De machinekamer van de crossover

 
image
 
fIREHOSE
fROMOHIO
1989

 

De geksten, dappersten en meest op de oergoden lijkende artiesten moeien zich al eens in deze lijst, dus lezen veel platen als post uit de hemel. Mike Watt van fIREHOSE is een van de allergeksten en allerdappersten. Hij lijkt op een god van vuur en ambacht. Hij speelt bas, al staat in de liner notes van ‘fROMOHIO’: ‘Mike Watt did ironing board (ok, bass)’.

Het maakt mij niet uit of hij strijkplankt dan wel bast. Het kan me ook niet veel schelen met wie hij dat doet: eerst met Minutemen, later met Dos of onder eigen vlag… hoewel ik een kléine voorliefde heb voor de periode daar tussenin, die van het wonderlijke fIREHOSE, en voor de cd ‘fROMOHIO’, zo getiteld omdat ze op 30 uur tijd in Ohio werd opgenomen.
 

 

‘fROMOHIO’ staat op de tijdslijn tussen de fIREHOSE-platen ‘If’n’ en ‘Flyin’ the flannel’.
 
image
 
In 1986 kende ik fIREHOSE en Minutemen niet goed, maar Red Hot Chili Peppers hadden een uplift mofo party plan dat erin bestond de solide, onverwoestbare fundamenten van de funk voor te stellen aan rockliefhebbers die bereid waren om te vechten voor hun recht op feesten. Niet gehinderd door bewustzijn of wijsheid nam ik mijn toen vijftienjarige zus mee. Verwarrerende leeftijd, verwarrende familietoestanden er bovenop.

Mijn zus hield aan het concert een rare slag van de bassende Fleamolen over, die van pas zou komen omdat het grote crossoverfeestje nog moest beginnen. Het was een molenslag die – toegegeven – ook zou leiden tot een hersenschudding tijdens een concert van Urban Dance Squad in de Brielpoort. Gelukkig was zij toen al aanhangster van de filosoof Henry Rollins, die in verband met dergelijke schrammen zegt: ‘It puts lines in your face’.

Mijn zus leerde als tiener mensen kennen die alles van het Dischord- en het SST-label in huis hadden: een deel van die muziek was naar mijn smaak te hardcore. Maar alles went – ik herinner me de klik op een fIREHOSE-concert – en toen Flea van de Peppers in 1991 op ‘Blood Sugar Sex Magik’ bassist Mike Watt voor inspiratie bedankte, hoorde ik eindelijk heel goed wat aan ondergrondse muziek verslaafde mensen al lang wisten: Minutemen en fIREHOSE hadden al die jaren gezwoegd in de machinekamer van de crossover.
 

 

Mike Watt was er daarna bij in de aanloop naar Sonic Youths ‘Goo’, een glijbaan die bij Nirvana uitkwam, en toen dát verhaal in 1994 voorbij was, liet hij op ‘Ball-hog or tugboat’ (vertaling: man die de bal niet wil passen of sleepboot) iedereen meedoen die ooit een houthakkershemd had gedragen. ‘Come along and ride my big train’, gromde Watt, en de helft van alle Amerikaanse artiesten die in jaren 90 op Pukkelpop hebben gestaan deden prompt mee.

Watt baste en zong aan het begin van de 21e eeuw ook tijdens de eerste Stoogesreünie, tot Iggy Pop het niet meer hield en zelf het podium op sprong – toen begon de tweede Stoogesreünie. Mike Watt heeft dus, net als Brian Eno, John Cale, David Bowie en Steve Albini, antennes die veel signalen oppikken.
 

 

Als bassist van The Stooges speelde hij voor veel meer volk dan hij kon lokken naar zijn eigen econojam, DIY minimal punk of spiel for the dudes. Dié thunderspiel is met het ouder worden een tijd verjazzt en verdonkerd; het springerige was eruit. Watts wereld klonk eerder verhard dan verkalmd. De man was met de jaren zeker niet verleunstoeld, ’t was eerder iemand die voor en na het fietsen ’s ochtends naar John Coltrane luisterde of al met de kano de zee op was gevaren voor de meesten hun wekker hoorden afgaan. Ik beluister zijn recente cd ‘Hyphenated man’, die zelfs wat van Minutemen heeft… en ik denk: …

Wat ik denk? Dat Watts muziek fond heeft. Dat zijn ondergrondse aantekeningen Watter dan Watt blijven. Dat een commentaar op Youtube alles beter samenvat: ‘This man just pisses excellence’.
 

 

120 – 116

 

image
 
Minutemen
‘Double nickles on the dime’
1984

 
Double nickles is truckersslang voor 55 mijl per uur, de maximumsnelheid die in 1984 in Californië pas was ingevoerd. The dime is Interstate 10. Op de hoesfoto rijdt de groep met de van op de dime, en de snelheidsmeter toont precies 55 mijl per uur ter hoogte van de afslag naar home town San Pedro. Deze mensen vonden het belangrijker om hun eigen, wilde muziek te maken dan om verkeersreglementen te overtreden.

 
image
 

Minutemen betekent niet dat dit trio songs van een minuut speelde. Spreek integendeel uit: [mainjoet], klein. In de betekenis van: geen stadiongroep. Minutemen werd later fIREHOSE. Nu ik erover nadenk, Minutemen en fIREHOSE zijn punkers die eruit zien als truckers.
 

 

Minutemen stopte toen zanger/gitarist D. Boon overleed in een auto-ongeval.
 

 

fIREHOSE begon toen Ed Crawford na lang aandringen bassist Mike Watt en drummer George Hurley zo ver kreeg om de draad weer op te pikken. Ze geloofden opnieuw in hard werk, in goedkope ticketprijzen, in zelf het afgetrapte VW-busje besturen, in de abstractie en de bondigheid van Wire en in de machtige songs van Creedence Clearwater Revival, in de jazzhaiku’s die ze als vanzelf bleven schrijven, in punk als ze niet te orthodox was en er een Afrikaans gitaartje in mocht, en in funk en jazz als je erop kon pogoën.
 
 
image
 
 

image
 
Boudewijn de Groot
‘Waar ik woon en wie ik ben’
1975

 

Er staat één plaat van Boudewijn de Groot écht in Honderd. Mijn twee favoriete de Grootsongs staan daar niet op. Ze komen uit ‘Waar ik woon en wie ik ben’, plaat die de Groot maakt zonder tekstschrijver Lennaert Nijgh: moet iets geweest zijn als Sonic Youth wier prepared gitaren werden gestolen.

1. De song ‘Waar ik woon’ is een man die de voordeur van het huisje in het straatje achter zich dicht slaat, heimwee heeft naar een vergezicht en asfalt zand voelt worden. Als hij zich ver van huis waant, wijzen mensen hem de Piramide van Austerliz aan (die staat in Utrecht), ligt het Venetië van het Noorden vlakbij (kan Brugge zijn, maar ook Amsterdam), verwart hij de Sahara met een zandverstuiving en loopt hij rond in de heuvels van Klein-Zwitserland (ik heb in Nederland ooit een onnozele duinenrij met die naam gezien). In een café zingt hij mee met ‘Yesterday’, ‘Je t’aime moi non plus’ en ‘Die Gitarren und das Meer’. ‘Waar ik woon’ sluit af met de geur van erwtensoep.
 

 

2. Er is ook ‘Moeder’, dat begint met vijf seconden gamelanpercussie. De zanger denkt aan het land van herkomst, Nederlands-Indië, waar hij zijn moeder in een jappenkamp achterliet. Op de schoorsteenmantel een portret van haar, als verstilde danseres. Javaanse danseressen drukken zich vooral met hun handen uit. Je moet dat eens meemaken in Jogjakarta, terwijl dat gehamer op rare kookpotjes als warme, onophoudelijke regen over je heen komt.

Het verre carillon dat Boudewijn de Groot hoort vanuit het herenhuis doet hem aan gamelan denken: ‘Nederlands Indië / Mijn moeder / ik mis ze soms / maar ik weet er weinig van’. Van een afstand. Er middenin. Persoonlijk leed. Professionaliteit. Klasse!
 

 

 
 

image
 
 

image
 
Saturday Night Fish Fry: New Orleans Funk And Soul
Muziek van Eddie Bo, Irma Thomas, Lee Dorsey, Huey Piano Smith, Dr. John, …

 
image
 
Het heet hier Honderd, maar De Nukkige Negenennegentig was ooit een werktitel. Een Sus-en-Wisalliteratie moest en zou het zijn, en nukkig, dacht ik, past alliteratief even goed bij 99 als hardnekkig bij 100. Met dat verschil: de betekenis klopte.

Synoniemen.net zegt bijvoorbeeld: nukkig (bn): bokkig, capricieus, chagrijnig, eigenzinnig, grillig, kribbig, kronkelend, nurks, onvoorspelbaar, sikkeneurig, snibbig, vinnig, wispelturig, wrevelig.

Als ik die adjectieven keurig in alfabetische volgorde zie staan, word ik al blij. Dus! Nukkige negenennegentig! Klaar! Aan de slag!

Maar.

Af en toe komen een paar ongenode vrolijke gasten binnen, langs de achterdeur dan nog, om het nukkige feestje met een smile van hier tot ginder te gate-crashen.

Voorbeelden?

Favoriete New Orleanstracks van lang geleden. Lee Dorsey’s ‘Sitting here la la / Waiting for my Ya Ya’ bijvoorbeeld. Of ‘Iko Iko’ van The Dixie Cups: percussie met kleine stokjes, en daarboven drie vrouwenstemmen: ‘My grandma and your grandma were sittin’ by the fire / My grandma told your grandma: I’m gonna set your flag on fire.’ De verschillende kleuren waar de vrouwen het in ‘Iko Iko’ over hebben, zijn die van de Mardi Gras-indianenpakken van hún chief van hún wijk. Moeilijkste stuk uit het refrein: ‘Jack-a-mo fee-nai ne’.
 

 

Daar hoort een hele moeilijke uitleg bij, één over talen en volksverhuizingen.
 

 

De middelmatige popkwisser in mij wist tot voor kort alleen dat The Belle Stars ‘Iko iko’ hebben gecovered in de jaren 80, en ontdekt nu dat er veel covers zijn; helaas ook veel zeer slechte.

Ik herinner me ook een afwas uit 2003 en een one hit wonder uit datzelfde jaar. Andere kleuren. Andere vlaggen. Andere stad. Moeilijkste stuk tekst: ‘Uh oooh, Uh oooh!’

 

 
 

image
 

image
 
Charles Ives
‘Central Park in the dark’
1906

 

Voor de wat rare, visionaire, minder dan 10 minuten durende (en een sample van een hit uit 1899 bevattende) compositie van Charles Ives moet u naar hier.

 
 
image

 

image
 
Billy Bragg
‘Life’s a riot with spy versus spy’
1983

 

Toen Billy Bragg in 1983 de wereld bestormde met de mini-lp ‘Life’s a riot with spy versus spy’ beschikte hij over een beperkt arsenaal wapens: zijn gitaar die een elektrisch broertje was van de Woodie Guthriemachine die fascisten doodde, een voorliefde voor de debuutplaat van The Clash (in het bijzonder de song ‘Garageland’ die hij toen coverde), een paar Dr. Martensschoenen, een gewoon kapsel (in die jaren een rariteit), zijn lef in het algemeen en zijn lef in het bijzonder om de belangrijkste radio-dj van toen, John Peel, te beloven een kip-Biryani van bij de Indiër naar de radiostudio te brengen als hij zijn plaat zou draaien.

Dat laatste lukte: Bragg wérd gedraaid, iedereen kon horen dat hij geen Nieuw Engeland wilde, maar wel een Nieuw Lief, en John Peel is die avond niet met honger in de auto gestapt.