij thuiskomst wacht moeder met de deegrol.

Hoe ik dat allemaal weet? Voor een groot deel omdat ik naar deze tekenfilm uit 2012 heb zitten kijken:
 

 
De plaat ‘Liquid swords’ begint met een lange sample: ‘When I was little, my father was famous. He was the greatest samurai in the empire and he was the shogun’s decapitator. He cut off the heads of 131 lords.’ Het is het begin van ‘Shogun assassin’, een van de vele Aziatische martial artsfilms die RZA, GZA en Ol’ Dirty Bastard van de Wu-Tang Clan in hun tienerjaren gaan bekijken in een morsig krot van een cinemazaal op 42nd street – een straat waar in die tijd voor de rest alleen porno draait.

Wat ik eigenlijk tot zowat een jaar geleden van martial arts wist? Concreet? Niks. Verder? Dat veel oosterse vechtsporten iets met samoeraimoed, -trouw en -zelfopoffering te maken hebben. Tot lang na 1867, als de laatste shogunkeizer is afgezet (en samoeraikrijgers niet meer nodig zijn) blijven ze een inspiratie voor soldaten, zeemannen, kamikazepliloten en Wu-rappers. Een samoerai leeft volgens een code: hij maakt zijn familie niet te schande door te liegen, te stelen of weg te rennen tijdens een gevecht, hij zet altijd een stootplaat op zijn zwaard om te voorkomen dat hij zijn hand verwondt, hij leert vooruit te denken en zijn tegenstander te snel af te zijn via traditionele bordspellen, en als hij gewond is en er geen dokter in de buurt is, dept hij zijn wonden met opgewarmde urine. Voor u mij beschuldigt dit netjes uit Wikipedia te hebben gekalkeerd, dat is volstrekt niet waar. Bronvermelding: ‘Wees blij dat je geen samoerai bent!’ Ondertitel: ‘Een levensgevaarlijke loopbaan die je beter niet volgt’. Tekst: Fiona Macdonald. Illustraties: David Antram. Oorspronkelijke titel: ‘You Wouldn’t Want to Be a Samurai!’ Plaats in de bibliotheekrekken: weetjesboeken voor de jeugd die naar de basisschool gaat.

Maar een tijd geleden besluit ik dus ‘Shogun assassin’ voor het eerst te bekijken. Goeie film, eigenlijk. Waarom waren die Hong Kong flicks een jas die de jonge hiphoppers als gegoten paste? Speciaal willen doen? Zal er voor iets tussen zitten. Escapisme? Geen volledig antwoord. RZA en GZA vertellen dat er in de wereld waarin ze opgroeiden op school en in films en boeken alleen Amerikaanse geschiedenis was, en dat de zwarte geschiedenis daarin begon in het ruim van een slavenschip, tijdens een enkele reis naar de States. Het enige dat ze buiten dat blanke Europees-Amerikaanse verhaal als slimme geeks/verzamelaars ter beschikking hadden waren mythen, de bijbel en de koran. Plots speelden daar oneindig veel niet-blanke acteurs, in een decor dat ze nog nooit hadden gezien, in een tijdskader van eeuwen voor de Verenigde Staten werden opgericht, en ze leerden hen via vecht- en denksport nog weerstand te ontwikkelen ook.
 

 
Dus! GZA en RZA gaan op 42nd Street naar kung fu flicks kijken. Via de zeer grappige film ‘Drunken master’ (waarin iemand in dronken toestand op topniveau leert boksen), leerden ze ook omgaan met hun bizarre neef Ol’ Dirty Bastard, die ondermeer hun beatboxer was. U weet wel: ‘Pv zk pv pv zk pv zk kz zk pv pv pv zk pv zk zk pzk pzk pvzkpkzvpvzk kkkkkk bsch’. Maar de man kan ook een behoorlijk stukje rappen, zij het vaak met één ding in gedachten: een bubble butt ter grootte van een paar watermeloenen. Volgens mij bestreed Dirty op de duur elke nieuwe katerdag van zijn korte leven met een ‘Drunken master’-imitatie. Zijn leven moet zijn voorbijgeflitst als de wu-wu-wu-wind van het zwiepen van het zwaard dat op 13 november 2004 zijn nek raakte.

In 1995 is het Wu-Tangdebuut twee jaar oud. ‘Protect ya neck’ komt eruit. Zowat iedereen heeft een strofe afgedwongen als RZA een level hoger rapt (‘My clan will increase like black unemployment’) en aan GZA vraagt: ‘Take us the fuck outta here’. Eenmaal voorbij die rode loper begint GZA over platenlabels die slechte rappers naar voren schuiven, zwarten tegen mekaar opzetten, schimmige deals sluiten (‘they money’s getting stuck to the gum under the table’) en artiesten arm achterlaten met ‘short arms and deep pockets’: een typevoorbeeld van de beknopte stijl die GZA ook huldigt als hij elders rapt: ‘Make it brief son, half short and twice strong’. In ‘Protect ya neck’ maakt hij van een terloopse vraag (‘Wie is je A&R-man?’) de essentie: ‘A mountain climber who plays electric guitar’; een beetje straffer dan gewoon whitey zeggen. Ik stel me die blanke A&R-bergbeklimmer trouwens met een paardenstaart voor.
 

 
Geïnspireerd door George Clinton (die twee groepen had, Funkadelic en Parliament) en Prince (met al zijn nevenprojecten stijl The Time en Vanity 6) sluit RZA voor alle Wu-soloplaten afzonderlijke deals. Ze komen allemaal bij een andere firma uit, en binnen al die firma’s droppen ze hun eigen mannetjes, die geen bergbeklimmers zijn met een elektrische gitaar. Op al die soloplaten doet vervolgens de hele Clan mee. Ol’ Dirty en Method Man hebben op die manier al succes. ‘Only built for Cuban linx’ van Raekwon (de titel betekent ‘Alleen bestemd voor wie Raekwon én Ghostface begrijpt’) is een rapschijf waarop de maffioso wordt uitgehangen, een stijl die zeer invloedrijk zal worden. Brengt me naadloos bij volgende vergelijking: ‘Only built’ is ‘The Sopranos’ van het genre, ‘Liquid swords’ het 1000 keer betere ‘The wire’.

De serie ‘The wire’ heeft een prachtige openingsscène die ik eerst niet begreep. Een stroom bloed op het beton kleurt zwaailichtblauw. Er ligt een lijk. Kinderen (wier ouders zich waarschijnlijk ver buiten camerabeeld bevinden) kijken toe; ze zijn alles behalve verbaasd. De blanke – sorry, Ierse – detective zit op de trappen van een leegstaande, dichtgetimmerde woning – een ideale stapelplaats voor lijken, zullen we veel later leren. Naast detective McNulty zit een zwarte kerel die de flikken informatie zou kunnen geven, maar als er één ding is dat hij zich niet kan permitteren is het klikken. De detective weet dat. Hij is good pooo-lice! En hij krijgt uiteindelijk een kleine snottepiet losgepeuterd. De vermoorde kerel bleek bij een dobbelspel altijd te wachten tot er veel geld op de grond lag, en ging er dan mee lopen. Hij heette Snotty, of Snotboogie. Als Snotty ermee weg kwam, was het geld van hem. Meestal kreeg hij een pak slaag. Maar nu heeft iemand Snotty gemold. De jongen vindt dat niet correct. Maar klikken is nog minder correct. In zijn hoofd zit een universele morele code, een ‘gij zult niet doden’. Om te overleven moet hij de code van de straat belangrijker vinden: ‘gij zult niet klikken’. Het hoofdpersonage van ‘The wire’ is the game, en bij uitbreiding de hele parallelle misdaadeconomie – inclusief witwasserij en corrupte flikken, politici en zakenmensen. Dat de eerste toonaangevende minuten die game verbeelden via een simpel dobbelspel is van een genialiteit… en zet de toon voor een DVD-serie die… enfin, als u er een betere kent, laat het me weten.
 
image
 
Op een verwante manier is het begin van ‘Liquid swords’ het DNA van de hele plaat. Het kind uit de ‘Shogun assassin’-film vertelt dat zijn moeder wordt vermoord door de ninjas van een paranoïde shogun, en dat zijn vader – die nu samoerai áf is, en transformeert in een op wraak beluste moordenaar – moet vluchten. Het kind gaat mee, zit in een karretje en leert tellen aan de hand van de moorden die zijn door ninjas op de hielen gezeten vader pleegt.

Geheel terzijde: moeder dood, vader en zoon in een zeer precaire situatie, waar heb ik dat nog gelezen en gezien? ‘The road’ van Cormac McCarthy, dat ook uitstekend verfilmd is.
 
image
 
image
 
Er zit dit keer geen met trillend geluid zingende viool boven de vocale martial artssample, en ook geen met een slide bespeelde gitaar. Er is geen gepitchte gospelstem, geen brekend glas, geen geluidje uit een Atari-game, geen musique concrète. De demonisch ronddwalende synth komt gewoon uit de film zelf. Er is door RZA gewoon wat geknipt en verplakt, en een beetje Wu-ruis toegevoegd. RZA rapt dat er terug wordt geflitst naar de bron, het moment ‘when the mc’s came to live out their name’.

Als GZA met hem het refrein inzet, wordt RZA’s favoriet gesampled: Willie Mitchells ‘Groovin’. Mitchell maakte een paar uitstekende singles, werd baas van Hi records en schonk ons vanop de producersbank ooit Al Greens geweldige lp ‘Let’s stay together’: dat is niet niks. De fantastische groove is nu gelegd. Het moment waarop het estafettestokje aan GZA kan worden doorgegeven zoals het Coltrane Quartet het aan de wondersaxofonist doorgeeft, is aangebroken. Een uitstekend moment om de plaat van A tot Z te beluisteren, en dat kan hieronder.
 

 
GZA’s trein is amper vertrokken, en de hiphopconcurrentie gaat er meteen aan: dat iedereen oud en out is als een soort sneakers rijmt op ‘their lyrics are weak like clock radio speakers’. GZA’s sound trekt je door een trechter, en die ‘funnel’ rijmt op ‘So deep it’s picked up on radios in tunnels’.

Uitmuntende braggadocio, maar GZA heeft blijkbaar weinig zin om in zijn eigen songs te blijven verschijnen. Hij wil zelfs niet gewoon een stadsscan maken, maar het over geglobaliseerde misdaad hebben. Ook de samoeraifantasie is prachtig. De kruipende baby uit ‘Shogun assassin’ moet kiezen tussen bal (dood naast de moeder achterblijven) en zwaard (met vader meegaan op een zakenreis waar veel doden zullen vallen): ‘You don’t understand my words, but you must choose. So… come boy, choose life or death’. Daarna begint ‘4th chamber’, de meest met rock gelijklopende song.
 

 
En toch is die martial arts slechts een soort schaduwwereld, niet de echte wereld waarin gasten crack verkopen, met een prothese vol drugs door de douane raken, als dealers on them corners hun territorium afpissen. In ‘Gold’ staat zo’n dealer onder een brug te wachten tot de trein die eroverheen gaat genoeg lawaai maakt om een indringer van de concurrentie om te leggen. Hij weet dat de flikken hem afluisteren, en hij weet zelfs waar en hoe: ze hebben de microfoon opgesteld onder de dekens van de dakloze op de bank. ‘The wire’? ‘The wire’!

Dus. Stad: New York. Genre: hiphop. Sfeer: Grimmig. Hoekig. Kort. Gevat. GZA over oosterse vechtfilms: ‘Het gaat ‘m om details, niet om de allesoverheersende actie. In goeie kungfufilms gebruiken acteurs amper hun fysieke kracht, en toch blijft het boeiend. Omdat het vooral strategische gevechten zijn. In rap draait het ook om dat klein beetje ruimte dat je krijgt en waarin je een sterke indruk moet nalaten.’

GZA krijgt overal net genoeg ruimte in met RZA-samples volgeflipte tracks. Hoe ‘Trouble, heartaches and sadness’ van Ann Peebles hier ergens valt, en songs van Baby Huey en Donny Hathaway tussenkomen, hoe in ‘Shadowboxin’ via ‘You know my steez’ en ‘Loungin, son’ Gang Starr wordt geëerd. RZA is hier op de top van zijn kunnen én van zijn willen.

Veel plaatsen delict op ‘Liquid swords’. Veel geel afzettingslint ook. Zeer weinig fuck hier en bitch daar. Er komt een ‘bitch’ voorbij als Inspectah Deck kleine drugdealers beschrijft: ‘Building lobbies are graveyards for small-timers / Bitches caught in airports, kis in they vaginas’. Kis, dat zijn kilo’s cocaïne. Een vagina is een opening waar een baby doorheen kan, dus kan er ook een zak drugs in.

De context waarin de tweede ‘bitch’ valt, is als een gangster wil uitleggen dat hij een nieuw drugcontact heeft om nog meer miljoenen te scheppen: ‘To catch more mil’s / Than ho-bitches got birth control pills’.

Weinig ‘fuck’ ook, al doet Method Man hier en daar mee en die kan moeilijk zonder dat woord: ‘I don’t give a cotton-pickin’ fuck’ is een zeer goeie Method-bal. Eentje van GZA: ‘Nigga missed a wedding, late a fuckin’ half hour’. Uitleg: voor de maffiaman die een half uur te laat komt op een trouwfeest is het leven eigenlijk al afgelopen. Een uitleg die ik via rapgenius.com rechtsreeks van GZA zelf heb; hij vult overal de commentaren op zijn teksten aan.

Onthou ook dat Inspectah Deck hier ergens een waarheid rapt: ‘Life is a script, I’m not an actor but the author / of a modern day opera, where the main character / is presidential papers, the dominant factor’. Presidential papers? Papier met presidentenhoofden op. Dollars is inderdaad het correcte antwoord.

De skit die ‘Killah Hills 10304′ inleidt gaat over een verklikker, in de song wordt in Thailand geladen, via Costa Rica witgewassen. Er worden ook rechters gechanteerd door hen niet alleen foto’s van hun in bad zittende vrouwen toe te sturen, maar ook een koffer geld met daarbij de boodschap ‘Aannemen of zelfmoord plegen’: het idee is uit het echte leven van de schurk Pablo Escobar gepikt.

In datzelfde ‘Killah Hills’ verzint GZA een Pakistaan die op z’n 11e geïnitieerd wordt als terrorist, en die bommen in kurken van champagneflessen monteert. Het woord ‘champagne’ rijmt op ‘when niggas popped the cork, niggas lost half their brain’. Het is feest, en net dan knalt de champagnekurk iemands kop eraf: da’s bijna zo straf als die filmscènes met een kettingzaag bij de douche en een paardenkop in bed. De song krijgt in de haven een open einde: ‘Four hundred barrels of ether / two hundred pounds of reefer / and 50 immigrants with fake visas’. The saga continues indeed!

Op oudejaarsavond begint een indrukwekkend snipergevecht in ‘Cold world’ (‘It was the night before New Year and all through the fuckin’ projects / not a handgun was silent, not even a Tech’) waarvan ik ondertussen de zichtlijnen ken zoals mensen die met kleine soldaatjes in de weer zijn het belegerde gebied van de slag bij de Somme kennen.

Het landschap van ‘Cold world’ is de indrukwekkendste uit samples opgetrokken RZA-wereld. Komen voorbij: een lyric van Stevie Wonder, een detail van Frank Zappa, een strijkje uit de soundtrack van ‘The ten commandments’ en dramatische percussie van na een regenintro van The Dramatics. Aan het eind zit – net voor Stevie Wonder weer invalt – een sublieme vocal van DeBarge.

De battle of Brooklyn die via een nieuwsuitzending de song ‘Investigative reports’ inleidt, is er één uit 1777 (!) met Hessische huurlingen die aan de kant van de Britten vochten en die in de slag van Long Island 3000 doden maakten. Gebeurde bij wat nu Prospect Park is, plek waar een aantal Wu-leden hun wieg hadden staan. Indrukwekkend hoe dat metalige reportagestemmetje eerst zegt: ‘Soldiers killed 3,000 men, much of the fighting took place in what is now…’, waarna U-God als reporter ter plaatse bericht over de oorlog die in 1995 in Prospect Park woedt: ‘Crack patients / dime smokers… / burnt buildings / save the children / investigative reports’.

Ook in al de rest worden de zenuwen van hiphop blootgelegd, wordt vanbinnen iets uit de hengsels gelicht, wordt aan de buitenkant ook de achterkant van de big apple geschilderd; nu zit ik hier zelfs Paul Cézanne te samplen.

image

Ach, GZA/Genius. Ook zijn latere raps geven, net als die van BZA van ’t Hof van Commerce (een ode uit Izegem), stroomstoten van onderdduz’nd ampère. Alleen zijn RZA’s beats, overzicht en samples er dan niet meer bij, en dat scheelt een slok op de borrel. In een solomeesterwerkje van 2001 zit het stemmetje van GZA’s zoon in de intro: een Chinese jonk bracht zijn zwaardvechtende vader GZA in de zomer van 1977 van Shaolin naar de plek ‘where many say this art form started’. Op de boot werd de tong, het zwaard van de rapper, gescherpt door te oefenen met bevriende MC’s, ‘preparing for the battles that were soon to come’. Top!

Legendarische momenten met de hele Clan volgen ook. In 1997 is de fantastische beginstrofe van ‘Reunited’ van GZA. In ‘Protect ya neck (The Jump Off)’ van 2000 heeft hij het in de laatste 100 meter over de zwarte atleet Jesse Owens, die voor de ogen van Hitler in het Berlijn van 1936 vier keer olympisch goud haalde, ook op de 4 x 100 meter estafette: ‘Run on the track like Jesse Owens / Broke the record flowin, without any knowin / That my wordplay run the 400 meter relay / It’s on once I grab the baton from the DJ’. GZA pocht hier dat hij de job van Owens vervolmaakt door met zijn dream team ook de 4 x 400 te winnen. En ik moet ‘em slechts brons overhandigen.
 
image
 
Wu-Tang Clan! ‘Lyrical sorcerors right here, the fathers, the cream of the crop, son’. Absoluut, maar ik val in herhaling. En het ging trouwens over GZA. In ‘I gotcha’ back’ rapt hij: ‘My lifestyle was so far from well / Coulda wrote a book with a title ‘Age 12 and goin’ through hell’. Boodschapje doorgekregen via een neef, wiens vader toen in de bak zat. Twee andere neefjes deden mee in de video. Ze weten ondertussen zelf wat een gevangenis is. Tot dat soort ‘kleinigheden’ had GZA/Genius zich kunnen beperken. Zijn hart, ambitie en talent mikten veel, veel hoger, waardoor hij in deze Honderd brons haalt. Ik zou hem proficiat kunnen wensen, maar ik wil de man vooral bedanken.

Wat! Een! Plaat!
 

 

 

Met de wratten erbij

 

image
 
Wu-Tang Clan
Wu-Tang forever
1997

 

Welkom in de Top 20!

Eerst een paar recente hiphopfragmenten, die gemaakt lijken om te liken en leuk te vinden. ‘Wieder zien stuntmann / en we stuntn lik dat alleene ne stuntman stuntn kan’. Ook Afrikaans bekt goed: ‘Ek’s original, jy’s gecopy / Ek’s ’n flashdrive, jy’s ’n floppy’. De halve gare Tyler The Creator doet alsof hij een kakkerlak opeet en rapt: ‘I’m a fuckin’ walking paradox / No I’m not’. Leuk, dus.

Rewind naar 1997. Ik herinner me dat ik via Wu-Tang Clans 2e plaat de vijf districten van de 8,5 miljoen mensen tellende stad New York op volgorde van aantal inwoners heb leren leggen: Queens, Manhattan, The Bronx, Brooklyn en babybroertje Staten Island, dat op amper een half miljoen inwoners afklokt, en dus slechts zo groot is als hiêl Antwaerpe. Het hoofdkantoor van Wu-Tang Incorparated lag in die dagen in Staten Island. Vijf van de negen rappers zijn van daar: dat was tot Ol’ Dirty Bastard in 2004 stierf een meerderheid, maar geen 2/3-meerderheid. Denk over Ol’ Dirty wat u wil – ergens op deze plaat noemt hij een bitch die hem een druiper heeft gegeven bij naam – maar hij zou de kakkerlak van Tyler écht doormidden hebben gebeten.
image

De Clan geeft alles en iedereen één of meer bijnamen. Staten Island wordt The slums of Shaolin! Brooklyn heet Medina. Een stuk tekst uit ‘Sunshower’, een monoloog van RZA die als bonustrack aanspoelt, legt aan de hand van een metroplannetje uit hoe de heren Staten Island zien, en waarom ze vinden dat de rest van New York veroverd moet worden: ‘Subway trains run through the city / like blood through the veins / to the heart of Medina / but Shaolin is the brain’.

Shaolin: kan ook gewoon een martialartsfilm zijn, een klooster en een kungfustijl. Wu-platen zitten vól bizarre, soms macabere, soms grappige actiefilmfragmenten. Voorbeeld van een ‘gevaarlijke’ sample: ‘I despise your killing, and raping. You’re despicable. It’s just you should be punished. I’m going to chop off your arm, so are you ready?’ Heel knáppe sample: het zwaardgekletter en de kreten van de duellerende samoerai die heel ‘Hellz wind staff’ dragen.
 

 
Hiphop was in de periode voor Wu-Tang (de Chuck Berry- en Beatlesjaren van het genre) al breakdance, graffiti, beats, samples, scratching en opschepperij in allerlei varianten. Mag ik Public Enemy de Stones vinden? Dank, want ‘Wu-Tang forever’ zou ik de Led Zeppelin III én IV van het genre willen noemen.

De samplekeuze en het gewroet en gewriemel in beats en ruis en onder- en bovenlagen gingen bij de Clan ergens anders naartoe, als u het mij vraagt naar a deeper shade of soul. De teksten gingen ook ‘Stairway to heaven’-ver.

Heel mooi donkerblauw samplevoorbeeld: in het ‘Hellz wind staff’ van hierboven wordt het eerste woord van de eerste zin van ‘Signed D.C.’ van Love (‘Sometimes I get so lonely’) uiteindelijk gesampled, maar het duurt even, want eerst horen we een paar keer alleen ‘s’ en ‘some’ voorbijkomen, daarná pas ‘sometimes’. Geen dragende sample, wel een voortreffelijke. Een detail ook dat je alleen kan thuisbrengen als iemand je erop wijst.

Geldt ook voor King Floyds ‘Don’t leave me lonely’ waaruit Oh baby, for heaven’s sake heliumhoog gepitcht wordt, en voor Skeeter Davis’ wondermooie ‘The end of the world’, waaruit alleen de woorden ‘shining’ en ‘shore’ getrokken worden in ‘Cash still rules’; allebei kíller vocal samples.
 

 
De beginnoot van Beethovens Pathétique-sonate vult heel ‘Impossible’. De stukken song van The O’Jays in ‘The Projects’ en van Gladys Knight & the Pips in ‘Heaterz’ zijn ultrakort, maar: they really tie the songs together. ‘Little ghetto boy’ van Donny Hathaway springt er nadrukkelijker uit.

‘Maria’ is vuile praat over grote zwarte lullen en watermeloenen konten (die slechts hier en daar opduikt, maar dan wel in volle glorie) boven een geweldige drum uit een Lee Dorseysong en een melancholisch opgerekt gitaargeluid van Blood, Sweat & Tears. ‘The city’ is een gelijkaardige botsing van extremen: een ambulancesirene en chaotische raps, daarboven een Stevie Wondersample en de meest trieste violen van deze ruim twee uur durende reis.
 
image
Deze dubbel-cd is amper 10 minuten korter dan ‘Sandinista’ van The Clash, en was dat geen driedubbele? Zowat iedereen is het erover eens dat ‘Sandinista’ te veel niemendalletjes bevat. ‘So?’, was Joe Strummers antwoord: ‘Ik wil ‘em helemaal horen. Warts and all, zoals men zegt.’ De uitdrukking ‘Met de wratten erbij’ verwijst naar 17e-eeuwer Oliver Cromwell, die een portretschilder opdroeg niks te verfraaien en de minder aantrekkelijke delen, Cromwells wratten dus, erop te laten. Op ‘Wu-Tang forever’ staan hooguit zes van die wratten, en ik wil ze er ook niet af.

image

Wu-Tang forever! Mijn mening in 1997 in heel weinig woorden: ‘Zo goed had niet gemoeten’. Mijn mening vandaag: ook zoveel.

De Antwerpenaar Tourist Lemc schreef een korte ode: ‘Oepgegroeid de generase 84 / gin gsm gin mp3 / ’t ware walkman tijden / pillen oep muziek / deur ’t geruis de Wu-Tang forever van buite geliêrd / liêre rappe van de groêtmiesters’. Zelf ken ik ‘em niet helemaal uit het hoofd, maar in het fenomenale eerste halfuur van cd 1 haal ik een belachelijke 60 %. Ook in ‘A better tomorrow’, ‘Triumph’, ‘Impossible’ en ‘Little ghetto boys’ laat ik alleen af en toe een steek vallen, soms ontdek ik net daardoor nieuwe favoriete rhymes. Voor de goede orde: mijn tong is geen hiphopzwaard.

image

‘This is MCing right here / this is hip-hop’, gaat de intro van kant 2 tekeer tegen R&B-sterretjes. Maar hoe gaat het met die lyrics? Uitstekend. Eén voorbeeld uit de 1000: de Ghostface Killahstrofe van ‘Impossible’, over iemands broer die wordt getroffen door een kogel, over de paniek, de geleende mobiele telefoon waarvan de batterij leeg is, de gedachte dat hij moet blijven leven voor zijn dochter die in januari drie wordt, de mensen die zich over het slachtoffer heen buigen terwijl de man al amper lucht heeft, de ambulance die te lang wegblijft, herinneringen aan baseballwedstrijden, aan een chocoladedrankje (Yoohoo), aan een favoriet jeansmerk (Lee), aan de flik die erbij staat te grijnzen, de moeder (Old Earth) die op blote voeten in nachtjapon naar buiten komt gelopen met de handen op de borsten, het bloed op ’s mans Wallaby-schoenen dat er als ketchup uitziet, bloed dat uit zijn mond komt gelopen, de stank van stront die uit het lijk komt, … ‘and finally this closed chapter, comes to an end / He was announced, pronounced dead, y’all, at twelve ten’. Daarna de aankondiging: ‘This is only a story… from the real’.

Een lyric-video was eleganter illustratiemateriaal geweest, maar die staat in die mate vol fouten dat ik het anders moet doen.

‘Call an ambulance, Jamie been shot, word to Kemit
Don’t go Son, nigga you my motherfuckin heart
Stay still Son, don’t move, just think about Keeba
She’ll be three in January, your young God needs you
The ambulance is taking too long
Everybody get the fuck back, excuse me bitch, gimme your jack
One, seven one eight, nine one one, low battery, damn
Blood comin out his mouth, he bleedin badly
Nahhh Jamie, don’t start that shit
Keep your head up, if you escape hell we gettin fucked up
When we was eight, we went to Bat Day to see the Yanks
In Sixty-Nine, his father and mines, they robbed banks
He pointed to the charm on his neck
With his last bit of energy left, told me rock it with respect
I opened it, seen the God holdin his kids
Photogenic, tears just burst out my wig
Plus he dropped one, oh shit, here come his Old Earth
With no shoes on, screamin holdin her breasts with a gown on
She fell and then lightly touched his jaw, kissed him
Rubbed his hair, turned around the ambulance was there
Plus the blue coats, Officer Lough, took it as a joke
Weeks ago he strip-searched the God and gave him back his coke
Bitches yellin, Beenie Man swung on Helen
In the back of a cop car, dirty tarts are tellin
But suddenly a chill came through it was weird
Felt like my man, was cast out my heaven now we share
Laid on the stretcher, blood on his Wally’s like ketchup
Deep like the full assassination with a sketch of it
It can’t be, from Yohoo to Lee’s
Second grade humped the teachers, about to leave
Finally this closed chapter, comes to an end
He was announced, pronounced dead, y’all, at twelve ten’

Ghostface begint eraan vanaf 2’40”:
 

 
De Wu-Tang Clanners zijn op deze plaat volbloed Five Percenters slash Systeembouwers. In de intro van de plaat leidt dat tot niet willen aannemen dat Charles Darwins evolutietheorie steek houdt. Op z’n mooist wordt die hele spirituele 5 percenterszoektocht van naaldje tot draadje verteld in de korte RZA-autobiografie ‘Sunshower’, waarin de man zijn pseudowetenschappelijke kijk op het universum tentoonstelt (maar tegelijk niet hoog oploopt met mensen die in dierenriemen of talismannen geloven) en daarna alle scholen en rapcrews uit zijn leven op een rijtje zet. We leren van RZA ook bij over de periode waarin de Clan nog met drie was: ‘While others played ball, I recall / me and GZA, Dirty hangin in halls, bangin on walls / Kickin rhymes three hours straight with no pause’. RZA pleurt er ook een beschouwing tussen over kerels die in de gevangenis gewichten heffen, de islam bestuderen en spirituele hoogten bereiken, maar die als ze vrijkomen snel merken: ‘Back on the block nobody’s havin’ it’. Iemand heeft ooit gezegd dat de grote denkkleppers van de hiphop alleen beluisterd worden door mensen met veel tijd: studenten en gevangenen. ‘Wu-Tang forever’ moet hét tekstboekvoorbeeld zijn. Dit ‘Sunshower’ is naar mijn gevoel een van de beste hiphoptracks ooit:
 

 
Artistiek brein RZA is vandaag niet meer zo militant is als vroeger. Wat hij wel is gebleven: a man with an eye on the dollar. Hij heeft zijn visie in het boekje ‘The Tao of Wu’ neergeschreven (dat bijna zo goed is als ‘The Tao of Winnie the Pooh’). Hij is acteur en filmmaker, en is er altijd en overal bij: als er ergens gerapt wordt bij James Blake en Kendrick Lamar of scheidsrechter wordt gespeeld in een clip van Vampire Weekend. Ik zie ‘em bij Conan O’Brien perfect talkshowfähig uitleggen waarom hij ooit RulerZigZagAllah heette en daarna pleiten voor schaken op school; daar hoort uiteraard een schaak-app bij met zijn naam erop, want cash rules everything around us. In een christelijke talkshow hoor ik ‘em zijn kernboodschap kort uitleggen: ‘In de projects wilden we alles tegelijk. We wilden een videospeler stelen, of high worden, we dachten niet aan de drie jaar gevangenis die konden volgen. Of we zaten voor we er erg in hadden met tienerzwangerschappen. Van schaken leer je geduld oefenen, omdat je een paar zetten moet vooruit denken voor je handelt, en op die manier leer je je beheersen en doe je minder domme dingen.’

Dat is de RZA van nu. Die van 1997 had nog geen tijd voor een korte boodschap, dus maakte hij met zijn crew een heel lange plaat, vanuit New York, waar die mannen in hun genre ‘king of the hill, head of the list, cream of the crop’ waren en – wat mij betreft – nog steeds zijn, al moet ik het sedert 1997 bij elke Wu-uitgave doen met 3 à 4 goeie songs per plaat. Mijn gedacht.

I’m outta here. Going up the country.

 

 

 

That weren’t no dj

 
image

Aphex Twin
Selected ambient works (85-92) (1992)
Selected ambient works Volume II (1994)

 
 

Aphex Twin is Richard D. James. Voor hij beroemd en berucht werd woonde hij op het schiereiland Cornwall, in een heel klein dorpje bij de krijtrotsen. Zijn ouders werkten in een psychiatrisch ziekenhuis. Ma en pa gaven soms LSD aan patiënten. Het overschot namen ze naar verluidt mee naar huis.

Vandaag heeft Richard D. James twee kinderen. Hij woont met zijn familie in een afgelegen, klein dorpje in Schotland. Tussen zijn voorlaatste cd ‘Drukqs’ en het in 2014 uitgebrachte ‘Syro’ liggen 13 jaar, maar in die tussentijd heeft hij niet liggen niksen.

Als we D. James mogen geloven (het mag, maar het is even riskant als pakweg Bob Dylan geloven) heeft hij thuis keurig gerangschikte stapels onuitgebrachte tracks liggen: experimentele, halfdansante, fluisterzachte én moddervette composities. We krijgen slechts de topjes van al die ijsbergen te horen.

Experimenteren op een podium doet hij ook. Zo dirigeert D. James in 2011 in Polen met de afstandbediening 48 strijkers en 24 zangers via visuals. Als u denkt: de muziek klinkt als het modern klassiek van Krzysztof Penderecki, dat was de bedoeling: de Poolse componist werd in de stad Wroclaw gehuldigd.
 

 
Nog een probeersel dat veel bloed, zweet, tranen en geld heeft gekost? Ooit liet Steve Reich microfoons heen en weer slingeren boven speakers. Reslultaat: een compositie voor feedback. Richard D. James ontdekte een procédé om de feedback naar een bepaalde toonhoogte te stemmen. Toen hij genoeg toonhoogtes had gecreëerd, had hij een orkest van feedbackgeluiden bij mekaar. Hij gebruikte geen slingermicrofoons, maar wel elektronisch versterkte discobollen, waarop laserstralen werden geprojecteerd.

Noot. Hoor ik waar de feedback van toonhoogte verandert? Nee. Lach ik met dit soort experimenten? Evenmin. Ik aanvaard het zelfs als u dit soort muziek liever overslaat.
 

 

 
Wat Richard D. James nog doet? Steevast programmeren op oude samplers: van die lastige, versleten bakken. Hij ontleedt die apparaten graag, en onderweg luistert hij naar alle door de fabrikant voorgeprogrammeerde samples. Als hij oude muzikale helden op gebruik van die preset-samples betrapt wordt hij kregelig. Het grote Aphexdevies is altijd geweest: weg met presets! Alleen met zelf gevonden, liefst helemaal zelf gemaakte geluiden componeren, dat is ’s mans kernfilosofie.

Ter zake!

Er zijn twee platen van Richard D. James die zich nog meer in me nestelden dan het op 103 belande ‘I care because you do’. Het zijn ‘Selected ambient works (85-92)’ en ‘Selected ambient works Volume II’ (dat twee jaar later verscheen, in 1994). Ik zal die twee platen van hier af respectievelijk SAW 85-92 en SAW 2 noemen.

image

1. SAW 85-92

Brian Eno zou in verband met deze verzameling vroege tracks tegen Aphex Twin gezegd hebben: ‘Dit is geen ambient’. En inderdaad: in ‘Heliospan’ wordt zelfs ‘Apache’ van The Incredible Bongo Band gesampled, en de leden van The Incredible Bongo Band dragen liefst twee feestneuzen tegelijk en zijn geen familie van Brian Eno, niet als hij buitenaards spacerockt en ook niet als hij muzak voor wachtkamers maakt.

‘Ptolemy’ leunt op de sfeer van ‘Rock it’ van Herbie Hancock. Wie inscheept voor een tocht op de stoomboot-in-de-mist ‘Hedphleym’ komt eerder in een schilderij van William Turner terecht dan in ambientland. Luidsprekers in een Japans treinstation geven present in het wonderlijke ‘Tha’.

Bijna alle tracks klinken alsof ze in de eindmix geluidskwaliteitsverlies kregen door ze nog eens naar een andere cassette over te trekken.

Ik ken het onwezenlijk mooie ‘Heliospan’ als nummer 7 en het nog briljantere ‘Schottkey 7th path’ – een reis onder water in een bathyscaaf – als nummer 9. De twee tracks samen ken ik als de hoogtepunten die ik telkens opleg als ik iemand wil laten horen hoe fuckin’ geniaal dit is én blijft. Dus doe ik dat ook hier.
 

 

 
Er zat voor mij vroeger veel fantoomklank in deze cd, die ook een all-nighter in 1993 in Brixton Academy in herinnering brengt: een paar 1000 mensen stonden op deze kaduke, roteigenzinnige minisymfonieën voor muziekdoosjes en Duracellkonijn te wachten, maar mijnheer Twin vlijmde en slijpschijfde er liever meedogenlozer op los.

Het is het Gentse R&S-records dat ‘Selected ambient works (85-92)’ en een hoop vroege Aphexmaxi’s heeft uitgebracht. Zie ook ‘Klavierwerke’ van James Blake (samen een paar tracks die niet voor het echte debuut ‘James Blake’ moeten onderdoen) dat niet zo lang geleden bij datzelfde R&S uitkwam. Dat betekent dat de mannen en vrouwen van dat label alvast bij de eersten ter wereld waren die oor hadden naar twee (!) super-super-supertalenten, en dat R&S dus z’n plek in de geschiedenisboeken al lang verdiend heeft.

Of D. James zelf naar ‘SAW 85-92’ luistert?, vroeg Koen Poolman ‘em niet zo lang geleden in OOR. Het antwoord: ‘Heel veel. Maar niet naar de plaatversie die jullie kennen. In mijn computer staan alle tracks in de chronologische volgorde van opname opgeslagen. Mijn eigen muziek is altijd mijn favoriete muziek geweest. Het is een soort dagboek waarin ik kan terugblikken op mijn jeugd. Ik zou niet zonder die tracks kunnen.’

 
image
 

2. SAW 2

Toen ‘SAW2’ uitkwam begreep ik er geen snars van. De eerste percussie valt na een half uur, in track 5. Die track heet gewoon 5. Die ervoor heet 4. Die erna 6. Alleen de track ‘Blue calx’ heeft een naam.

Er hoort een nerd-verhaal uit de begindagen van internet bij ‘SAW2′. Op grond van de wazige micromacro-foto’s op de hoes (die naar cirkeldiagrammen verwezen op het vinyl zelf; taartstukken waarvan de grootte overeenstemde met de lengte van de tracks) gaven fans op internetfora elke track een naam. Makkelijkst herkenbaar zijn ‘Domino’, ‘Tree’, ‘Curtains’ en ‘Radiator’. Nog steeds geen idee welke foto bij ‘Weathered stone’, ‘Hexagon’ en ‘Window sill’ hoort.

image

‘SAW 2’ is eigenlijk een micromacro-ervaring: het gaat hier ruim twee uur lang van zeer weids naar zeer claustrofobisch. Ik ken Brian Eno’s mening over deze plaat niet, maar als hij vindt dat een paar tracks heel goed hun best doen om de stijl van zijn eigen ‘Apollo’-plaat na te bootsen ga ik ‘em geen ongelijk geven. ‘SAW 2’ doet ook aan ‘Twin peaks’ denken, en soms aan ‘The shining’. Ik voel dikwijls de drang opkomen om Mark Rothkoschilderijen te googlen, maar ik ben te dom om uit te leggen waarom.
 

 

 

Aphexecho’s weergalmen tegenwoordig overal. Eén sondtrackvoorbeeld uit de duizend: zijn track ‘Jynweythek’ waart in Sophia Coppola’s ‘Marie Antoinette’ door de gangen van het Paleis van Versailles.

Er zijn ook de Youtubecovers van de London Sinfonietta en Alarm Will Sound: klassieke ensembles die meticuleus Aphextracks van de partituren aflezen. Iemand moet dan ook ergens Pretty good, yeah roepen, omdat die onzin ooit in een elektronisch miniatuurtje is gekropen.

Bovenal zijn er de honderden solopianisten en -gitaristen die van Richard D. James én een eenmansVelvetUnderground én zowat de bekendste moderne, zogenaamd ernstige componist van deze tijd aan het maken zijn. Terecht!

In 2014 is Aphex Twin dus de retour met ‘Syro’. Richard D. James is er een tijdlang in geslaagd me onderweg naar en van het werk naar een magnifieke plaat te doen luisteren: soms een upgrade van Detroit techno, een enkele keer worden de wortels van drum and bass nog eens blootgelegd. Er wordt eigenlijk heel de tijd haasje-over gespeeld tussen al mijn favoriete Aphexen. De weelderige productie doet – na al die kraakpanden en caravans waar Aphex vroeger in woonde – denken aan een comfortabele passiefwoning.

‘Syro’-afsluiter ‘Aisatsana’ reken ik tot zijn beste composities. Hieronder beelden van de ‘Aisatsana’-première in 2012 in Londen. De trage ritmes lijken op die van Erik Satie, de piano zit op een schommel en na 45 seconden houdt de rookmachine er eindelijk mee op andere geluiden te overstemmen:
 

 
Eén keer heb ik Richard D. James geïnterviewd, in 1992, in het American Hotel in Amsterdam. Toen we uit de lift stapten, keken we uit op een lange gang. D. James wees naar de patronen van de hoteltapijten. ‘The shining’, zei hij. We zijn geen spokende meisjestweeling tegengekomen. ’s Mans hotelkamer was ook geen REDRUM. Maar de toon was wel gezet.

In 2014 lees ik het zéér goeie Aphexinterview dat Koen Poolman voor OOR deed: ‘Het draait allemaal om concentratie. Ken je die scene in ‘The shining’ waarin Jack Nicholson zit te typen en zijn vrouw komt binnen? Dat ben ik. Als ik ergens mee bezig ben en ik word gestoord, dan zie ik altijd die scene voor me. You’re distracting me! Dan wil ik een bijl pakken en erop los hakken.’

Verbaast me niks. Ik herinner me een cd-cover uit 1996.
 
image
 
Trouwens! Hoe het technisch precies in z’n werk is gegaan weet ik niet, maar beide ambientselecties en ál mijn andere Aphexfavorieten werden door de immer zijn tijd lichtjaren vooruit zijnde David Bowie al in 1972(!) gerecenseerd in de song ‘Starman’: ‘That weren’t no dj, that was hazy cosmic jive’.