La Bibliothèque Idéale

 

image
 
Kendrick Lamar
‘Good kid, m.a.a.d city’
2012

 

2004 of daaromtrent is het, en ik beland in een pendeltrein tegenover iemand met wie ik nog samen gestudeerd heb. Hij heeft het wel langer volgehouden dan ik. De man vertelt me over zijn privébibliotheek. In 1989 schreef de Franse televisiemaker Bernard Pivot, geholpen door een stel bevriende intellectuelen, het boek ‘La Bibliothèque Idéale’. Het bevat dé 2500 werken die je moet hebben gelezen: ‘Les livres à découvrir en priorité, les oeuvres fondamentales à lire, les textes de référence’.

De man tegenover me heeft ze thuis allemaal in de rekken staan. Dat heeft hem een paar jaar zoekwerk gekost. Er staan klassiekers tussen, maar ook rariteiten. Van sommige zeldzame werken heeft hij in een bibliotheek een kopie gemaakt, want hij is geen bibliofiel, zegt hij: ‘Het gaat mij om de inhoud’.

Als ik hem ontmoet heeft hij al 60 procent van La Bibliothèque Idéale gelezen. De boeken zijn genummerd. Er staan nummers op de ruggen, en al die nummers zitten ook in een zakje. Iemands onschuldige hand (ik vermoed in de gezinssfeer) beslist of hij een strip moet lezen, of iets als ‘het volledige oeuvre van De Balzac, dat als één deel wordt beschouwd’. In dat laatste geval moet de man een paar duizend bladzijden doorspartelen, hetgeen hij overigens heeft gedaan.

Het moeilijkste ideale boek dat hij heeft gelezen? ‘Een boek over Kant. Ik begreep er niks van. Maar ik heb het wel afgemaakt.’

Hij leest alléén dié 2500 boeken. Toen ze hem vaak zagen lezen en zijn plan nog niet kenden, kochten zijn zusters boeken voor hem, die ingepakt zijn blijven liggen, of cadeau zijn gedaan aan anderen.

Hij toont me de brieven van André Gide in een Pleiade-uitgave, met heel dun bijbelpapier. ‘Ik zit driehonderd bladzijden ver, maar het lijkt alsof ik 15 bladzijden gelezen heb.’

In het boek ‘La bibliothèque idéale’ raadt Bernard Pivot zijn lezers aan de collectie naar eigen smaak uit te breiden of in te krimpen, maar mijn metgezel in deze spitstrein beperkt zich tot de 2500 voorgeselecteerde werken. Er bestaan trouwens nieuwe uitgaven van het boek, maar de freak zweert bij de eerste druk van 1989 en bij niets anders. Om het met Ti Ta Tovenaar te zeggen: ‘Dan doe ik dit, en alles staat stil’. Ook de trein houdt halt.

De nog jonge rapper Kendrick Lamar zingt voor ons beiden – lijstjesfreaks van een totaal andere soort, maar allebei lijstjesfreaks – een liedje uit ‘Good kid, m.a.a.d city’, een plaat die dateert van 2012.

Ik herinner me mijn eerste beluistering van de song ‘m.a.a.d city’ van Kendrick Lamar maar al te goed.

Ik heb altijd gedacht dat er geen hiphopplaat van de westkust zou kunnen komen met de dichtheid, de complexiteit en de dissonantie van de New Yorkse meesterwerken. Omdat er gewoon geen stad aan de westkust is die zo dichtbevolkt is als New York. In New Yorkse hiphop hoor je overal treinen onder of boven rijden. Nas’ beginselverklaring ‘Nothing’s equivalent / to the New York state of mind’ is geen onzin. Hoe zal ik het zeggen? Ik heb nooit boel gezocht met mensen die straight outta Compton in L.A. komen – zeker met de posse van N.W.A. niet. Ik heb wel altijd gevonden dat mijn New Yorkse helden meer bokes choco hadden gegeten. Maar nu is er Kendrick Lamar.

De alles onderstuttende sample van ‘m.a.a.d city’ komt uit de geweldige wending op 3’37” van B.B. Kings ‘Chains and things’. Ice Cube, die ook uit Compton komt, gebruikte die sample al in ‘A bird in the hand’. Lamar brengt een dubbele ode aan Cube: in beide songs zit ook de zin ‘Fresh outta school cause I was a highschool grad’. Om eens een deur in te trappen die er eigenlijk niet meer is: rappers zijn – als ze uit Compton, Watts, The South Bronx of Saint-Denis komen – vaak de enigszins gediplomeerde kerels van de wijk.

Kendrick Lamars ‘Good kid, m.a.a.d city’ doet me van begin tot einde aan Inspectah Deck denken, die lang geleden rapte: ‘Life is a script / I’m not an actor but the author / of a modern day opera’.

‘m.a.a.d city’ begint met ‘Yawk! Yawk! Yawk! Yawk!’, een imitatie van een machinegeweer. ‘Fuck who you know! Where you from my nigga?’ betekent: het kan me niet schelen hoe belangrijk of rijk je bent, als je van een andere wijk of gang bent: ophoepelen!’

Lamar legt in ‘m.a.a.d city’ uit waarom hij niet rookt (zijn eerste joint zat vol cocaïne, er kwam schuim uit zijn mond). Hij doet verslag van de eerste moord die hij zag (op z’n 9e). Hij vertelt over zijn eerste job als bewakingsagent die hij na minder dan een maand moest opgeven omdat zijn maten met hem op de werkplek een overval hadden beraamd. Een geval van peer pressure!

Ik laat u alles over de song ‘m.a.a.d city’ van de rasverteller Kendrick Lamar verder zelf opzoeken op rapgenius.com, dé Ideale Bibliotheek voor alle hiphop van toen, nu en straks. De playlist begint met bovenvermelde sampleketting.