Amen, Brother

 
Er zijn slechter muziekjaren aan te stippen dan 1969. The Beatles maken ‘Abbey road’, de Stones ‘Let it bleed’. The Stooges debuteren met ‘The Stooges’, Nick Drake met ‘Five leaves left’, Led Zeppelin zelfs met Zep I én II. Skip Spences ‘Oar’, Sun Ra’s ‘Atlantis’, Captain Beefhearts ‘Trout mask replica’ en Moondogs ‘Moondog’ zijn tot vandaag gewaardeerde cultplaten. The Flying Burrito Brothers, Leonard Cohen, Serge Gainsbourg, Johnny Cash, Scott Walker en Fairport Convention maken geen afleggertjes. Een persoonlijke favoriet is ‘I Got Dem Ol’ Kozmic Blues Again Mama!’ van Janis Joplin: weinig gitaren, veel blazers, Joplin zelf in topvorm, ‘Kozmik blues’ al Portishead 25 jaar voor ‘Dummy’, ‘Little girl blue’ nóg mooier.

En toch is de allerbelangrijkste plaat van 1969 een b-kant van The Winstons. De song heet ‘Amen, brother’. Het is een cover. Het is een soulsong die naar verluidt in een mum van tijd in mekaar is gezet en die klinkt zoals er in 1969 wel meer soulsongs klinken.

Niemand let in de jaren die volgen op ‘Amen, brother’, tot midden jaren 80 verzamelplaten vol breaks beginnen te verschijnen, hebbedingen waarvoor producers en dj’s naar de juiste winkels afzakken. Eén van die breaks is een drumsolo van 6(!) seconden uit ‘Amen, brother’ van The Winstons. In een loop klinkt die break een minuut lang zo:
 

 

In drie verschillende snelheden horen we dit:
 

 

Beste commentaar erbij: ‘Every song by The Prodigy in a nutshell’.

De vertraagde versie klinkt heel 1988, moment waarop N.W.A., 3d Bass en Mantronix ermee aan de haal gaan en de hiphoptanker van koers doen veranderen. De versnelde versie kennen we sinds 1994, het begin van jungle (dat later drum’n’bass wordt), jaar ook waarvan ik me herinner dat nu volgende ‘Amen break’-tune heel vaak heeft staan roepen: ‘Dans op mij’
 

 

Jungle leunt als genre heel hard op de Amen-solo. Iemand zei over de break: ‘The junglist equivalent of instant noodles’. Omdat samplers complexer worden en snare, bas, hi-hat en cimbaal als kleine deeltjes kunnen worden gebruikt, ontstaat na een tijd een soort ‘Amen break’-fetisjisme. Zie: de soms zéér ondansbare muziek van Squarepusher, Dillinja en Vele Anderen. Hier passeren een twintigtal van die rakkers in 7 minuten. Ze moeten niet gekend zijn voor het examen.
 

 

Ondertussen weten we dat het – niet alleen in het breakcore-genre – nooit zal stoppen met die ‘Amen break’: Amy Winehouses ‘You know I’m no good’ begint ermee, en elke aflevering van ‘Futurama’ van Matt Groening ook. Iemand van Chase and Status geeft toe: ‘I don’t even know if the music would exist without it’. Iemand anders uit eenzelfde uitzending van de BBC radio: ‘It was used in a million and one tunes and it’s gonna be used in a million and one other tunes.’

De lijst is inderdaad eindeloos. Ik heb uit onderstaande playlist bijvoorbeeld werk van Slipknot, Apollo 440, Snow, Rammstein en David Bowies drum’n’bassjaren weggelaten. Ik probeer het hier een beetje netjes te houden.

De zwarte drummer van The Winstons heet overigens Gregory C. Coleman. Hij is niet gestorven in een villa met zwembad. Lees: hij heeft aan de ‘Amen break’ geen dollarcent verdiend.
image
Een Amen break-playlist, dus. In de eerste song moet u vooral letten op 1’26”-1’32”. Dat is de break uit 1969. De tweede song is van 1988. Daarna naderen we steeds meer het ‘nu’.

 

 

Analoge stilte

 

John Cage 4’33” – 1952

Eerste keer ‘Limit to your love’ – versie James Blake: dat zit vol stiltes, zo straf, daar val je van omver. Veel van de beste muziek zit vol witruimte.

4’33” (uitspraak: vier minuten en drieëndertig seconden of vier drieëndertig) is een compositie die in 1952 werd geschreven door John Cage. De Amerikaanse componist noemde het een silent piece. In een opvoering van 4’33” is 273 seconden lang geen noot – of beter: geen enkel bedoeld geluid – te horen. Het is eng en beklemmend. De waanzin ligt inderdaad op de loer.

John Cage was gefascineerd door het bijna-niets. Er waren hem artiesten voorgegaan die met minimale middelen de kleinst mogelijke dingen deden, maar Cage verlegde de grens. Hij sloot zich in een geluidsdichte ruimte op om te ontdekken dat stilte gewoon niet bestaat. Hij hoorde altijd zijn hartslag nog, of het stromen van zijn bloed.

Op Youtube staan een aantal opvoeringen van 4’33”. Een wat stijve, strak in het pak zittende pianist markeert nadrukkelijk de drie delen van de compositie. Ondertussen schuift een voet over de grond, zucht of hoest iemand, rommelt mogelijk een maag.

Er is ook een versie voor groot orkest op een BBC-Promsavond. Veel mensen doen op het podium heel ingespannen en supergeconcentreerd niks. Na deel 1 veinst de dirigent een bezweet voorhoofd, dat hij afveegt met een zakdoek. Uiteraard lacht het publiek; van pure opluchting.
 

 

Er bestaan ook covers van die paar minuten stilte. Van Frank Zappa en Chiccone Youth bijvoorbeeld; the usual suspects. Het groepje The Planets, dat het tot in het voorprogramma van Deep Purple schopt, neemt in 2002 de track ‘A One Minute Silence’ op, en songschrijver Mike Batt laat (Batt/Cage) achter de songtitel noteren. Dat levert hem een copyright-proces op vanwege de erven Cage, die bij deze een taart in het gezicht verdienen. Anderzijds, wat waar en wat vals is in dit proces is niet helemaal duidelijk. Mike Batt zei tevreden te zijn na een minnelijke schikking. Hij zou uiteindelijk geen bedrag ter grootte van een getal met vijf nullen, maar slechts 1000 pond hebben overgemaakt aan The John Cage Trust, een steunfonds voor jonge artiesten. ‘En toch is mijn stilte beter’, zei Batt achteraf. ‘Ze is digitaal, die van Cage is analoog.’ Iemand noteerde nog een Battquote: ‘I think my 1,000 quid was well spent – so long as it didn’t subsidise some avant-garde fucker to write more silence and call it art.’

Mijn favoriete 4’33”-performance is die van 2010 in de televisieshow ‘De wereld draait door’. De pianist is Reinbert de Leeuw. Hij legt op tv uit dat het stuk dwars staat op het tempo van het programma. ‘Hoe mogen we ons hier gedragen?’, vraagt de ook aanwezige praatgast Jan Mulder hem. Antwoord van de Leeuw: ‘Daar heb je het al.’ Hij gaat naar de piano. 273 (!) seconden stilte kruipen binnen in een programma waarin Tourette al eens hand in hand huppelt met ADHD en de hik. Een man in het publiek legt tijdens de performance iets uit aan een vrouw. Iemand drinkt iets. Een paar mensen hoesten. Jan Mulder, die de hele voorstelling lang zijn nagels bestudeerd heeft, maakt aan het eind nog een grap: ‘Nou, indrukwekkend. Ik ben blij dat ik erbij ben geweest. Jaaah!’

Aanleiding voor dat geweldige tv-moment: in 2009 was het een Facebookgroep gelukt Rage Against The Machine op nummer 1 te krijgen in de Britse iTuneshitparade, uitgerekend in de week van kerstmis, periode waarin het de bedoeling is dat de jaarlijkse X-factorhit bovenaan staat. In 2010 probeerden dezelfde mensen het met Cage Against The Machines stiltesingle 4’33”. Het mislukte.
 
image
 

Wir könnten, aber…

 

Eind jaren 80 en begin jaren 90 was ik er een paar keer bij voor, tijdens en na de val van de Berlijnse muur. Ik had – op het moment van de val zelf – niet veel oog voor de grote, verplichte emotie. Een hoop DDR-bewoners kochten in West-Berlijn bijvoorbeeld bananen en porno.

Ik herinner me van voor en na dat punt in de geschiedenis de bruinkoolgeur van de DDR, de goths uit Kreuzberg (die van drie kanten door de muur waren omsloten en in 1990 plots in het midden van de stad woonden), de baseballknuppels die in de nieuwe anarchistencafés in het oostdeel achter de toog klaar lagen om zich tegen een volgende aanval van neonazi’s te verdedigen, het chique visrestaurant op de toen nog Oost-Duitse Alexanderplatz (waar je je verplichte hoeveelheid wisselmarken niet op kreeg), de tentoonstelling in een vervallen chemielokaal van rottend voedsel vol maden, de staart van een oorlogsvliegtuig die uit de grond stak in de tuin van de Tacheles-club, een schilderij van Paul Klee, overleven op broodjes falafel.

In de maanden voor de muur met beitel en hamer pal onder hun studio in Kreuzberg tot souvenirs zou verkruimeld worden maakte Einstürzende Neubauten ‘Haus der Lüge’. De Prolog is al raar. Een twijfelende dictator spreekt tot de massa: ‘Meint ihr nicht: wir könnten unterschreiben / auf dass uns ein bis zwei Prozent gehören / und Tausende uns hörig sind’. Na ‘Wir könnten, aber…’ komt er lawaai uit de boxen. Ik bedoel lawaai! Een stellingname wordt overspoeld door chaos. Of door realisme, dat kan ook.

 

image

 

Anekdote twee: in 2006 loop ik in Berlijn voorbij de plek waar net de Palast der Republik is afgebroken. De DDR-cultuurtempel moest weg, de Neubauten hebben er in 2004 nog concerten gegeven toen de meeste asbest er uit was gehaald en alleen een geraamte van het gebouw overbleef. Een keurig in een Karel De Guchtpak zittende man toont me de maquette van wat het Hohenzollernschloss gaat worden dat hier opnieuw in z’n 18e-eeuwse glorie naast de Spreerivier zal komen te staan.

 

 

Ik wandel naar Kreuzberg, naar een permanente tentoonstelling over de Berlijnse krakersbeweging. Hier dezelfde professionele maquettes en meticuleuze documentatiedrang, en ergens op een tv’tje oude Neubautenbeelden. Het concertfragment dat me aan de grond nagelt – het lef, de overtuiging, de hongerwinter die alsnog is overleefd – is de song ‘Einsame Wölfin’. Het jaar is 1980, de Berlijnse punkclub heet SO 36. De club werd in die dagen gerund door Turken, die aan het woord komen: ‘Die job in de culturele sector was een hele vooruitgang voor ons, behalve als de Neubauten speelden, op die momenten was het alsof we opnieuw in de fabriek werkten.’ Hilariteit alom. Wat een geschiedenis!

 

 

Hoe mijn favoriete levende oosterburen hier in de media doorheen de jaren begroet werden? In een recensie uit Humo van ‘Zeichnungen des Patiënten O.T.’ van 1984 komen werklieden de centrale verwarming van de journalist ‘niet bepaald zachtzinnig, niet bepaald geruisloos’ behandelen. De man stopt hen een Black and Decker in handen en bezorgt hen een optreden bij autokerkhof Willy Derijke, niet zonder toe te geven dat het geniale idee afkomstig is van Einstürzende Neubauten.

Tijden veranderen: 23 jaar later moet in datzelfde medium in verband met ‘Alles wieder offen’ zelfs de truc met de vorige plaat die beter is worden bovengehaald: ‘Het fabelachtige niveau van voorganger ‘Perpetuum Mobile’ wordt nét niet gehaald’. En het wordt nóg lyrischer: ‘De manier waarop Blixa Bargeld hier de taal van Heine & Heino bezigt geeft ons zin om sofort naar Keulen te emigreren en voortaan als Wolfgang door het leven te gaan’. Vooral die sofort is goed. Ook Heino is uiteraard uitstekend gevonden.

‘Als de Neubauten hier ophouden is dat voor mij al lang goed, als ze nog een bisnummer hebben zitten: nog beter’, ging ik een paar maanden geleden schrijven, maar toen las ik op neubauten.org dat het bisnummer in 2014 begint bij ons, In Flanders Fields: ‘Die Premiere mit einem speziell konzipierten Konzert findet am 8.11.2014 in Diksmuide, Belgien statt.’ Tickets gekocht? Tickets gekocht. Uitverkocht? Uitverkocht.

Omdat het om een Wereldoorlog I-herdenking gaat, krijgt iedereen die de grap ‘Sie sind wieder da!’ bovenhaalt een GAS-boete. En terecht, want die ‘wieder’ sloeg op de tweede wereldoorlog.

De vanuit een souterrain opgenomen video bij het fenomenale ‘Ich warte’ is van de hand van Ans Volkers.