‘Bang bang Lulu’

 
image
 
The Modern Lovers
The Modern Lovers
1972 / 1976

 

The Dream Syndicate ter hoogte van hun debuut ‘The days of wine and roses’, The Strokes op hún eerste ‘Is this it’, Joy Division, Slowdive, The Jesus And Mary Chain, Patti Smith op ‘Horses’… het zijn lang niet de enige muzikanten die op repetities zoveel mogelijk aandachtpunten uit het Grote Velvet Underground-10-puntenplan ter sprake brachten.

Een van de eerste en weirdste fans under the influence was Jonathan Richman. Hij droeg een streepjessweater uit de matrozenafdeling, bleef van de heroïne af (en ook van de drank, van de sigaretten en zelfs van de mayonaise en de zonnebrillen), kwam uit de Amerikaanse staat die het meest aanleiding geeft tot spelfouten (MassachuSeTTs) en bij uitbreiding uit de in zijn songs al eens verheerlijkte regio New England, ooit bakermat der Puriteinen. Een brave jongen dus, die nochtans al van eind jaren 60 lange tijd in de Grote Rotte Appel New York rondhing om van The Velvet Underground eh, … foto’s te maken.
 

 

Zes van de negen songs op het titelloze debuut van Jonathan Richmans groep The Modern Lovers werden door John Cale al in 1972 geproducet, en toen de plaat eindelijk uitkwam in 1976, en Cale de song ‘Pablo Picasso’ al had gepikt én uitgebracht, sloot ‘The Modern Lovers’ eindelijk een beetje bij de New Yorkse punk aan. Een beetje, want teksten stijl ‘I still love my parents’ en ‘I still love the old world’ werden niet élke avond in CBGB’s gezongen.
 

 

Doorgaans gaan we nu aan een onbegrepen genie denken en met het vingertje naar de platenfirma wijzen, of staat er iets als ‘de wereld was er nog niet klaar voor’, ‘artiest was tijd te ver vooruit’ en ‘de plaat bleef om onbegrijpelijke redenen op de plank liggen’, maar de wereld was er – getuige het livesucces van de groep in Boston en omstreken en de interesse van meer dan één firma – vollédig klaar voor.

De redenen waarom dit groepje niet van de grond kwam zijn helemaal niet onbegrijpelijk: die redenen zijn Jonathan Richman zelf en de muziek die hij in 1973 op het eiland Bermuda hoorde. Richman heeft er uitvoerig over bericht in de song ‘Monolgue about Bermuda’, die we eventjes scherper zullen afbeelden.
‘Jonathan, Jonathan / I wanna know something’, vraagt Jonathan aan zichzelf: ‘Wat ging er door je heen in Bermuda?’ Antwoord: ‘In Bermuda kwam ik er – Bum di dee Bum di dee Bum Bum Bum nog aan toe – voor mezelf achter wat voor een stijve hark ik was. In hotel Inverurie stond ik boven allerlei Fender stuff en smidshamers die we op aambeelden sloegen een drammerige tekst te zingen stijl ‘She cracked / She eats shit, eats creeps, gets stoned / I stay alone, eat health food at home’. Daar was niks snotneuzerigs aan, zeker? We waren bloedserieus, en het ergst van al: we dachten dat we het er bij het studentenpubliek keihard aan het inrammen waren. Maar de gasten die het er echt bij hen inramden waren 40 jaar oud, hadden allemaal dezelfde zonnebril en heetten The Bermuda Strollers. Ze hadden grote gitaren, en de studenten waren gek van hun song ‘Bang bang Lulu’: ‘Lulu had a boyfriend / Name was Tommy Tucker / Took her out to his house / To see if he could …’ De gitaar klonk echt vet, en de bassist was nóg beter: hij had een regenjas aan, bewoog amper en kauwde op z’n kauwgom terwijl hij simpel en los speelde; hij was de Bill Wyman van de Caraïben. Weet je, na die trip vlotte het niet meer met de Modern Lovers omdat ik Calypsoplaten begon te kopen…’

Ha! Dáárom was ‘The Modern lovers’ dus vier jaar te laat. Maar wat staat er wel op die ‘veel te stijve’, ‘snotneuzerige’ prepunkplaat? ‘Roadrunner’ moet u kennen, omdat het een beetje een hit is geweest, omdat de groep erin slaagt een vrolijke versie van ‘Sister Ray’ neer te zetten, omdat er in het begin niet tot 3 en niet tot 4, maar tot 6 wordt afgeteld en omdat de finale met ‘I’ve got the world / got the turnpike / got the RADIO ON’ even geweldig is als de miepmiepende renvogel van de gelijknamige cartoon. Hieronder versie 2 van 4 versies. Het is de versie die op de lp staat.
 

 

Het monumentale ‘Pablo Picasso’ is trager en dreigender: ‘Girls could not resist his stare and so / Pablo Picasso was never called an asshole… Not like you!… Not in New York’.
 

 

‘Hospital’ is regelrecht schrijnend: de ritmeveranderingen zijn verwant aan die van ‘Heroin’, de tekst zou kunnen gaan over een meisje dat drugs gebruikt: ‘I can’t stand what you do / but I’m in love with your eyes’.
 

 

In ‘Girlfriend’ staat echt alles in de voorwaardelijke wijs: museumbezoek, lief en met lief doorheen de schilderijen van Cezanne kijken: ‘If I were to walk to the Museum of Fine Arts in Boston / Well, first I’d go to the room where they keep the Cezannes / But if I had by my side a girlfriend / Then I could look through the paintings / I could look right through them / Because I’d have found something that I understand / I’d understand a girlfriend’.

In ‘Old world’ zit een New Yorks lief dat niet verstaat dat Jonathan ouders heeft die hij graag ziet en dat hij zijn plaats in de oude wereld wil behouden. In ‘Modern world’ klinkt het al helemaal anders: ‘Well the modern world is not so bad / Not like the students say / In fact I’d be in heaven / If you’d share the modern world with me’. Richman raadt hier een meisje het volgende aan: ‘Stop all this weak stuff / And drop out of B.U.’ Ik heb deze plaat oneindig veel gedraaid, maar onlangs pas geleerd dat B.U. staat voor Boston University. Leve Internet!
 

 

Fast forward naar 1976 en daarna. Terwijl ‘Modern lovers’ hier en daar lovende recensies krijgt, heeft Jonathan Richman geen zin meer in punk en ‘snotty’ pioniersschap. Hij kent nu de paar catchy Calypsoplaten die hij heeft gekocht uit het hoofd, schrijft een wereldhit met ‘Egyptian reggae’, en zingt ‘Ice cream man, ring your bell’ en ‘Hey there, little insect, don’t scare me so / Don’t land on me, and bite me no’ en ‘I’m a little airplane nyow nyow’.

Richmans liedjes verFischer-Pricen en versnotneuzen elk jaar meer. Het harpspel van Harpo Marx wordt opgehemeld, de Dodge Veg-O-Matic is een auto die niet rijdt, New England krijgt een lofzang vol met Dum-de-dum-de-dum-dum-da-dum-day’s. Als ik ‘em in ‘Dancing in the lesbian bar’ hoor zingen: ‘Well in the first bar, things were o-kay / But in this bar, things were more my way’, denk ik: hoe lang hou je dat eigenlijk vol, een levensstijl in Hawaï-shirt op de voorste rij van een Cure-concert?

Rewind naar 1972 en naar het einde van ‘Old world’. Een immer snipverkouden Richman zingt ‘Now we say bye bye old world’ boven ‘Sister ray’-gitaar en orgel dat door Jerry Harrison (later Talking Heads) wordt bespeeld: ‘Gotta help the new world’… ‘Oh bye bye’. Om in de fade out nog te besluiten met: ‘I say Bye. Bye. Bye. Bye. Old World’.

Al dat opzoekwerk rond dit sublieme, aan de wieg van de Amerikaanse seventiespunk staande debuut, en met wat word ik beloond? Met die verdomde Bang bang Lulumelodie die ik niet uit mijn hoofd krijg! U bent gewaarschuwd als u ‘Monologue about Bermuda’ aanklikt. Wie voor de afsluitende video (met de demo van ‘She cracked’) kiest, komt in de Grote Punkrivier terecht op een plek niet ver van de bron.