Een perfecte schuilplaats

 
image
 
Nick Cave And The Bad Seeds
The firstborn is dead
1985

 

Drummer Mick Harvey, bassist Barry Adamson, gitarist Blixa Bargeld en zanger Nick Cave belanden samen als The Bad Seeds op 76 met hun tweede plaat ‘The firstborn is dead’.

Heel ‘The firstborn’ klinkt alsof het met ijzeren bal, ketting en pikhouweel is gemaakt, en de bedenkers naar de kern van de beste oude plantage- en gevangenisblues zijn doorgestoten. Dat deed geen enkele succesvolle bluesmuzikant in die jaren: Robert Cray niet, Stevie Ray Vaughan niet en later Jeff Healey ook niet.

Een drumstel ter grootte van twee Dash-trommels krijgt een belangrijke rol. De bas voegt nog meer donder en dreiging toe. Blixa Bargeld van Einstürzende Neubauten moet ook op de opvolger van ‘From her to eternity’ zijn eerste noot nog leren spelen, en zit niet overal voorin in de mix. De harmonica is van Cave zelf. De heren staan in zwart-wit op de hoes, en hebben duidelijk meer gegeten dan bij het maken van hun debuut, dat van ver een promotiecampagne voor manorexia leek; van dichtbij ook, alleen bleek een van de kampslachtoffers op de hoes een magere vrouw.

De plaat heet ‘The firstborn is dead’ omdat Elvis Aaron Presley een tweelingbroer had die Jesse Garon Presley heette en die 35 minuten voor hem dood werd geboren. Elvis (van wie Cave in dezelfde periode ‘In the ghetto’ coverde) is een thema: ‘Well saturday gives what sunday steals/ And a child is born on his brother’s heels / Come sunday morn the first-born dead / In a shoebox tied with a ribbon of red’.

Decor is Tupelo, het stadje waar Elvis werd geboren, en waar hij op eenjarige leeftijd een tornado van 216 doden overleefde. ‘Mama rock your lil’ one slow / The lil’ one will walk on Tupelo’, zingt Cave vol empathie tot de in een trailer park wonende moeder van nieuwgeborene Elvis, die in de verbeelding van Cave de rol van de eindtijdmessias krijgt. Opener ‘Tupelo’ klinkt – terwijl een regen van klanken blijft neer hameren en een overstroming van de Mississippi in Bad Seedskraaientaal wat van de zondvloed van Noah heeft – zéér bijbels: alsof Elvis z’n broer in utero heeft omgebracht zoals Cain ooit Abel doodsloeg. Alsof, zei ik.
 

 

Nick Cave en C° waren midden jaren 80 een perfecte schuilplaats voor de alomtegenwoordige ellende van Mr. Mister en Wham!. ‘The firstborn’ was ook een soort adventskalender. Elke dag werd één luikje geopend. Er zat nooit chocolade in en ik herinner me ook geen enkele spreuk. In elk vak zat gewoon een wegwijzer.

Een wegwijzer naar Elvis’ ‘Mystery train’ uit de Sun sessions via – Woo oo! – ‘Train Long-Suffering’. Naar de veel berustender toon van het ‘Tupelo’-origineel van John Lee Hooker, dat waarlijk schoon is. Via Looky looky yonder naar Leadbelly’s ‘Black Betty’ (dat blijkbaar niet van Ram Jam was). Via ‘Blind Lemon Jefferson’ naar – uiteraard – Blind Lemon Jefferson: ‘If that sky serves as his eyes / Then that moon’s a cataract’.

Natuurlijk ook naar ‘Wanted man’ van Johnny Cash en Bob Dylan dat veel meer tekst van Cave zelf krijgt: de man wordt onder meer gezocht (of gewild, dat kan ook) door de gezusters Brönte. Een favoriet blijft ‘Wanted man in the state of Texas / wanted man in the state of Maine / This wanted man’s in the state of leavin’ ya baby / jumpin’ on a midnight train’.

Je kon naar Einstürzende Neubauten. Of naar wat voorafging: The Birthday Party, een groep die klonk als Captain Beefheart die traag aan het doodgaan was (‘She’s hit’), of simpelweg de allerrauwste muziek maakte die ik al gehoord had (‘Sonny’s burning’). Er stonden pijlen richting The Gun Club, omdat die ook de blues lieten exploderen, en richting de liveoptredens die voor Cave gemaakt leken om zich met puntschoenen op de monitors af te duwen.

Je kon naar de apocalypsen van Johannes (‘Van de troon gingen bliksemschichten uit, en donderslagen, en groot geraas’) en Yeats (‘Things fall apart, the centre cannot hold, mere anarchy is loosed upon the world’).

En naar de stad waar ‘The firstborn’ werd opgenomen: Berlijn, dat al klaar was als decor voor de Wim Wendersfilm ‘Der Himmel über Berlin’ van twee jaar later. Bad Seeds, Crime & The City Solution, detective Columbo in een existentiële bui en twee engelen in lange loden jassen… ik ben een tweede keer gaan kijken.
 

 

 

 

 

 

Op zoek naar de plot

 
image
 
Nick Cave And The Bad Seeds
No more shall we part
2001

 

‘No more shall we part’ van Nick Cave And The Bad Seeds!

Over de grappige kant van de song ‘God is in the house’ berichtte ik hier al.

‘Oh my lord’, dat vol muzikale groeispurten zit die aan ‘The mercy seat’ doen denken, is ook goed. Man sluipt het huis uit, op zoek naar de plot, zit bij de kapper, belt naar zijn vrouw die zegt: ‘Laat ons met rust’, zit mentaal op handen en knieën, en wat pikt zijn netvlies van in de kappersstoel op? Een gast met een plastieken gewei op z’n kop! Die zijn bloot gat tegen de venster drukt! Had een student met een lint kunnen zijn, een voetbalsupporter met een halve liter, een vakbondsman in een rode of groene vuilzak, een raver met een pil op de tong, een gay paradedeelnemer in een kilt, maar ’t is een man met een plastieken rood gewei geworden – al dan niet lichtgevend, daar hebben we het raden naar.
 

 

Nick Cave heeft aan het begin van de plaat een conversatie met zijn vrouw die een kat op de schoot heeft. Hij kijkt naar buiten en praat over het leed van andere mensen, die hij ziet strompelen. Zij zegt: ‘God heeft je maar één hart gegeven: ‘You are not a home for the hearts of your brothers’. Ze draait haar hoofd in tranen weg. Hij kan de lach niet van zijn gezicht krijgen, terwijl hij triest naast haar zit. Wat een tafereel!

Elders schrijft hij brieven in plaats van e-mails. Er zijn songs bij die Hallelujah zingen en eeuwige trouw beloven. Daarna begint een dwaaltocht waarin kerkklokken de zanger moeten melden hoe laat het is; de man draagt zelfs geen horloge. In een bijna-overspelig moment wisselt hij met een vrouw hearty salutations uit alsof het niet 2001 maar 1901 is geworden.

Cave trouwt op de dag van de eclips: ‘Our friends awarded her courage with gifts’. Ik denk trouwens: dat moet zijn vrouw zijn die hij ergens verpleegster noemt. De plaat eindigt met een kerkhofmeditatie en een kerkbezoek. Consumententip: koop ‘No more shall we part’ eerder voor uzelf dan als middel om iemand eeuwige trouw te beloven!
 

 

De muziek? In het cd-boekje had onder Nick Cave: Vocals & Piano meteen Warren Ellis: Violin moeten staan; nu staat Ellis als 7e gerangschikt, en da’s geen correcte productomschrijving.

‘No more shall we part’ kwam 4 jaar na ‘The boatman’s call’, een goeie, en twee jaar voor ‘Nocturama’, een mindere Cave, maar zeker geen stinker. Heeft Cave eigenlijk iets gemaakt in de afdeling Beneden Alle Peil? Bwah. In het boek ‘And the ass saw the angel’ (waarin I als Ah wordt geschreven) ben ik niet verder dan bladzijde 15 geraakt, en ook de coverplaat ‘Kicking against the pricks’ – ooit een goudmijn – is vandaag naar mijn mening geklooi. Cave zelf zal de schouders eens ophalen. Voor hem was het midden jaren 80 gewoon een aanloop naar een periode waarin hij bij elke nieuwe plaat met de mensen in de concertzalen deed wat Jezus Christus maar één keer is gelukt (met een onnozel paar broden en vissen dan nog): ze vermenigvuldigen.

Totaal overbodige prognose: de man zal ooit ook een derde avond op een groot Gents plein uitverkopen. Tickets online alleen met Mastercard betaalbaar en de voorste 50 rijen vips, het behoort tot de mogelijkheden.

 

 

Nick Cavegrappen

 

Een paar Nick Cave-grappen op een rij:

1. Een tekstfragment uit ‘Good good day’: ‘See her breasts how they rise and fall / And she knows I’ve used that line before’. Dat laatste klopt: het was in de song ‘Hard on for love’.

 

 

2. In de totaal belachelijke videoclip voor ‘Heathen child’ van Grinderman, een groep waarin Cave en C° het reptielenbrein op 10 zetten, zien de heren eruit als Romeinse honderdmannen, maar eigenlijk stond er ‘Griekse Olympusgoden’ in het script. Communicatiefoutje met de kostuumafdeling. Resultaat: de verkeerde rokjes. In een Canvasprogramma vraagt iemand naar aanleiding van die clip aan Cave: ‘Where does all the mythology come from?’ Waarop de man: ‘From myths’.

 

 

3. De tekst van ‘God is in the house’ uit de plaat ‘No more shall we part’. Een radioman deed de song in 2001 af met ‘Cave heeft zich tot god bekeerd’, waardoor hij bewees meer een plugger dan een luisteraar te zijn. De stad in de song is klein, de kerk gezandstraald. Alles is ’s nachts verlicht zodat misdaad geen plek meer heeft om zich te verstoppen. Homo’s die straten afschuimen, homohaters met een autokrik in de hand, én – jawel – lesbische tegenaanvallen: kennen ze daar niet, da’s iets voor de grote stad. ‘t Wordt een gospel-in-crescendo: ‘Well-meaning little therapists / Goose-stepping twelve-stepping Te-to-ta-li-ta-ri-a-nists / The tipsy, the reeling and the drop down pissed / We got no time for that stuff here’. Nultolerantie. Overzichtelijkheid. Kerstmarkt. Een keten met gezonde voedingsproducten die eindelijk een filiaal in de winkelwandelstraat heeft. De blauwe zwaailichten ’s nachts die van het opnamedecor voor de gezellige misdaadserie zijn. De fluistertoon van ‘There’s no fear about / If we all hold hands and very quietly shout / Hallelujah’. Uit-mun-tend! En ook: de verdiende winnaar van de Comedy Casino-cup 2001!